Vluchtelingen en mensenrechten

Vluchtelingen wereldwijd

zie ook Asielzoekers en Vluchtelingenverdrag

Vluchtelingen zijn zij die vallen onder de definitie van het Vluchtelingenverdrag (zij hebben te vrezen voor vervolging), maar de benaming wordt ook gebruikt voor asielzoekers, ontheemden en degenen die vluchten om andere redenen dan vervolging (bijv. oorlog, natuurrampen). Volgens opgave van de UNHCR waren er in 2004 zo’n 12 miljoen vluchtelingen in de wereld, in 2013 waren het er 10,4 miljoen, in 2016 had de UNHCR zorg over 14,5 milljoen vluchtelingen. Daarnaast is er een groter aantal ‘displaced persons’ (ontheemden), d.w.z. vluchtelingen die binnen de grenzen van het eigen land zijn gebleven.

Het aantal vluchtelingen heeft in deze eeuw grote fluctuaties vertoond. Na de herverdeling van Duitsland in 1945 moesten zo’n 20 miljoen mensen een nieuwe woonplaats zoeken. De deling van India en Pakistan in 1947 leverde 18 miljoen vluchtelingen op. Azië telde in 2003 9,4 miljoen vluchtelingen, Europa 4,4 miljoen, Afrika 4,5 miljoen. Erkende vluchtelingen zijn zij die door de UNHCR of een regering als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag zijn aangemerkt. In Nederland waren er in 2000 ongeveer 140.000 door de overheid toegelaten vluchtelingen.

‘Ballingschap’ is een benaming die wordt gebruikt voor vluchtelingschap (vooral in Latijns Amerika), voor verbanning en voor vrijwillige emigratie op politieke gronden.

Wereldwijd zijn vrouwen net de meerderheid onder de vluchtelingen, maar onder asielzoekers die het Westen bereiken zijn mannen oververtegenwoordigd. De positie van vrouwelijke vluchtelingen is vaak slechter, bijv. omdat hun asiel of verblijfsvergunning afhankelijk wordt gemaakt van de echtgenoot. Voor specifieke noden van vrouwelijke vluchtelingen, o.m. trauma’s van seksueel geweld en verkrachting, en het taboe om daarover met asielambtenaren en hulpverleners te praten, is sinds de jaren tachtig meer aandacht. Nederlandse vluchtelingenorganisaties als VluchtelingenWerk en de Vereniging VON kennen speciale werkgroepen en programma’s voor vrouwelijke vluchtelingen.

Toelating in Nederland

n Nederland krijgen asielzoekers die als vluchteling worden erkend een verblijfsvergunning, de de ‘vergunning voor bepaalde tijd asiel’. Die geldt voor vijf jaar en kan tussentijds worden ingetrokken. De vergunning kan na vijf jaar worden verlengd als daar gronden voor zijn, dan kan de vluchteling ook vragen om tot Nederlander te worden genaturaliseerd.

Voorheen heette die vergunning een ‘vluchtelingenstatus’. Daarvan waren verschillende varianten. Een ‘A-status’: erkenning en toelating als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Een ‘B-status’: toelating op humanitaire gronden die verband hielden met de politieke situatie in het land van herkomst; Een ‘ontheemdenstatus’: die werd in de jaren 1990 toegekend aan tienduizenden vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië. Toen de oorlog in Bosnië en Kroatië voorbij was en met de wederopbouw was begonnen, zijn veel vluchtelingen naar die landen teruggekeerd.

Hulp aan vluchtelingen in Nederland

Er bestaan verschillende vormen van vluchtelingenhulp: 1. Intergouvernementeel, zoals gegeven door de UNHCR en in Afrika door het bureau van de Afrikaanse Unie. 2. Gouvernementeel, de opvang van uitgenodigde vluchtelingen en asielzoekers.. 3. Niet-gouvernementeel. Er bestaan organisaties voor hulp aan vluchtelingen in de derde wereld (in Nederland bijv. Stichting Vluchteling), vluchtelingen en asielzoekers in eigen land (bijv. VluchtelingenWerk, Vereniging Vluchtelingenorganisaties in Nederland (VON), University Assistance Fund (UAF)) en uitgeprocedeerden (bijv. INLIA). In Nederland zijn alleen al bij VluchtelingenWerk duizenden vrijwilligers actief in de vluchtelingenopvang. Bijzondere vormen van hulp zijn het verlenen van kerkasiel, zoals in de VS door de Sanctuary-beweging en in Nederland door INLIA. Tot de internationaal bekendste activisten voor vluchtelingen behoorden en behoren Gerrit Jan van Heuven Goedhart (UNHCR), Sadruddin Aga Khan (UNHCR), Bernard Kouchner (Artsen zonder Grenzen), Ruud Lubbers (UNHCR), Fridtjof Nansen (Volkenbond), Sadako Ogata (UNHCR).

Websites en adressen van organisaties voor vluchtelingen en asielzoekers zijn te vinden op de themapagina Vluchtelingen van deze website.

Amnesty’s inzet

Amnesty verzet zich tegen terugzending van mensen naar een land indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij daar het slachtoffer worden van ernstige mensenrechtenschendingen. Amnesty’s bemoeienis met vluchtelingen is dus ingegeven door preventieve overwegingen: voorkomen dat iemand die zijn land uit vrees voor vervolging is ontvlucht, alsnog het slachtoffer wordt van ernstige schending van mensenrechten. Het terugsturen van iemand die asiel vraagt naar een land waarvan aangenomen kan worden dat zij/hij daar slachtoffer van schendingen wordt, is in strijd met algemene mensenrechtenverdragen. Verder is er het VN-Vluchtelingenverdrag uit 1951, dat onder een vluchteling iemand verstaat die zijn land is ontvlucht ‘met gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een sociale groep of politieke overtuiging’.

In situaties waarin dit uitgangspunt in het gedrang dreigt te komen, roept Amnesty regeringen op hun beleid bij te stellen. Soms wordt door Amnesty in individuele gevallen actie ondernomen om het terugzenden van mensen te voorkomen. Vanuit het Internationaal Secretariaat worden soms ook mensen geholpen hun land te ontvluchten, als zij ernstig bedreigd worden.

In Europees verband dringt Amnesty aan op een asielbeleid dat zo goed mogelijk aan bovenstaande doelstelling voldoet; de Nederlandse invulling van het Europese beleid wordt vervolgens door Amnesty ook weer kritisch gevolgd. Daartoe wordt commentaar geleverd op de wetgeving en de uitvoering daarvan; vooral sinds 2001 vindt Amnesty het Nederlandse beleid op een aantal punten te beperkend.
Daarnaast brengt Amnesty mensenrechteninformatie in bij de besluitvorming over asielverzoeken. Soms in algemene zin (informatie over een bepaald land), soms in individuele zaken.

Amnesty doet geen uitspraken over aspecten van de opvang van asielzoekers en vluchtelingen in Nederland die los staan van de vraag of het aannemelijk is dat ze onterecht worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Uitzondering op dit punt is het vastzetten van mensen: vreemdelingendetentie is alleen onder strikte voorwaarden gerechtvaardigd, en nooit voor kinderen.