Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Geloof, godsdienst en mensenrechten

Tussen de termen geloof, religie en overtuiging is geen scherp onderscheid. Godsdienst is een geloof beleden binnen een bepaalde (kerk)gemeenschap.

Tot de wereldgodsdiensten behoren onder meer het boeddhisme, het christendom, het hindoeïsme, de islam en het joodse geloof, in onderscheid van niet-godsdienstige overtuigingen zoals communisme, humanisme en socialisme. Behalve de islam zijn alle wereldgodsdiensten meer dan tweeduizend jaar oud. Volgens het VN-verdrag (BuPo) moet geloof individueel of in gemeenschap kunnen worden beleden en onderwezen, maar mag een staat wettelijke beperkingen aanbrengen op grond van bijvoorbeeld de openbare orde. Ouders mogen voor hun kinderen een opvoeding kiezen die recht doet aan hun geloof. Dit alles geldt net zo voor een overtuiging of levensbeschouwing. De vrijheid tot het hebben van een geloof of overtuiging valt onder de niet-opschortbare rechten. Maar uiting geven aan je geloof of aan een godsdienstige activiteit deelnemen valt onder de categorie van de vrijheid van meningsuiting, die minder absoluut is beschermd. Zo mag volgens internationaal recht de vrijheid van godsdienst niet worden misbruikt voor discriminatie of haatzaaien en mag de nationale wet grenzen stellen aan de godsdienstuitoefening (zie hieronder ‘Godsdienstvrijheid in Nederland’).

Geloof en religieuze onverdraagzaamheid

Een speciale rapporteur over religieuze onverdraagzaamheid, door de VN aangesteld in 1986, deed verslag van talloze maatregelen en praktijken als het verbieden van erediensten, inbeslagname van religieuze voorwerpen en literatuur, verbod op religieus onderwijs en het uitspreken van doodvonnissen over ketters. De rapporteur beval aan dat niet alleen de rechten van gelovigen, maar ook van niet-gelovigen zoals atheïsten en vrijdenkers beschermd moeten worden tegen discriminatie.Vooral aanhangers van fundamentalisme in de godsdienst leggen de godsdienstvrijheid sterk aan banden. In de strenge interpretatie van de wetgeving van de islam (sharia) staat op godslastering (blasfemie) de doodstraf. Ook is het een moslim verboden tot een andere godsdienst over te gaan of met een partner van een andere godsdienst te trouwen. Met name de communistische landen kenden of kennen bepalingen die godsdienstige propaganda verbieden. In China is er wel geloofsvrijheid, maar geen godsdienstvrijheid: men mag bijvoorbeeld slechts katholiek zijn binnen de ‘patriottische kerk’; de rooms-katholieke kerk is verboden.

Godsdienstvrijheid in Nederland

In de Nederlandse Grondwet geldt het recht op vrijheid van godsdienst ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’. De Hoge Raad bepaalde dat de vrijheid van godsdienst niet inhoudt dat men zich naar eigen inzicht mag onttrekken aan bijvoorbeeld het betalen van bepaalde belastingen. Artikel 6 van de Grondwet garandeert het vrijelijk belijden van godsdienst en levensovertuiging, maar dat recht kan ‘ buiten gebouwen en besloten plaatsen’ aan banden worden gelegd ‘ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden’. Volgens een uitspraak uit 2016 van het Europees Mensenrechtenhof mag een bedrijf een werkneemster verbieden een hoofddoek te dragen. Als het verbod gebaseerd is op een bedrijfsreglement waarin staat dat zichtbare politieke of religieuze symbolen niet zijn toegestaan, kan zo’n verbod gerechtvaardigd zijn. Dat geldt ook voor scholen.

Geloof: Amnesty’s visie

Amnesty zet zich in voor de vrijheid van meningsuiting, geloof en overtuiging. Mensen mogen nooit worden vervolgd vanwege het vreedzaam belijden of uitdragen van hun geloof. De wet mag alleen beperkingen stellen aan godsdienstuitoefening voor zover dat vanwege de openbare orde duidelijk nodig is. Een godsdienst (of en groep binnen een godsdienst) mag mensen geen plichten opleggen die strijdig zijn met de mensenrechten, zoals de dwang tot bekering of geweld tegen ongelovigen. Een godsdienst mag geen vrijbrief zijn voor haatzaaien: het oproepen tot discriminatie en geweld. Religieuze leiders en gemeenschappen moeten, zoals het verwoord is in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, bijdragen aan de verwezenlijking van de mensenrechten. Daarom roept Amnesty hen op tot het uitdrukkelijk verwerpen van de doodstraf, geweld tegen vrouwen, rassendiscriminatie, religieuze onverdraagzaamheid en andere mensenrechtenschendingen.

