Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Kinderarbeid

Kinderen mogen alleen werken als ze niet te jong zijn, het werk niet gevaarlijk, ongezond of gedwongen is, en er voldoende tijd overblijft voor onderwijs, spel en rust.

Kinderarbeid is volgens ILO-verdragen en het VN-verdrag voor de rechten van het kind (1989) verboden als die ‘ongezond of schadelijk’ is. In Nederland verbood het ‘kinderwetje van Van Houten’, genoemd naar het liberale Kamerlid Samuel van Houten, in 1874 fabrieksarbeid door kinderen beneden de 10 jaar.

Nu is arbeid onder 16 jaar verboden, behalve als daar vergunning voor verleend is; jongere kinderen mogen naast hun school wel lichte arbeid verrichten, bijvoorbeeld als krantenbezorger. In België is er een verbod op arbeid door kinderen onder 14 jaar die nog leerplichtig zijn.

Internationale gegevens over kinderarbeid worden onder meer verzameld door UNICEF, de kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties, en door de vakbeweging. Wereldwijd werken ongeveer 168 miljoen kinderen jonger dan 14 jaar (volgens een schatting uit 2013). In Afrika is dat een derde van alle kinderen. Er is wel sprake van een aanzienlijke wereldwijde vermindering van het percentage kinderen dat werkt: tussen 1960 en 2003 zou dat zijn gedaald van 25 naar 10 procent.

Acties tegen kinderarbeid

Bij acties tegen kinderarbeid moet rekening worden gehouden met het feit dat die arbeid vaak nodig is om het gezin te laten overleven; er moet dus een alternatieve bron van inkomsten zijn. De vakbeweging en organisaties als Defence for Children International hebben succesvolle acties gevoerd om internationale bedrijven te dwingen te breken met leveranciers die zich aan schadelijke kinderarbeid schuldig maakten. De Pakistaanse activist Iqbal Masih werd in 1995 op 14-jarige leeftijd vermoord vanwege zijn strijd tegen kinderarbeid in de tapijtindustrie.