Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Slavernij en mensenrechten

Slavernij is onvrije arbeid, waarvan het resultaat geheel of gedeeltelijk moet worden afgestaan en waarbij de werker lijfelijk eigendom is van de meester.

Verwante, maar minder strikte vormen van slavernij zijn horigheid, lijfeigenschap en schuldslavernij. In deze vormen is vaak een eerdere, soms vóór de geboorte van de werker ontstane schuld of contractuele verplichting de grond voor de verplichting tot arbeid ten behoeve van een bepaalde meester. Slavernij komt ook voor als dwangarbeid bij (krijgs)gevangenen.

Internationaal recht over slavernij

Bij een verdrag dat de koloniale mogendheden in 1890 in Brussel sloten, werden slavernij en slavenhandel tot misdrijven tegen de mensheid verklaard. In 1920 werd door het internationaal Verdrag tegen slavernij elke vorm van slavernij verboden, zonder dat het begrip echter nauwkeurig werd omschreven. Het ILO-verdrag van 1930 verbiedt slavernij en dwangarbeid. ILO-verdrag 105 uit 1957 veroordeelt vijf omschreven vormen van dwangarbeid. In Afrika bestaan her en der nog geïsoleerde gevallen van ‘klassieke’ slavernij, vooral onder de nomaden van de Sahara.

Sommige auteurs menen dat er in de hedendaagse wereld zo’n 200 miljoen slaven zijn. Zij duiden daarmee op al degenen, vooral vrouwen en kinderen in ontwikkelingslanden, die door contracten en horigheid tot bepaald werk voor bepaalde werkgevers zijn gedwongen (sekstoerisme). Andere schattingen van slavernij, waarin alleen de werkelijk gedwongen vormen van werk zijn geteld, komen op ongeveer 28 miljoen. De VN-conferentie tegen racisme (2001) veroordeelde slavernij als een der misdrijven tegen de menselijkheid, maar legde staten geen juridische verplichting tot compensatie voor slavernij uit het verleden op. Hedendaagse slaven komen internationaal-rechtelijk wel voor compensatie in aanmerking.

Geschiedenis van de slavernij

Athene had rond 600 v.C. tienduizenden slaven, meestal krijgsgevangenen en slachtoffers van mensenroof in minder ontwikkelde gebieden. De meesten werkten in de landbouw en de mijnen. In Rome beschikten rijke burgers vaak over honderden huisslaven, zelfs in beroepen als arts en leraar. Aan het eind van de 1e eeuw zouden er in Italië twee keer zoveel slaven als vrijen zijn geweest. De strikte vorm van slavernij verdween met de val van het Romeinse Rijk. Ze keerde terug na de ontdekking van Amerika (1492), waar eerst de inheemse bevolking als slaven werden gebruikt en later tot slaaf gemaakte inwoners uit Afrika werden geïmporteerd. Naar schatting zijn 1,5 miljoen Afrikanen in de 19e eeuw als slaaf naar Spaans-Amerika overgebracht, 1,5 miljoen naar het Caraïbisch gebied, 3,5 miljoen naar Brazilië en 400 duizend naar Noord-Amerika.

In nazi-Duitsland en in de Sovjet-Unie onder Stalin bestond slavernij op grote schaal. Grootschalige dwangarbeid kwam later voor in onder meer Indonesië (politieke gevangenen), Democratisch Kampuchea (het huidige Cambodja, 1975-1978), China en Vietnam (heropvoedingskampen), Myanmar en andere communistische staten. Het leed veroorzaakt door slavernij kan een leven lang duren, net zoals trouwens de strijd om herstel. Naar schatting 200 duizend vrouwen uit heel Azië werden tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Japanse keizerlijk leger gedwongen te werken in militaire bordelen. Deze ‘troostmeisjes‘ begonnen pas vanaf eind jaren tachtig erkenning op te eisen voor de gewelddadigheden die zij hadden ondergaan.

