Het Nationaal Volkscongres, China's parlement, bijeen in vergadering in Beijing
© AP

Politiek, economie en corruptie in China

China heeft zich in de afgelopen veertig jaar sterk ontwikkeld op economisch en maatschappelijk vlak. Maar bij de overgang naar een markteconomie werd de macht van de overheid niet ingeperkt, in tegenstelling tot wat velen hadden verwacht.

Leninistische-marxistische politieke systemen, zoals dat van China, worden gekenmerkt door een overheid en communistische partij die sterk met elkaar verbonden zijn. Tijdens de jaren van de Volksrepubliek China, waarin Mao Zedong de absolute leider was (1949-1976), was de staat zeer ondergeschikt en besliste de Chinese Communistische partij (CCP) feitelijk over alles.

Dit veranderde eind 1978, met de hervormingen die Deng Xiaoping doorvoerde. Staatsorganen kregen een steeds belangrijker aandeel in het besturen van China. Het rechtssysteem, dat volledig in onbruik was geraakt onder Mao Zedong, werd heropgebouwd. Formeel is er in China sprake van twee afzonderlijke instituten met elk hun eigen verantwoordelijkheden: de staat en de partij. Maar vooral sinds het aantreden van Xi Jinping zien we dat de CCP zich steeds nadrukkelijker opstelt als de absolute leider in China, die controle kan en moet uitoefenen over alle overheidszaken. Het onderscheid tussen partij en staat vervaagt.

In 2016 zei president Xi Jinping in een toespraak voor het 95e jubileum van de CCP: ‘Het succes van China valt of staat met de Chinese Communistische Partij.’ Daarmee verbindt Xi het lot van de CCP onlosmakelijk met het lot van China als land. Xi onderstreept hier een opvatting die de CCP krachtig uitdraagt en die dan ook sterk leeft onder de Chinese bevolking: alleen de CCP kan nationale stabiliteit en veiligheid garanderen. Zonder de CCP en een autoritair politiek systeem zou het land in chaos vervallen.

Deng Xiaoping in 1979
Deng Xiaoping in 1979

De communistische partijideologie is de grondslag van alle beleidsmaatregelen van de Chinese overheid. Nationale wetten staan in dienst van het vergroten van de sociale controle en macht die de CCP uitoefent. De belangen en ambities van de CCP overstijgen inmiddels alle andere belangen en rechten. In dit autoritaire systeem worden individuele politieke rechten en burgerrechten niet of nauwelijks beschermd. In de Volksrepubliek China is er dan ook geen algemeen stemrecht, geen vakbondsvrijheid, geen onafhankelijke rechterlijke macht, geen vrijheid van meningsuiting, geen vrije pers en geen vrij internet.

Het belang van de partij

China kent twee grondwetten: een van de staat en een van de Communistische Partij.  Beide leggen de uiteindelijke macht bij de partij:

  • De grondwet van de staat doet dit in artikel 1 (paragraaf 2): “Het socialistische systeem is het basissysteem van de Volksrepubliek China. Het bepalende kenmerk van socialisme met Chinese karakteristieken is het leiderschap van de Communistische Partij van China.” Dit geeft duidelijk aan dat alle staatsorganen onder het bevel staan van de Partij. De grondwet noemt het Nationale Volkscongres als het “machtigste staatsorgaan”. Die instelling, die een afspiegeling van de Chinese bevolking heet te zijn (maar zonder dat de leden in een nationale verkiezing zijn verkozen), moet de onderliggende staatorganen aansturen en controleren: het ambtenarenapparaat, defensie en de opperste volksrechtbank. In werkelijkheid heeft de Communistische Partij de volledige macht over het Nationale Volkscongres. Diverse andere staatsorganen bestaan eigenlijk alleen op papier. De Centrale Militaire Staatscommissie is daarvan een voorbeeld: in werkelijkheid is het de Centrale Militaire Partijcommissie die het defensieapparaat bestuurt.
  • De grondwet van de Communistische Partij stelt dat de partij de “fundamentele belangen van een overweldigende meerderheid Chinezen vertegenwoordigt”. Deze grondwet spreekt op meer directe wijze over de invloed van de CCP op staat en overheid: “De Partij bestuurt de algehele situatie en coördineert de inspanningen van alle betrokken instituten. De Partij moet centraal leiderschap hebben over alle andere betrokken organisaties.” De macht van de CCP over de staat is dus absoluut.