Fundamentalisme

Oorspronkelijk was fundamentalisme de benaming voor een conservatieve beweging in het Amerikaans protestantisme in de 19e eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog ontplooide de beweging zich vooral als een anticommunistische, evangelische stroming, die werd vertegenwoordigd door predikanten als Billy Graham. Fundamentalisme was ook te vinden bij de Zuid-Afrikaanse Nederduits Gereformeerde Kerk, die apartheid verdedigde als de wil van God. Fundamentalisme komt heden ten dag voor in alle godsdiensten. De fundamentalistische aanhangers van de islam worden ‘islamisten’ genoemd. Fundamentalistische opvattingen zijn vaak strijdig met de mensenrechten, zoals in de ideeën over de ondergeschikte positie van de vrouw, de verkettering en vervolging van degenen die geen of een andere godsdienst zijn toegedaan, en de weigering om het gezag van internationale verdragen te erkennen. 

De fundamentalistische islam (of een fundamentalistische stroming in een andere godsdienst) kan niet gelijk worden gesteld met terrorisme en zelfmoordaanslagen. Sommige fundamentalisten nemen inderdaad hun toevlucht tot geweld, maar er zijn veel fundamentalisten die langs vreedzame weg hun overtuiging uitdragen.

Christendom en mensenrechten

Het christendom is een godsdienst die 2000 jaar geleden in Judea werd gevestigd door Jezus van Nazareth. Na drie eeuwen van vervolging werd het de officiële religie van het Romeinse rijk en verspreidde zich snel door de wereld. Nu is het de grootste wereldgodsdienst met circa één miljard aanhangers (vooral rooms-katholieken). Bepaalde concepten van het christelijk geloof zijn van grote invloed geweest op de formulering van mensenrechten, zoals de waardigheid en waarde van het individu, respect voor de persoon, liefde voor de medemens en verzet tegen onrecht.

De christelijke opvatting over mensenrechten is gebaseerd op Bijbelteksten als die van de profeet Jesaja (58:1-11), waarin God oproept de verdrukten van hun juk te bevrijden, brood te delen met de hongerigen, de naakten te kleden en de daklozen in huis te nemen. Volgens het woord van Jezus is al wat men voor een ander mens doet, voor God gedaan.

In de middeleeuwen toonde de katholieke kerk zowel zeer repressieve trekken (zoals in de tijd van de inquisitie) als mededogen met het lijden van armen en onderdrukten (zoals in het werk van de H. Franciscus, 1181-1226). De christelijke kerk speelde in de 19e eeuw een belangrijke rol in de afschaffing van de slavernij, en in de 20e eeuw onder meer in de vredesbeweging, de humanitaire hulp in oorlogstijd, de hulp aan armen, ontwikkelingshulp en democratische processen in derdewereldlanden.

In 1999 sprak paus Johannes Paulus II zich in een toespraak tot de Amerikaanse volk uitdrukkelijk uit ‘voor het leven’: geen abortus en euthanasie, maar ook geen doodstraf. Het christelijk fundamentalisme staat vaak op gespannen voet met de mensenrechten, als een vorm van religieuze onverdraagzaamheid die niet-christenen discrimineert en die zich boven de normen van mensenrechten voelt staan.

Paus Franciscus, aangetreden in 2013, heeft uitgesproken dat de katholieke kerk zich minder zou moeten uitspreken over zaken als abortus en homoseksualiteit, en dat priesters daarvoor meer open zouden moeten staan. Hij veroordeelt de verwaarlozing van kwesties aangaande de hulp voor armen, gemarginaliseerde mensen, vluchtelingen en migranten.

Christelijk geïnspireerde ngo’s

Tot de christelijk geïnspireerde niet-gouvernementele organisaties voor mensenrechten behoren Justice and PeacePAX, de Quakers en de Wereldraad van Kerken. Tot de bekendste christelijk geïnspireerde activisten voor mensenrechten behoren Leonardo Boff (Brazilie), Joachim Gauck (Duitsland), Martin Luther King (VS), Martin Niemöller, Albert Schweitzer en Dorothee Sölle (Duitsland), Oswaldo José Payá Sardiñas (Cuba), Oscar Romero (El Salvador), Camilo Torres (Colombia) en Desmond Tutu (Zuid-Afrika).

