Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Culturele rechten, cultuurrelativisme en mensenrechten

Culturele rechten vallen samen met sociaaleconomische rechten. Cultuurrelativisme is het idee dat bepaalde gebruiken in andere culturen niet als schendingen van mensenrechten worden ervaren.

Culturele rechten vallen samen met de sociaaleconomische rechten onder het VN-verdrag EcSoCu uit 1966.

Culturele rechten houden in dat iedereen recht heeft op:

  • Het deelnemen aan de cultuur van zijn gemeenschap of andere culturen.
  • Bescherming van cultureel erfgoed.
  • Bescherming van culturele producten, zoals artistiek of wetenschappelijk werk.
  • Een samenleving of staat die culturele diversiteit helpt ontwikkelen.
  • Vrijheid van samenwerking met culturele initiatieven waar ook ter wereld.

Culturele rechten laten zich gelden op het terrein van onder meer:

  • Taal, zowel gesproken als op schrift.
  • Religieus en artistiek werk van een bepaalde gemeenschap, zoals tempels, muurschilderingen, gebruiken en rituelen.
  • Literair en wetenschappelijk werk, dat in vrijheid moet kunnen worden gecreëerd en waarvoor de auteur auteursrecht kan opeisen.
  • Beeldende kunst, uitvoerende kunsten en muziek, die door de overheid gefaciliteerd moeten worden.
  • Kleding, haardracht, leefstijl en omgangsvormen, die vaak een uiting zijn van een bepaalde gemeenschap of culturele groep.
  • Informatietechnologie, die zonder discriminerende beperkingen beschikbaar moeten zijn.
  • Opvoeding en de overdracht van bepaalde waarden en overtuigingen.
  • Ideeën, slogans en vormen van organisatie en mobilisering.

Culturele rechten mogen niet worden gebruikt om schendingen van mensenrechten, zoals discriminatie of inbreuk op zelfbeschikking, te gedogen of goed te keuren. Het auteursrecht mag ook niet zó dwingend zijn dat het de ontwikkeling van cultuur en wetenschap in de weg staat.

Een artikel uit het International Social Science Journal (1998) geeft een overzicht van plaats van culturele rechten in internationaal recht.

Cultuurrelativisme

Cultuurrelativisme is het idee dat bepaalde gebruiken in andere culturen niet als schendingen van mensenrechten worden ervaren. Vrouwenbesnijdenis of het verbranden van weduwen, maar bijvoorbeeld ook de doodstraf of lijfstraffen, worden in bepaalde culturen als ‘normaal’ beschouwd omdat ze heel verbreid zijn, door grote groepen van de bevolking worden gesteund, door de overheid gesteund worden of niet bestreden, enzovoort. Aanhangers van cultuurrelativisme vinden dat men de eigen normen niet aan andere culturen mag opdringen.

Bezwaren tegen cultuurrelativisme

Er zijn belangrijke bezwaren tegen cultuurrelativisme. Door alle culturen en tradities als ‘gelijkwaardig’ te beschouwen, maak je het onmogelijk kritiek te oefenen op praktijken die schadelijk zijn voor welzijn en mensenrechten. Culturen zijn nooit eenvormig: binnen een bepaalde cultuur zijn er altijd mensen die sterk afwijkende meningen hebben, zodat je moeilijk kunt spreken van een ‘Aziatische’ of ‘Chinese’ of ‘Afrikaanse’ opvatting van mensenrechten.

Vaak wordt de mening van een regering ten onrechte gelijkgesteld aan de mening die (alle) inwoners van het land zouden delen. En door het internationaal recht komen er steeds meer internationale normen, waardoor een beroep op cultuurrelativisme steeds minder overtuigend wordt en  het beginsel van universaliteit de overhand heeft gekregen.

Culturele rechten: Amnesty’s visie

Amnesty erkent dat gemeenschappen hun eigen invulling geven aan omgangsnormen, gebruiken en tradities, maar stelt dat inzake de mensenrechten het beginsel van universaliteit altijd voorrang heeft. Zo is het verbod op vrouwenbesnijdenis inmiddels als universeel principe erkend door organisaties waaronder de VN. Geregeld hebben regeringen zoals die van China, Iran, Maleisië en Indonesië de universaliteit van mensenrechten aangevochten. Ze hebben gepleit voor aanpassing van de Universele Verklaring. Zo’n aanpassing kwam er niet. Er is alleen bevestigd, onder meer door de VN-Wereldconferentie over Mensenrechten in 1993, dat lokale tradities `in acht moeten worden genomen’.