Een activist van Amnesty demonstreert tijdens het bezoek van de Chinese premier Li Keqiang aan het Gemeentemuseum in Den Haag tegen de massale opsluiting van Oeigoeren in ‘heropvoedingskampen’ in de Chinese provincie Xinjiang.
© Pierre Crom

Mensenrechten in China

Mensenrechten zijn juridische verplichtingen die zijn vastgelegd in internationale verdragen, waarvan China er een hele reeks heeft ondertekend. De Chinese regering probeert die verplichtingen te ontlopen door zijn eigen ‘visie’ op mensenrechten te benadrukken.

Mensenrechten in de Chinese rechtscultuur

De term ‘mensenrechten’ dook voor het eerst op in China in het midden van de 19e eeuw. Maar pas vanaf het einde van die eeuw werden mensenrechten een onderwerp van discussie. China had net een verschrikkelijke nederlaag geleden tegen de westerse grootmachten in de Opiumoorlogen. Geleerden stelden het traditionele denken in China, voornamelijk de Confuciaanse traditie, ter discussie. Dat was volgens hen een belangrijke oorzaak geweest voor China’s nederlaag.

Men ging op zoek naar geschikte politieke middelen en theorieën om China te redden en het land weer terug te brengen naar een internationale machtspositie. Geleerden dachten dat rechten en vrijheden de mens konden emanciperen en bij hen de energie konden opwekken die nodig was voor de wederopbouw van de natie.

Loskomen van de traditie

Deze emancipatiegedachte en het idee dat mensenrechten zouden bijdragen aan sociale vooruitgang en modernisering bleef ook tijdens het eerste deel van de 20ste eeuw in zwang. In de jaren die volgden op het verdwijnen van het keizerrijk (1911) werden rechten en mensenrechten een centraal kenmerk van vele progressieve politieke en ethische theorieën. Daarmee werd er een frontale aanval uitgevoerd op de confucianistische traditie. Vele Chinezen wilden zich bevrijden van die traditie en van de druk van de familie, en hadden de behoefte om zich te profileren als autonome individuen die hun eigen leven in handen namen. Mensenrechten maakten deel uit van deze emancipatiegedachte van het individu.

Het Guomindang-regime

Tijdens het Guomindang-regime (1927–1949) hadden leiders weinig op met de mensenrechten. Wel was China actief bij de totstandkoming van de Verenigde Naties. China zond een grote delegatie naar de Verenigde Staten om daar het grondvest van de VN te bekrachtigen. Een vertegenwoordiger van de Guomindang hielp daarna ook mee aan het voorbereiden van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens; die werd in 1948 ook door China aanvaard.

Het portret van Mao Zedong hangt nog altijd boven de poort naar de Verboden Stad in Beijing
Het portret van Mao Zedong hangt nog altijd boven de poort naar de Verboden Stad in Beijing

De periode-Mao

De hedendaagse geschiedenis van de Volksrepubliek China wordt door historici meestal verdeeld in het ‘Mao-tijdperk’ en het ‘post-Mao-tijdperk’. Het Mao-tijdperk liep vanaf de oprichting van de Volksrepubliek op 1 oktober 1949 tot december 1978, toen Deng Xiaoping het beleid hervormde.

In 1949 verdween China van het internationale podium. Taiwan, waar de overblijfselen van de Guomindang hun toevlucht zochten, nam de plaats over van China in de VN. In de Volksrepubliek verdwenen de mensenrechtendiscussies nu vrijwel volledig. De communistische partij benadrukte dat met de stichting van de Volksrepubliek de mensenrechten van de Chinese bevolking eindelijk en definitief waren beschermd; de partij duldde dan ook geen eisen op mensenrechtengebied meer.