Slavernij en abolitionisme

Het abolitionisme (beweging tot afschaffing van de slavernij) ontstond toen de Quakers in de Amerikaanse staat Pennsylvania de slavernij afschaften. William Lloyd Garrison stichtte in 1833 de American Anti-Slavery Society op, die onder meer ontsnapte slaven uit het zuiden hulp bood. Harriet Beecher-Stowe’s boek Uncle Tom’s Cabin (1852) maakte veel sentimenten los. De strijd tussen voorstanders van afschaffing (in het noorden) en tegenstanders (in het zuiden) werd een hoofdelement van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-65). Een groot deel van het verzet tegen slavernij kwam overigens minder voort uit morele overtuiging dan uit de conclusie dat slavernij economisch onwenselijk was.

In Engeland richtte de Quaker William Wilberforce in 1839 de Anti-Slavery Society op. Deze organisatie, nu de langst functionerende mensenrechtenorganisatie ter wereld, richt zich tegenwoordig niet alleen tegen restanten van slavernij zoals in Afrika, maar ook tegen schuldhorigheid (Engels: bonded labour), praktijken die schadelijk zijn voor vrouwen en kinderen, zoals vrouwenbesnijdenis en kinderarbeid, en onmenselijke arbeidsomstandigheden waar ook ter wereld. De afschaffing van de slavernij werd een feit in Engeland (1833), Frankrijk (1848), de VS en Nederland (1863). In 2002 werd in het Amsterdamse Oosterpark een monument geplaatst ter herinnering aan het lot van de door Nederlanders verhandelde slaven.

Historisch varieerde de mate van slavernij sterk. Onder het ‘totalitaire’ regime van de Egyptische farao’s waren er nauwelijks slaven (de piramiden werden vooral door betaalde arbeiders gebouwd), maar in het ‘democratische’ Athene van de 5e eeuw v.C. was naar schatting een kwart van de bevolking slaaf.

Hedendaagse slavernij

Slavernij komt ook nu nog voor. De Anti-Slavery Society noemt een aantal van ten minste twintig miljoen mensen die in een vorm van horigheid leven. In zijn boek Disposable People (1999) beschrijft de Britse deskundige Kevin Bales de slavernij in de moderne wereld, waar er wellicht meer slaven zijn dan ooit tevoren – volgens hem 28 miljoen. Bales omschrijft twee algemene vormen van slavernij. De ‘oude’ slavernij was gebaseerd op bezit dat wettelijk werd erkend en op het onderscheid naar etnische en raciale kenmerken.Slaven waren duur en de relaties tussen slaven en slavenbezitters waren vaak voor lange tijd, soms van generatie op generatie.

De ‘nieuwe’ slavernij daarentegen is niet gebaseerd op officieel bezit, maar op andere wettige documenten, zoals contracten en schulden. Deze hedendaagse slaven zijn goedkoop, er is snel van hen af te komen, en het zijn eerder armen, kwetsbaren en ontheemden dan mensen met een bepaalde huidskleur of uit een bepaalde etnische groepering.

De hedendaagse slavernij omvat:

  • ‘Pure’ slavernij van een mens die aan een meester is verkocht en geen rechten heeft.
  • Schuldslavernij, gedwongen tewerkstelling bij een bepaalde meester vanwege eerdere, soms voor de geboorte van de werker ontstane schuld of contractuele verplichting.
  • Dwangarbeid met het oog op productie, in onder meer gevangenissen, werkkampen en krijgsgevangenschap.
  • Gedwongen werk en uitbuiting in de prostitutie, vooral jonge kinderen en slachtoffers van mensenhandel.
  • Werk onder dwang en in onmenselijke omstandigheden tegen geen of ongeregelde betaling, zoals minderjarige meisjes die in Chinese fabrieken worden ‘opgesloten’ en wier loon wordt achtergehouden.
  • Gedwongen werk en opsluiting voor huishoudelijke werksters, een praktijk die in het Midden-Oosten maar bijvoorbeeld ook in Europese hoofdsteden voorkomt.

Slavernij: Amnesty’s visie

Amnesty rapporteerde onder meer over slavernij in Mauritanië (2002). Amnesty ijvert voor het uitbannen van alle vormen van slavernij en van arbeid die in op slavernij gelijkende omstandigheden moet worden gedaan, bijvoorbeeld in werkkampen, in de prostitutie of in huishoudelijke arbeid.