Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Verdwijningen (gedwongen of politieke verdwijningen)

Verdwijning is het gevangenzetten van mensen door of met instemming van de overheid, maar zonder een officiële erkenning van de detentie.

Onder de naam ‘verdwijningen’ werd een vorm van vervolging bekend die zich vanaf midden jaren zestig manifesteerde in Guatemala en vanaf de jaren zeventig verbreidde in veel landen van Latijns Amerika, maar ook in onder meer de Filipijnen, Sri Lanka, Oeganda en Guinee. Vaak wordt de term tussen aanhalingstekens geschreven, omdat een ‘verdwijning’ niet zomaar een vermissing is, maar een doelbewuste daad van een overheid. Verdwijningen worden vaak gevolgd door buitengerechtelijke executie.

Verdwijningen zijn onder meer een schending van het internationaal recht op habeas corpus. In Argentinië zijn volgens een officiële onderzoekscommissie ten tijde van de militaire junta (1976-1983) ten minste 9 duizend mensen verdwenen. De commissie openbaarde een uitgebreid stelsel van geheime martelcentra en van methoden om zich van de gevangenen te ontdoen – ze werden onder meer vanuit een vliegtuig in de zee gegooid. De verdwijningen in Argentinië waren eerder aan de kaak gesteld door onder anderen de Dwaze Moeders en Adolfo Pérez Esquivel.

Verdwijningen: effect op de familie

Verdwijningen hebben een verschrikkelijk psychisch effect op familieleden, die jarenlang in onzekerheid verkeren of de betrokkenen nog leven. In de jaren tachtig leek het totaal aantal verdwijningen in de wereld te verminderen, hoewel ze in 2000 nog in dertig landen werden geconstateerd en sindsdien in meerdere landen zijn gemeld. In Europa werden vanaf begin jaren negentig vele duizenden ‘verdwijningen’ gemeld in Bosnië, Kosovo en Tsjetsjenië.

Verdwijningen: kinderen

Er verdwenen veel mensen in gebieden waar veiligheidsdiensten optraden tegen gewapend verzet, zoals in Turkije, Sri Lanka, Peru en Colombia. Onder meer de comités van familieleden doen naspeuringen naar slachtoffers van verdwijning. Met name in Latijns Amerika zijn sinds de jaren zeventig veel pogingen in het werk gesteld om te achterhalen waar de kinderen zijn gebleven die met hun ouders zijn ontvoerd of die in geheime gevangenschap zijn geboren. Sommigen van hen zijn aan gezinnen van militairen gegeven. In Argentinië hebben rechters onder meer bloedonderzoeken gelast om de identiteit van kinderen te helpen bepalen; een klein aantal kinderen is zo opgespoord.

Verdwijningen: VN-verklaring

In navolging van het verdrag tegen marteling,  schrijft een VN-verklaring uit 1992 voor dat ieder die voor verdwijningen verantwoordelijk is wordt uitgewezen of voor een nationale rechter wordt gebracht, volgens het principe van universele jurisdictie. Het stelt ook voor dat een, zoveel mogelijk openbaar, register van gedetineerden wordt bijgehouden. Een verklaring over verdwijningen en de inzet van doodseskaders werd in 1994 aangenomen door de OAS.

Werkgroep voor Gedwongen of Onvrijwillige Verdwijningen

De Werkgroep voor Gedwongen of Onvrijwillige Verdwijningen werd in 1980 ingesteld door de VN-commissie voor mensenrechten. Zij bestaat uit vijf deskundigen en doet elk jaar verslag van geconstateerde gevallen van verdwijning overal ter wereld. In haar rapport van 2000 meldde de werkgroep dat zij sinds 1980 50.000 zaken had voorgelegd aan regeringen. Minder dan 10 procent daarvan werd opgehelderd. In 2014 maakte de VN-werkgroep melding van in totaal meer dan 43.000 ‘gedwongen verdwijningen’ in 88 verschillende landen. Omdat het misdrijf van gedwongen verdwijning niet verjaart, blijven de verdwijningen gedurende jaren of zelfs decennia in de aandacht van de VN-werkgroep en van mensenrechtenorganisaties. Landen met de grootste aantallen onopgehelderde zaken waren Irak, Sri Lanka, Argentinië, Guatemala, Peru en El Salvador. 

Verdwijningen: VN-verdrag

Sinds de jaren tachtig is geijverd voor een bindend VN-verdrag inzake verdwijningen. De VN aanvaardden in februari 2007 het ‘Internationaal verdrag voor de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijningen’. Het verdrag verplicht staten om alle gevangenen in officieel erkende gevangenissen onder te brengen, om officiële registers en gedetailleerde gegevens van alle gevangenen bij te houden, om alle gevangenen toestemming te geven contact te houden met hun familie en hun advocaat en om toegang te verlenen aan de bevoegde autoriteiten.

Dit verdrag, dat zowel in vredes- als in oorlogstijd van toepassing is, stelt het Rode Kruis in staat de gedetineerden die het bezoekt beter te beschermen tegen de risico’s van incommunicado-detentie. Het is een extra wettelijk instrument om te voorkomen dat gevangenen die opgesloten worden, in het kader van een gewapend conflict `verdwijnen’.

Verdwijningen: Amnesty’s aanpak

Amnesty vraagt altijd eerst om informatie over de verblijfplaats van de ‘verdwenen’ persoon, om garanties over de bescherming van de persoonlijke integriteit en om de reden van arrestatie. Wanneer die informatie verkregen is, vraagt Amnesty minimaal om voorgeleiding aan de rechter in een eerlijk proces. Wanneer personen worden vermist na een ontvoering door een gewapende politieke groepering, vraagt Amnesty om informatie over het lot en de verblijfplaats van de vermiste personen. Amnesty is opgekomen voor degenen die slachtoffer werden van verdwijning in tientallen, en steunt familieleden en mensenrechtenverdedigers die opheldering en berechting van de verantwoordelijken eisen.

Nacht und Nebel

In december 1941 vaardigde de Duitse veldmaarschalk Wilhelm Keitel een decreet over verdwijningen (Nacht und Nebel) uit: ‘Gevangenen moeten in het geheim naar Duitsland worden getransporteerd… Dit heeft een afschrikkend effect omdat de gevangenen zonder een spoor zullen verdwijnen. Geen enkele informatie mag worden verstrekt over hun verblijfplaats of lot.’