Campagnes onder Mao

De Volksrepubliek China werd gesticht in een land dat was verwoest door een eeuw van buitenlandse invasies en burgeroorlogen. Zowel stad en industrie als platteland en landbouw maakten in de periode 1949-1959 een aanzienlijke groei door. Die periode van de ‘bevrijding’ leidde echter ook tot miljoenen doden. Mao’s regering voerde een massale vervolging van landeigenaren uit, en voerde het laogai-kampensysteem in waarin heel wat critici van het regime verdwenen. Massale, soms openbare executies werden gebruikt om de bevolking angst aan te jagen.

De grote politieke hervormingen en economische experimenten van de Grote Sprong Voorwaarts, tussen 1958 en 1961, resulteerden in tientallen miljoenen doden. Tijdens de Culturele Revolutie, die begon in 1966 en doorliep tot de dood van Mao Zedong in 1976, zijn miljoenen mensen vervolgd door vooral de jeugdige ‘Rode Gardisten’, die met aanmoediging van Mao een revolutionaire hervorming van de maatschappij probeerden door te voeren. Honderdduizenden mensen lieten het leven.

Het werkelijke cijfer van degenen die werden vervolgd of stierven tijdens de diverse ‘campagnes’ van de Volksrepubliek onder Mao zal waarschijnlijk nooit achterhaald worden, omdat veel doden niet zijn gemeld of zijn verzwegen door de autoriteiten. Historisch onderzoek naar de Grote Sprong en de Culturele Revolutie wordt door de Chinese overheid maar heel beperkt toegestaan.

Deng Xiaoping

In 1971 verving de Volksrepubliek China Taiwan als vertegenwoordiger van China bij de Verenigde Naties. China wilde op dit moment zijn isolement in de wereld doorbreken, maar had daarbij vooral oog voor zijn eigen interesses. Het respecteren van de mensenrechten was daarbij minder van belang. Op het moment van China’s toetreding tot de Verenigde Naties was de internationale gemeenschap echter bereid om het land voorlopig vrij te stellen van mensenrechtenverantwoordelijkheden. Men wilde zich eerst concentreren op het ‘binnenbrengen’ van China in de internationale gemeenschap.

De mensenrechtensituatie veranderde in de late jaren 70, na de dood van Mao. Eind 1978 bracht Deng Xiaoping een proces op gang van ‘Reform and Opening Up’. Dit leidde tot herstructurering van de economische, sociale en politieke systemen. Dit proces zorgde voor grotere informele vrijheden, wat ruimte schiep voor het uiten van liberale opvattingen. In de jaren ‘80 vonden er openlijke discussies plaats over betere bescherming van mensenrechten en vrijheden.

Tiananmen, 4 juni 1989

In China staan ze bekend als ‘de incidenten van 4 juni’ of ‘de politieke beroering van de lente en zomer van 1989’. In de internationale media ook als ‘de studentenprotesten van 1989’ en ‘het bloedbad van het Plein van de Hemelse Vrede (of van Tiananmen)’. Veel van de bloedige gebeurtenissen tijdens het onderdrukken van de protesten speelden zich echter af buiten het plein en zelfs buiten Beijing.

4 juni 1989 werd de belangrijkste dag in de recente geschiedenis van de Volksrepubliek China. Met het gewelddadige optreden tegen vreedzame demonstranten die pleitten voor meer democratie bepaalde het Chinese leiderschap de grenzen aan wat het toelaatbaar acht. Die grenzen gelden vandaag nog steeds. De gebeurtenissen van 4 juni 1989 zelf zijn taboe: ze worden niet onderzocht. Er zijn zeker enkele honderden en mogelijk zelfs vele duizenden doden gevallen.

De studentenopstand op het Tiananmenplein in Beijing in juni 1989
De studentenopstand op het Tiananmenplein in Beijing in juni 1989

China in de mensenrechten-aanval

De onderdrukking van de democratiebeweging in 1989 had enorme gevolgen voor China’s relaties met de internationale gemeenschap. Verschillende landen troffen sancties tegen China, en ook de VN veroordeelde het bloedbad. Na een initiële periode van onzekerheid en teruggetrokkenheid, besloot China zich te organiseren, en het debat aan te gaan met de staten die het land bekritiseerden.

