Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Rapportage en monitoring van mensenrechten

Rapportage over en monitoring van de mensenrechtensituatie in een bepaald land geschiedt door staten, de VN en mensenrechtenorganisaties.

Verplichte rapportage door staten

In verscheidene internationale verdragen, zoals de VN-verdragen van 1966 is de verplichting van staten opgenomen om regelmatig over de situatie van de mensenrechten verslag uit te brengen aan het VN-comité voor de mensenrechten en het VN-comité voor economische, sociale en culturele rechten. De VN kunnen de secretaris-generaal opdragen rapporten op te stellen over bepaalde landen, bijvoorbeeld landen die gebruik hebben gemaakt van adviserende diensten. De VN kennen ook speciale rapporteurs, aangesteld om over bepaalde thema’s of landen rapport uit te brengen aan een van de VN-commissies. Enkele regeringen rapporteren jaarlijks over de naleving van mensenrechten in landen waarmee zij handel drijven, zoals het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken (State Department Human Rights Reports).

Rapportage door mensenrechtenorganisaties

Mensenrechtenorganisaties rapporteren onder meer in jaarlijkse overzichten, zoals Amnesty International (Annual Report) en Human Rights Watch (World Report). Alleen Amnesty International rapporteert stelselmatig over álle landen van de wereld waar mensenrechten worden geschonden. Een bijzondere vorm van rapportage ten bate van mensenrechten is het forensisch onderzoek, dat onder meer wordt gebruikt voor het achterhalen van de feiten over buitengerechtelijke executies en het vaststellen van traumata die vluchtelingen hebben opgelopen. Over schendingen van sociaaleconomische rechten en van collectieve mensenrechten (zoals milieu) wordt minder stelselmatig gerapporteerd. Cijfers en schattingen over bijvoorbeeld werkloosheid, kinderarbeid en de achterstelling van vrouwen zijn te vinden in onder meer rapporten van VN-organisaties (UNDP, Unicef, Unesco) en van internationale vakbondsorganisaties.

Monitoring

Monitors ( waarnemers) zijn mensen of organisaties die stelselmatig verslag doen van schendingen van mensenrechten. Ze zijn een belangrijk middel van onderzoek. Regeringen kunnen monitorsystemen opzetten, bijvoorbeeld via ambassades. Organisaties als de VN hebben monitors ingezet in samenwerking met de desbetreffende regeringen, bijvoorbeeld om te controleren of verkiezingen eerlijk verlopen, of in het kader van humanitaire interventies waar monitors voor mensenrechten worden toegevoegd aan vredesmachten. Ook de speciale rapporteurs van de VN dienen als monitors. Mensenrechtenorganisaties zijn vaak aangewezen op plaatselijke informanten of missies, maar ook op bezoekende ontwikkelingswerkers, zakenlieden en toeristen

Diverse mensenrechtenorganisaties verbinden het monitoren van schendingen aan het bieden van bescherming aan activisten, zoals Peace Brigades International. Het monitoren kan ook ten dienste staan van early warnings: het vroegtijdig signaleren van schendingen van mensenrechten zodat tijdig kan worden ingegrepen.

Model van rapportage

Een simpel model in 1987 voorgesteld door een Canadese regeringscommissie. Daarin worden gemonitord op een beperkt aantal ‘kernmensenrechten’, vooral burgerlijke en politieke rechten. Dergelijke  rapportage is eenvoudiger dan rapportage over een breed scala van mensenrechten.:

Een uitgewerkt systeem van monitoring ligt ten grondslag aan de jaarlijkse rapportage van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Country Reports on Human Rights Practices. Daarin wordt sinds 1977 elk land waarmee de Verenigde Staten officiële betrekkingen onderhoudt gemonitord aan de hand van de volgende lijst:

  • Willekeurige of onwettige beroving van het leven.
  • Verdwijning.
  • Marteling en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.
  • Willekeurige arrestatie of detentie.
  • Ontzeggen van een eerlijk proces.
  • Willekeurige inmenging met privacy, gezinsleven en correspondentie.
  • Het gebruik van buitensporig geweld in binnenlandse conflicten.
  • Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid.
  • Vrijheid van geloof.
  • Vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
  • Werknemersrechten.
  • Vrijheid van beweging.
  • Bescherming van vluchtelingen en statelozen.
  • Vrijheid om deel te nemen aan het politieke proces.
  • Corruptie en gebrek aan transparantie in de regering.
  • De houding van de overheid jegens internationale en niet-gouvernementele onderzoeken naar mensenrechtenschendingen.
  • Discriminatie naar ras, geslacht, handicap enzovoort.
  • Mensenhandel.

Rapportage: Nederland en Europa

Diverse Nederlandse organisaties hebben aangedrongen op jaarlijkse overheidsrapportage over mensenrechten overal ter wereld. Daarop is ook aangedrongen bij de Europese Unie. Het jaarlijkse rapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bewijst het nut van zo’n overzicht, want het maakt vergelijking tussen landen en zicht op verbeteringen mogelijk. Maar Europese instellingen willen dat voorbeeld nog niet volgen.