Communistische Partij is overal aanwezig

Met circa 90 miljoen leden en 4,5 miljoen lokale eenheden is de CCP een enorm grote partij. De CCP is streng hiërarchisch: het hoogste orgaan, het Centrale Comité, legt beslissingen op aan lokale partijorganen zoals die van provincie of gemeente. Op het laagste niveau zijn er de lokale partijleden die partijbesluiten doorvoeren en de naleving ervan controleren. Zo dringt de partij door in alle geledingen van de maatschappij.

Onderwijsinstellingen en andere publieke instituten alsook bedrijven zijn verplicht een partijorganisatie op te richten die de partijlijn en partijideologie binnen de instelling waarborgt. Niet alleen Chinese, maar ook internationale bedrijven en instellingen moeten rekening houden met dergelijke verplichtingen. Alle bedrijven die in China opereren met drie of meer partijleden in dienst moeten voorzieningen bieden voor een communistische partijorganisatie binnen de onderneming.

Persagentschap Reuters deed een rondvraag bij een dertiental in China opererende Europese topbedrijven en stelde vast dat de CEO’s van die bedrijven verschillende ervaringen hadden. Sommigen zeiden dat de rol van partijafdelingen binnen het bedrijf beperkt blijft tot liefdadigheid en goede contacten met lokale functionarissen. Anderen zeiden dat interne partijleden dikwijls proberen de bedrijfsvoering en investeringen te beïnvloeden. Acht van de dertien CEO’s zeiden bezorgd te zijn over de invloed van de CCP binnen het bedrijf.

Xi Jinping in 2017
Xi Jinping in 2017

Xi Jinping: keizer voor het leven

Xi Jinping (1953) kan sinds zijn aantreden als secretaris-generaal van de Communistische Partij in 2012 en als president van China in 2013, bogen op een aantal wapenfeiten. Voorbeelden daarvan zijn de verwezenlijking van aanspraken van China op de Zuid-Chinese Zee, een ingrijpende reorganisatie van het leger, een veel strenger beleid voor binnenlandse veiligheid, en verregaande maatregelen voor ‘ideologische zuiverheid’. De meest opzienbarende ontwikkeling is een enorm infrastructuurplan met de naam Belt and Road Initiative, de nieuwe ‘Zijderoute’, door Xi Jinping persoonlijk openbaar gemaakt in 2013. Het is een geheel van wegen, spoorlijnen en vaarroutes die vanuit China reiken tot Afrika en Oost- en Zuid-Europa.

De Communistische Partij heeft de weg vrijgemaakt voor president Xi Jinping om voor onbepaalde tijd aan de macht te blijven. Dat is in 2018 vastgelegd in een wijziging van de grondwet van de staat: de termijnen voor het presidentschap zijn afgeschaft. Ook zijn ‘Xi Jinpings gedachten over socialisme met Chinese kenmerken voor een nieuw tijdperk’ toegevoegd aan de grondwet van de staat en de Communistische Partij. Sinds Mao Zedong heeft geen persoon zo veel macht gehad in China. Sinds Mao is ook het risico van verkeerde beleidsbeslissingen nooit groter geweest dan nu, want er zijn bijna geen checks and balances meer.

Het gedachtegoed van Xi Jinping

Tientallen Chinese universiteiten hebben onderzoeksinstituten opgericht om het gedachtegoed van Xi Jinping te begrijpen en uit te bouwen. De app die werd ontwikkeld om zijn ideeën onder de bevolking uit te venten is de meest verbreide app van China geworden – net zo verbreid als indertijd het Rode boekje van voorzitter Mao. Ambtenaren en vele anderen moeten de app verplicht geïnstalleerd hebben. Het gedachtegoed bestaat uit 14 punten, waaronder: ‘de Partij werkt voor het versterken van de nationale veiligheid’ en ‘China streeft naar volledige nationale hereniging met Hongkong, Macau en Taiwan (waarschijnlijk ten koste van democratische verworvenheden daar).