Islam

De islam is een van de wereldgodsdiensten. Met circa 1,6 miljard gelovigen is het in grootte de tweede religie ter wereld, na het christendom. De islam is een godsdienst waarvoor de grondslag werd gelegd door de profeet Mohammed (570-632). Het woord ‘islam’ betekent onderwerping of overgave aan God (Allah). De godsdienst is gebaseerd op het boek van de Heilige Koran, dat aan Mohammed zou zijn geopenbaard. Er bestaan vele richtingen binnen de islam; de bekendste zijn de sjiieten en de soennieten. Over geen religie is in verband met de mensenrechten de laatste jaren zo veel discussie gevoerd als over de islam. Degenen die de vrijheid van godsdienst verdedigen en de islam zien als een wezenlijk vreedzame godsdienst staan vaak lijnrecht tegenover hen die in de islam een ideologie zien die op veel punten strijdig zou zijn met mensenrechten en democratie. De islam breidde zich in de eerste eeuwen uit van Spanje tot ver in Azië, maar werd in de 16e en 17e eeuw teruggedrongen. In de tweede helft van de 20e eeuw, toen de landen van het Midden-Oosten weer onafhankelijk werden, kwam er een nieuwe opleving waarin de islam zich ook als politieke kracht ontwikkelde. Als zodanig is de islam nu een dominante of belangrijke factor in het Midden-Oosten, Midden- en Zuid-Azië, Indonesië, Noord-Afrika en in gemeenschappen van immigranten in het Westen. De islam telt wereldwijd ongeveer 1,6 miljard aanhangers.

Verspreidt de islam een boodschap van verdraagzaamheid?

Ideeën die er in belangrijke islamstromingen over mensenrechten zijn, benadrukken de gelijkheid van mensen ongeacht ras, religie, nationaliteit of status. Volgens de Koran is geen volk superieur aan enig ander. De mens is heilig en mag niet worden gedood, behalve als uitvloeisel van een wettig proces. Er ‘bestaat geen dwang in religie’ en de verscheidenheid van religies is door God gegeven. Rechtvaardigheid moet altijd de overhand hebben boven haat. Volgens de islam is de mens geschapen met een natuurlijk vermogen om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden. Zonder dat vermogen zouden begrippen als keuzevrijheid en geweten zinloos zijn. De menselijke neiging tot het goede wordt ondersteund door geloof en godsbesef. De neiging tot het kwade wordt daarentegen gevoed door zelfzuchtigheid en het ontkennen van hogere waarden. Het is volgens de Koran niet meer dan rechtvaardig dat het leven en welzijn en bezit van anderen worden gerespecteerd, evenals hun goede naam. Ook de relaties tussen mensen verdienen respect, of het nu gaat om man en vrouw, ouders en kinderen, familieleden, medemoslims of zo maar buren. Ongerechtvaardigd geweld tegen anderen moet worden gestraft, maar de straf mag nooit zwaarder zijn dan het misdrijf zelf. Het principe van wederkerigheid is waardevol, maar nog waardevoller is het te vergeven en genade te tonen.

De repressieve en gewelddadige opvattingen van de islam, zoals in bepaalde fundamentalistische stromingen, zijn minder gebaseerd op de Koran dan op latere interpretaties in de sharia (islamitische wet). Dergelijke interpretaties schrijven onder meer bepaalde kleding (sluier, hoofddoekje) voor. Ze stellen strenge straffen (waaronder de doodstraf, lijfstraf, amputatie en andere vormen van marteling), op onder meer godslastering, afvalligheid, blasfemie, pornografie en prostitutie. Ze keuren eerwraak goed. Specifieke richtingen in de islam steunen ook het terrorisme en de zelfmoordaanslagen van de jihad (heilige oorlog tegen ongelovigen). Anders dan bijvoorbeeld de rooms-katholieke kerk kent de islam geen centrale geloofsautoriteit. Daarom kunnen mensen met zeer uiteenlopende opvattingen gemakkelijker stellen dat zij in naam van ‘de’ islam handelen.

Is de hoofddoek een islamitische verplichting? De Koran schrijft aan zowel man als vrouw ‘zedige’ kleding voor. De Koran zegt: ‘O Profeet, zeg tegen uw vrouwen en uw dochters en de vrouwen van de gelovigen, dat zij hun omslagdoeken om zich heen doen, zodat zij gekend worden en niet worden lastiggevallen.’ Maar islamgeleerden verschillen van mening over de verplichting voor vrouwen om een hoofddoek te dragen. Het gebruik zou moeten afhangen van tijd, plaats en omstandigheden. De boerka wordt alleen door heel specifieke islamgroepen gepropageerd.

