Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Geschiedenis van de mensenrechten

Het is lastig om vast te stellen wanneer mensenrechten ‘zijn begonnen’. Dat komt omdat het begrip ‘mensenrechten’ binnen verschillende contexten gedefinieerd kan worden.

Het begrip ‘mensenrechten’ wordt binnen drie verschillende contexten gebruikt. Vandaar dat de geschiedenis van de mensenrechten niet eenduidig is.

  • Context 1: Ideeën over de grondslag van de menselijke waardigheid en mensenrechten. Die werden, en worden nog altijd, ontwikkeld in de filosofie van de mensenrechten.
  • Context 2: De praktijk van wettelijke normen en sancties die in de loop der eeuwen leidde tot het internationaal recht en de overige normstelling van intergouvernementele organisaties.
  • Context 3: Individuen en organisaties stellen misstanden (schendingen van mensenrechten) aan de kaak, vroeger in het werk van geschiedschrijvers en pamflettisten, tegenwoordig vooral door niet-gouvernementele organisaties (ngo’s).

Geschiedenis van de mensenrechten in zes fases

  1. Rechtsbeginselen: De grondslag van ideeën over menselijke waardigheid, zoals vastgelegd in de diverse vormen van godsdienst (de huidige wereldgodsdiensten ontstonden vanaf ongeveer 600 v.C.). Gelijktijdig werden beginselen van het recht vastgelegd in de oudste wetboeken, zoals dat van de Babylonische koning Hammoerabi (1750 v.C.) en in andere codificatie.
  2. Gelijkheid: Het idee dat voor alle mensen gelijkheid van rechten geldt, zoals voor het eerst ontwikkeld door de Griekse Stoa-filosofie (300 v.C.). Daarmee werd het onderscheid tussen ‘beschaafde mensen’ en ‘barbaren’ naar de achtergrond gedrongen.
  3. VolksvertegenwoordigingDe praktijk van een volksvertegenwoordiging waaraan het bestuur van een land verantwoording schuldig is. Deze bestond op kleine schaal in onder meer Athene in de 6e-5e eeuw v.C., en kreeg in Europa haar moderne vorm met de Engelse Magna Carta van 1215, die als het beginpunt van de parlementaire democratie wordt beschouwd, en de Bill of Rights (1689). Belangrijk was het vastleggen van de erkenning van ieder persoon door de wet, zoals in de Engelse wet op habeas corpus (1679). Binnen de democratie werden aanvankelijk vooral de vrijheidsrechten en participatierechten ontwikkeld. Ook werden de beginselen van de rechtsstaat en de rechtvaardige oorlog geformuleerd, en werden de eerste ideeën ontwikkeld over geweldloze weerbaarheid, onder meer door de Quakers.
  4. VerlichtingDe Britse filosoof John Locke (1632-1704) gebruikte in 1690 voor het eerst de term mensenrechten (Rights of Man). De mensenrechten speelden vanaf de 18e eeuw een belangrijke rol in de Verlichting. De term kreeg concrete betekenis in pamfletten van de Brits-Amerikaanse schrijver Thomas Paine (1737-1809), in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) en in de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens (1789). Pogingen om de mensenrechten speciaal ook voor vrouwen te doen gelden, zoals van de Franse schrijfster Olympe de Gouges (terechtgesteld in 1793) en de Engelse schrijfster Mary Wollstonecraft (1759-1797), hadden vooralsnog weinig succes.
  5. Sociaaleconomische rechten:  Onder druk van de vakbeweging werden inde 19e eeuw de  sociaaleconomische rechten vastgelegd. Tegelijkertijd ontstond een wereldwijde beweging tegen de slavernij en het kolonialisme.
  6. Internationale normen: De vastlegging van internationale rechten en normen in het internationaal recht, op grond van het beginsel van universaliteit, werd vooral bevorderd door internationale ngo’s en heeft sinds 1948 de Universele Verklaring als uitgangspunt.

Zijn mensenrechten zo oud als de beschaving?

Er is veel te zeggen voor de stelling dat mensenrechten zo oud zijn als de beschaving. Vanaf de vroegste tijden, bijvoorbeeld in Mesopotamië rond 1750 v.Chr., zijn er wetten op schrift gesteld (of in steen gehakt) waarin je de eerste tekenen kunt bespeuren van wat nu ‘de mensenrechten’ worden genoemd.

Er waren bijvoorbeeld wetten die voorschreven

  • dat mensen moeten worden beschermd door het recht;
  • dat de macht van een heerser door wetten aan banden wordt gelegd, zodat hij niet naar willekeur met zijn onderdanen kan omspringen;
  • dat sommige groepen en categorieën bijzondere bescherming verdienen, zoals vrouwen en kinderen en vreemdelingen;
  • dat zelfs slaven niet zomaar mogen worden mishandeld, en
  • dat rechtbanken vrij moeten zijn van corruptie en willekeur.

Om andere redenen zou je die oude wetten echter niet onder ‘de mensenrechten’ moeten scharen. Ten eerste waren ze niet universeel: ze golden voor een bepaalde staat of samenleving, niet voor de mensheid als geheel. Ten tweede hielden ze grove ongelijkheid in stand: er was bijvoorbeeld geen sprake van dat een vorst, een vrije burger en een slaaf dezelfde rechten zouden hebben. Ten derde stonden in die oude wetten heel veel fundamentele rechten niet genoemd, zoals het recht om in alle omstandigheden gevrijwaard te blijven van marteling.

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

Pas in 1948 kwam het tot een echte wereldwijd geldende verklaring: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Die is in wezen niks anders dan de uitwerking van een gedachte uitwerken die al sinds mensenheugenis bestond. Er zijn fundamentele rechten – mensenrechten dus – nodig, omdat zonder die rechten de samenleving niet kan bestaan. Een samenleving die willekeur toestaat, in de vorm van bedrog of contractbreuk of willekeurig geweld of lukraak moorden, vormt een gevaar voor zichzelf.

Historici en filosofen hebben geprobeerd vast te stellen welke rechten, waarden of ‘deugden’ van alle tijden zijn. Op hun lijstjes komen vaak beginselen voor als: gij zult niet liegen, niet stelen, niet moorden, niet zonder reden geweld gebruiken. Er is zelfs een hele filosofische discipline aan gewijd, de virtue studies. Of die filosofen ooit overeenstemming zullen bereiken is zeer de vraag. Voor elk soort beginsel zijn wel uitzonderingen te bedenken (je mag wél doden uit zelfverdediging, je mag soms wél liegen om anderen te beschermen). De Universele Verklaring is dan ook geen ‘logische’, filosofisch goed onderbouwde tekst. De mensenrechten zijn geen wetmatigheden en axioma’s zoals die in de wiskunde bestaan. Ze zijn normen die de loop van de tijd heeft voortgebracht en die in de loop der tijd kunnen veranderen.