Economie

China heeft zich in de afgelopen veertig jaar ontwikkeld van een planeconomie naar een markteconomie. Deze omwenteling startte eind 1978, wanneer Deng Xiaoping een politiek van “reform and opening up” aankondigde. De Chinese economie, die voorheen volledig onder controle stond van de overheid, zou nu een grotere plaats geven aan de markt. De welvaart steeg aanzienlijk. De Chinese overheid beroept zich erop dat sinds 1979 meer dan 800 miljoen mensen uit extreme armoede zijn gehaald. Volgens cijfers van de Wereldbank steeg het gemiddelde jaarinkomen per capita omgerekend naar koopkracht in China tijdens de laatste decennia gestaag tot zo’n 18.210  dollar in 2018. De economische ongelijkheid werd echter ook in hoog tempo groter en is inmiddels in China meer dan anderhalf keer zo groot als in westerse landen en de rijkere landen van Azië.

China’s nadruk op de markt betekent niet dat de overheid nu een veel kleinere rol speelt in de economie. Belangrijke bedrijven zijn staatseigendom of staan onder streng toezicht van de staat. De waarde van de Chinese munt, de yuan, wordt door de overheid gestuurd met strategische investeringen uit de staatskas. Vakbondsactiviteiten mogen alleen worden ontplooid door de ene door de staat erkende vakfederatie. Wetten en regels maken het veelal moeilijk te onderscheiden welke ondernemingen wel of niet onder leiding van de staat staan. Wel is zeker dat de Communistische Partij sowieso alles controleert. De partij controleert de staat en dus ook alle bedrijven in staatseigendom. En de Communistische Partij is vertegenwoordigd in alle bedrijven, behalve de heel kleine.

De Chinese industrie was in 2017 goed voor 40 procent van het bruto nationaal product
De Chinese industrie was in 2017 goed voor 40 procent van het bruto nationaal product

Corruptie

Corruptie is wijdverbreid bij de Chinese overheid en de Communistische Partij. Corruptie dringt daarmee door tot in de vele publieke diensten die onderdeel uitmaken van de Chinese staat zoals de gezondheidszorg, de rechterlijke macht en het ambtelijk apparaat. Zodoende hebben ook veel Chinese burgers veelvuldig te maken met corruptie, bijvoorbeeld in ziekenhuizen of overheidsinstellingen. Dat veel partijfunctionarissen corrupt zijn is algemeen bekend in China, maar het is zeer moeilijk om hier als burger je beklag over te doen.

Na het aantreden van Xi Jinping als partijleider in 2012 startte een grootschalige campagne tegen corruptie. Xi Jinping gaf aan dat hij ‘zowel tijgers als vliegen’ zou aanpakken, en dus zowel hoog- als laaggeplaatste ambtenaren in het vizier hield. Er zouden meer dan 100 duizend ambtenaren zijn aangepakt. Meer dan 100 hooggeplaatste ambtenaren werden berecht voor corruptie: sommigen verdwenen stilletjes, anderen werden het voorwerp van publieke moddercampagnes. Critici wijzen erop dat politieke motieven de boventoon voeren in deze anti-corruptiecampagne, omdat vooral Xi Jinping’s politieke tegenstanders binnen de partij het onderspit delven.

Tot voor 2018 werden corrupte partijleden berecht via het beruchte shuanggui-systeem, dat buiten het formele rechtssysteem om functioneert. Dit was een interne disciplinaire procedure van de partij waarmee partijleden in het geheim werden berecht. Ambtenaren en anderen die niet behoorden tot de Communistische Partij werden vervolgd via het formele rechtssysteem.

In 2018 kwam er de Toezichtwet, een essentieel nieuw onderdeel van de strijd tegen corruptie. Deze wet maakte een einde aan het eerdere shanggui-systeem: vanaf toen werden zowel de leden van de Communistische Partij als al het andere personeel in de publieke sector (inclusief ambtenaren, rechters en onderwijspersoneel) in de gaten gehouden door ‘toezichtcommissies’. Deze toezichtcommissies staan buiten het formele rechtssysteem. Zij kunnen iedereen die ze verdenken van corruptie willekeurig gevangenzetten en ondervragen. Dit zonder aanklacht, zonder proces, zonder toegang tot een advocaat en zonder dat hun familie wordt ingelicht. Dit soort incommunicado detentie, ook liuzhi genaamd, kan tot zes maanden duren. Het is een buitengerechtelijk systeem dat lijnrecht ingaat tegen de verplichtingen die China nationaal en internationaal op het vlak van de mensenrechten is aangegaan.