Het ‘beledigen’ van de islam is geen misdrijf  in het Nederlands strafrecht. Het wordt gerekend tot de vrijheid van meningsuiting dat je je vrijelijk kunt uiten over een andere mening, godsdienst of overtuiging. Welke bewoordingen je in die kritiek toelaatbaar vindt, is een kwestie van ethiek of fatsoen, niet van het recht. Het is wel strafbaar als je een oproep doet tot haat of geweld tegen een bepaalde bevolkingsgroep, bijvoorbeeld moslims.

Het Europese Hof over islamitisch recht

In 2001 bevestigde het Europese Hof voor Mensenrechten een door Turkije uitgevaardigd verbod van een fundamentalistische islampartij, omdat bepaalde bepalingen van de sharia niet in overeenstemming zijn met internationale normen van mensenrechten. De samenvatting van de uitspraak zegt dat ‘de islamitische wetgeving volgens de sharia in schril contrast staat tot de waarden die in het Europees Mensenrechtenverdrag zijn vervat’. Het was een belangrijke uitspraak, omdat voor het eerst door een internationaal hof het sharia-recht werd veroordeeld. In enkele landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, is geëxperimenteerd met islamitisch recht (voor moslims, als die daarom verzoeken) naast het nationale burgerlijk recht. Dat leidde tot veel controverse en publieke ophef, vooral in zaken waar de positie van de vrouw in het geding was.

De doodstraf in de islam

Zeker niet in alle landen met een moslimmeerderheid. De doodstraf is afgeschaft of wordt al langer dan 25 jaar niet meer uitgevoerd in onder meer Algerije, Djibouti, Marokko, Mauritanië, Turkije en Tunesië. Wel zijn landen waar de meerderheid van de bevolking moslim is sterk oververtegenwoordigd onder de landen waar de doodstraf nog wordt toegepast. Alleen in deze landen wordt de doodstraf opgelegd voor religieuze ‘misdrijven’, vooral het verlaten van de islam. Strikt genomen kan de noodzaak om de doodstraf op te leggen niet worden ontleend aan de Koran. Maar de meest gebruikte Nederlandse vertaling van de Koran (Islamitisch Cultureel Centrum, 1996) heeft een voetnoot die een inhoudelijke toevoeging van de redacteur is (bij Soera 24 vers 2): ‘Voor overspel begaan door getrouwde personen is de straf steniging tot de dood erop volgt… Dit behoort tot de misdaden waarvan de bestraffing in het islamitisch strafrecht is vastgesteld.’

Mensenrechtenverdedigers in islamitische landen

Uit de islamlanden komen steeds meer mensenrechtenverdedigers naar voren. Voorbeelden zijn de zussen Asma Jahangir en Hinah Jilani (Pakistan), beiden advocaat en beiden werkzaam geweest als speciale VN-rapporteur. Asma Jahangir kreeg de Martin Ennals Award voor mensenrechtenverdedigers, evenals onder anderen Jacqueline Modeïna (Tsjaad), Aktham Naisse en Muhannad Al-Hassani (Syrië), Mutabar Tadjibaeva  (Oezbekistan), Emadeddin Baghi (Iran), Ahmed Mansoor (Verenigde Arabische Emiraten) en Mohamed Zaree (Egypte). Shirin Ebadi (Iran) kreeg de Nobelprijs voor de Vrede , evenals onder anderen Tawakkul Karman (Jemen), Malala Yousefzai (Pakistan) en de organisaties van het Tunesisch Nationaal Kwartet voor de Dialoog. De Sacharovprijs van het Europees Parlement is uitgereikt aan onder anderen Salima Ghezali (Algerije), Taslima Nasrin (Bangladesh, Izzat Ghazzawi (Palestina), Hauwa Ibrahim (Nigeria), Salih Mahmoud Osman (Soedan), Asmaa Mahfouz (Egypte), Ahmed al-Senussi (Libië), Razan Zaitouneh (Syrië),  Mohamed Bouazizi (Tunesië), Jafar Panahi en Nasrin Sotoudeh (Iran), Malala Yousafzai (Pakistan), Raif Badawi (Saudi-Arabië), Nadia Murad Basee  en Lamiya Aji Bashar (Irak).