Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Verlichting en mensenrechten

De Verlichting was een beweging in de filosofie en kunst die zich in de laat-17e en 18e eeuw over heel Europa verspreidde.

De belangrijke denkers van de Verlichting hadden gemeen dat zij veronderstelden dat de mens zich kan verwezenlijken zonder tussenkomst van de kerk. De wet moest worden getoetst aan de rede en het natuurrecht. De wet was geen willekeurig bedenksel van mensen, maar kon worden ontdekt uit de natuurwetten door middel van de rede.

David Hume

Wetshervorming hield in dat oude wetten moesten worden aangepast aan de rede. David Hume (1711-1776), een Schotse filosoof, was een uitgesproken sceptisch denker, die hoge waarde hechtte aan gezond verstand. Zijn invloed werkt door op moderne ideeën over mensenrechten waarin rechten en vrijheden worden gezien als door de mens bepaald en niet van ‘natuurlijke’ of goddelijke oorsprong. Hume geloofde niet in het natuurrecht, maar meende dat alleen mensen de wetten maakten. Die opvatting beïnvloedde de grondwetten van onder Pruisen, Oostenrijk en Frankrijk, en leidde in enkele landen tot afschaffing van de doodstraf.

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

Andere belangrijke denkers van de Verlichting waren onder anderen Baruch de Spinoza (1632-1677), Voltaire (1694-1778), Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) en Immanuel Kant (1724-1804). Sporen van Kants denken zijn onder meer te vinden in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948). Artikel 29 van die verklaring zegt dat ‘beperkingen uitsluitend kunnen worden opgelegd ter verzekering van de onmiskenbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen’ (ethiek).

Het ontbreken van een ‘verlichting’ of de onderdrukking van verlichte denkers wordt vaak gezien als een van de redenen dat men in de niet-westerse wereld, met name in de landen van de islam, vaak vast blijft houden aan tradities die in strijd zijn met de mensenrechten.