De Chinese regering kwam zelf met officiële publicaties over de mensenrechten in China: de white papers of witboeken. In oktober 1991 werd het witboek ‘Human Rights in China’ gepubliceerd, met daarin de officiële visie van de regering op de mensenrechtensituatie in het land. Het witboek stelt dat mensenrechten afhangen van de politieke, economische, sociale, historische, culturele en godsdienstsituatie in een land, wat maakt dat mensenrechten in elke staat anders worden begrepen en ingevuld. Met dit Chinese standpunt viel China de universaliteit van de mensenrechten aan, en dit relativisme is nog steeds een kernelement van China’s positie over de mensenrechten.

Mensenrechten met Chinese karakteristieken

Deze positie werd tijdens de volgende decennia stelselmatig uitgebouwd en kreeg de naam ‘mensenrechten met Chinese karakteristieken’. Die komen kort gezegd hierop neer:

  • Eerst moeten de basisbehoeften voor een menswaardig bestaan worden vervuld, voordat burgerlijke en politieke rechten effectief kunnen worden gerealiseerd (dit is een aanval op de ondeelbaarheid van de mensenrechten, zoals internationaal vastgelegd);
  • Collectieve rechten zijn belangrijker dan individuele rechten;
  • Plichten zijn even belangrijk als (of zelfs belangrijker dan) rechten;
  • De nadruk ligt op het ‘recht op ontwikkeling’, waarbij staten het recht moeten hebben zich te ontwikkelen op een manier die zijzelf zien als passend (in het geval van China met nadruk op het verzekeren van economische rechten voor de bevolking, en niet op het beschermen van burgerlijke en politieke rechten);
  • Huldiging van de principes van ‘soevereiniteit van staten’ en ‘niet-inmenging’ in de binnenlandse aangelegenheden van anderen (waarbij China de mensenrechten, in tegenstelling tot wat internationaal is bepaald, beschouwt als binnenlandse aangelegenheden).

China’s impact op mensenrechten wereldwijd

Onder de huidige president Xi Jinping is China steeds agressiever in het verwerpen van kritiek op zijn mensenrechtensituatie. Daar blijft het echter niet bij. China is steeds actiever in het uitdragen van haar eigen visie op de mensenrechten. Zo zei president Xi Jinping  in 2017 dat China een nieuw type van internationale relaties wil bevorderen, en dat het een actieve rol zal spelen in het hervormen en ontwikkelen van het wereldwijde bestuurssysteem. In dit hervormde systeem is er volgens China geen plaats voor universele, ondeelbare en verplichtende mensenrechten. Deze moeten de weg ruimen voor nieuwe, vage begrippen zoals de ‘gemeenschap van gedeelde toekomst voor de mensheid’ – een begrip dat een model van bestuur voorstaat gebaseerd op ontwikkeling, economische samenwerking en nationale soevereiniteit.

In de publicatie Shifting Power and Human Rights Diplomacy – China (2019) gaan 12 auteurs in op de impact van China op de wereldwijde bescherming en promotie van mensenrechten. Ze bespreken hierin de bouwstenen van China’s visie op de nieuwe wereldorde, de manieren waarop China haar visie uitdraagt naar en oplegt aan andere landen, en geven ook aan wat er moet gebeuren om het huidige mensenrechtensysteem te beschermen en te versterken.

Voormalig Amnesty Nederland-directeur Eduard Nazarski demonstreert bij het Binnenhof voor mensenrechten en vrijheid in China.
Voormalig Amnesty Nederland-directeur Eduard Nazarski demonstreert bij het Binnenhof voor mensenrechten en vrijheid in China

Infoplatform China en de mensenrechten

Maatregelen van de regering-Xi omvatten zeer veel dat op gespannen voet staat met de mensenrechten, of daar regelrecht inbreuk op maakt. Op dit informatieplatform besteden we onder meer aandacht aan: