De man die in zijn eentje een colonne tanks tegenhoudt op het Tiananmenplein werd bekend als 'Tankman'
© Getty Images

4 juni 1989

4 juni 1989 is de zwartste dag in de recente geschiedenis van de Volksrepubliek China. Op het Plein voor de Hemelse Vrede in Beijing, maar ook daarbuiten, sloeg het leger met bruut geweld de al wekende durende protesten tegen de regering neer. Daarbij vielen volgens sommige schattingen meer dan 10 duizend burgerslachtoffers.

4 juni 1989, waarover Amnesty uitgebreid publiceerde, is de belangrijkste zwarte dag geworden uit de recente geschiedenis van de Volksrepubliek China. In China staan de gebeurtenissen bekend als ‘de incidenten van 4 juni’ of ‘de politieke beroering van de lente en zomer van 1989’. Chinezen die de gebeurtenissen herdenken spreken van liusi (letterlijk “zes vier” – 06 (juni)/04). Internationale media spreken veelal van “het bloedbad van het Plein van de Hemelse Vrede (Tiananmen)”. Veel van de bloedige gebeurtenissen speelden zich echter af buiten het plein en ook buiten Beijing. 

In mei 1989 hadden straat- en pleinprotesten zich vanuit Beijing verspreid naar zo’n vierhonderd steden. De regering kondigde op 20 mei de staat van beleg af en ongeveer 250.000 militairen werden gemobiliseerd om op te treden in Beijing. Op het hoogtepunt van de protesten waren zo’n miljoen mensen op het Plein van de Hemelse Vrede verzameld. In de nacht van 3 op 4 juni maakte het leger met geweld een einde aan de demonstraties. De dagen daarop waren diverse steden het toneel van bloedige onderdrukking.

Protesten op het Tiananmenplein in Beijing 1989
Protesten op het Tiananmenplein in Beijing 1989

Over het aantal burgerslachtoffers bestaan zeer uiteenlopende schattingen. Amnesty berichtte in 1989 over honderden tot maximaal duizend slachtoffers. In 2017 kwam vertrouwelijke correspondentie van een Britse ambassadeur aan het licht, die het aantal doden destijds schatte op meer dan 10.000. De grootste aantallen doden vielen in Beijing.De internationale gemeenschap, mensenrechtenorganisaties en politici hebben de Chinese regering indertijd scherp veroordeeld voor het bloedbad. De Europese Unie en de Verenigde Staten legden China wapenembargo’s op. Die embargo’s gelden nog steeds.

De gevolgen tot op heden

De gevolgen van de onderdrukking van 4 juni 1989 laten zich tot op de dag van vandaag voelen.

  • De gebeurtenissen zijn in het huidige China taboe. Ze mogen niet door academici, journalisten of burgers worden onderzocht en verwijzingen ernaar worden geblokkeerd op internet. Nieuwswebsite Chinese Digital Times maakte een lijst van honderden termen die in verband met 4 juni 1989 zijn gecensureerd.
  • De Chinese overheid heeft tot nu toe geen verantwoordelijkheid genomen voor de mensenrechtenschendingen die in 1989 hebben plaatsgevonden. Amnesty blijft aandringen (zoals met deze oproep uit 2019) op erkenning door de Chinese overheid van de mensenrechtenschendingen die toen plaatsvonden, onafhankelijk onderzoek daarnaar, compensatie voor de slachtoffers, en een einde aan het lastigvallen en vervolgen van mensen die de protesten op het Tiananmenplein willen herdenken of zich erover uitspreken.
  • Na 4 juni zijn voor zover bekend 1600 mensen tot gevangenisstraffen veroordeeld. De laatste was naar verluidt in 2016 fabrieksarbeider Miao Deshun. Hij zou in gevangenschap zwaar zijn mishandeld.
  • Ook in recente jaren zijn mensen gevangengezet voor het herdenken van de gebeurtenissen van 4 juni 1989 of het in twijfel trekken van de officiële lezing van de gebeurtenissen. In 2014 is in Changshu Gu Yimin veroordeeld voor het aanzetten tot ondermijning van de staat, nadat hij probeerde beelden van het hardhandige optreden rond 4 juni 1989 online te posten en de gebeurtenissen te herdenken. Activist Li Hai zat negen jaar gevangen voor het opstellen van een lijst van gevangenen in relatie tot 4 juni. In 2015 werd blogger Chen Yunfei gevangengezet omdat hij het graf had bezocht van een student die op 4 juni was gedood. In 2017 werden mensen opgepakt die de gebeurtenissen herdachten in steden zoals Beijing, Nanjing, Zhuzhou en Chongqing. Vier mensen werden in 2017 opgepakt vanwege een wijnetiket dat verwees naar de “tankman” (de anonieme man die wereldberoemd werd toen hij bij het Tiananmenplein in zijn eentje een colonne tanks de weg versperde).
  • De Moeders van Tiananmen publiceerden in maart 2019 een lange open brief, ondertekend door 127 familieleden van slachtoffers, met een oproep tot onderzoek en verantwoording.
  • In Hongkong gaan jaarlijks tienduizenden mensen de straat op om 4 juni te herdenken.
  • Onder de opstellers en ondertekenaars van Charta 08 (een internetpetitie die opriep tot politieke hervorming, verschenen in december 2008) waren veel mensen die in 1989 hadden geprotesteerd. Verscheidenen van hen, onder wie de latere Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo, werden tot gevangenisstraf veroordeeld.

Voorgeschiedenis

Achtergrond van de protesten waren de snelle economische ontwikkeling en sociale veranderingen in China sinds de dood van voorzitter Mao Zedong en het einde van de Culturele Revolutie in 1976. De hervormingen van de jaren tachtig leidden tot een opkomende markteconomie die velen ten goede kwam, maar niet iedereen. Vooral de lagere inkomensklassen vreesden het verlies van zekerheid van baan en inkomen, bekend als de “ijzeren rijstkom”. Mensen met een betere maatschappelijke positie, vaak leden van de partij, profiteerden veel meer van de verbeterde economische omstandigheden. De inflatie was hoog en er was een groot tekort aan plaatsen in het hoger onderwijs.

De jaren tachtig waren over het algemeen een periode van relatief grote vrijheid en publieke discussie. Deng Xiaoping had de hervormingen ingezet zonder zeer concreet te formuleren wat deze moesten inhouden: er werd uitgebreid geëxperimenteerd met economische en maatschappelijke hervormingen. De intellectuele klasse boog zich in salons over de toekomst van China, en over welke buitenlandse ideeën en ervaringen nuttig konden zijn voor het land. Binnen de Communistische Partij ontstonden er verschillende kampen. De “conservatieven” vreesden dat de partij haar greep op China aan het verliezen was als gevolg van al die nieuwe ideeën die het land binnenstroomden. De “hervormers” vonden dat de partij meer ruimte moest geven aan de bevolking om zich uit te spreken en deel te nemen aan de uitbouw van een nieuw China. De toenmalige secretaris-generaal van de partij Hu Yaobang werd gezien als een van de belangrijkste hervormers. Deng Xiaoping, die tot de jaren negentig de lakens bleef uitdelen en veel meer macht had dan Hu Yaobang, schipperde lange tijd tussen de twee kampen.

Eind 1986 en begin 1987 braken in verschillende steden studentenprotesten uit. De studenten vroegen om meer politieke en economische liberalisering. De protesterende studenten werden niet gestraft, voornamelijk dankzij Hu Yaobang. In juni 1987 werd Hu Yaobang echter zelf tot aftreden gedwongen vanwege zijn al te tolerante opstelling tijdens de protesten. Studenten en intellectuelen toonden zich gefrustreerd over het wegvallen van hun belangrijkste bondgenoot binnen de partij, en bleven pleiten voor meer en snellere (liberale) hervormingen.

"Tankman" werd wereldberoemd toen hij bij het Tiananmenplein in zijn eentje een colonne tanks de weg versperde
“Tankman” werd wereldberoemd toen hij bij het Tiananmenplein in zijn eentje een colonne tanks de weg versperde

Toen Hu op 15 april 1989 plotseling overleed, kwam het tot massabetogingen. Op de begrafenis sprak zijn opvolger, secretaris-generaal Zhao Ziyang, verzoenende woorden. Maar later bleek dat dit hem in direct conflict bracht met premier Li Peng en ook met Deng Xiaoping, die achter de schermen de belangrijkste man was gebleven en die uiteindelijk bij de protesten een harde lijn voorstond.

De grote demonstraties

Tienduizenden, mogelijk honderdduizend studenten van alle universiteiten in Beijing marcheerden in de dagen na Hu Yaobang’s dood door de straten van de hoofdstad naar het Tiananmen plein. Ze rouwden om Hu Yaobang en hernieuwden hun oproep tot meer hervormingen en meer democratie. Op hun universiteiten schreven ze hun ideeën op grote posters, en startten ze grootschalige discussies over de toekomst van hun land. De studenten wilden voornamelijk een einde zien aan de corruptie: vele partijleden hadden zich verrijkt tijdens het experimentele proces van de hervormingen, terwijl belangrijke zaken zoals onderwijs nog steeds werden ondergefinancierd. Ook wilden ze meer democratische vrijheden en een vrije pers.

Op 26 april verscheen er een redactioneel commentaar in de People’s Daily, een krant die een spreekbuis is van de Communistische Partij. Het veroordeelde de studentenbeweging als illegaal. Dit was zeer slecht nieuws voor de studenten, die deze opinie en masse veroordeelden en besloten om op een meer directe manier druk uit te oefenen op de regering. Op 13 mei begonnen studenten een hongerstaking, twee dagen voor het staatsbezoek van Sovjetleider Michail Gorbatsjov. In de namiddag van 13 mei waren ongeveer 300.000 mensen verzameld op het Plein van de Hemelse Vrede. De hongerstaking schepte meer steun voor de studenten onder verschillende maatschappelijke groepen, waaronder de arbeiders, die de toenemende corruptie ook beu waren. Maar de hongerstaking droeg er waarschijnlijk ook aan bij dat een aantal partijleiders begon te denken dat de studenten enkel met strikte maatregelen konden worden gestopt.

Op 17 en 18 mei demonstreerden in Beijing ongeveer een miljoen mensen uit alle lagen van de bevolking. Onder hen waren leden van het Volksbevrijdingsleger, politieagenten, ambtenaren, kantoorpersoneel, arbeiders en scholieren. Ook in zo’n vierhonderd andere steden werd gedemonstreerd. Op 20 mei riep de Chinese regering de noodtoestand uit. Ten minste dertig divisies van het leger werden gemobiliseerd. Zo’n 250.000 soldaten werden naar de hoofdstad gebracht in militaire voertuigen, per vliegtuig of per trein. De binnenkomst van het leger in de hoofdstad werd in de buitenwijken geblokkeerd door demonstranten en burgers. Duizenden mensen hielden militaire voertuigen tegen. Demonstranten voerden gesprekken met soldaten en deden een beroep op hen om zich bij hun zaak aan te sluiten. Ze voorzagen soldaten van voedsel, water en onderdak. De autoriteiten zagen geen mogelijkheid om verder in te grijpen. Op 24 mei trokken alle troepen zich terug naar bases buiten de stad.

Op 2 juni brak onder de demonstranten onrust uit, toen kranten ingezonden stukken publiceerden die de studenten opriepen het Tiananmenplein te verlaten en de protesten te beëindigen. Veel van de studenten op het plein waren echter niet bereid te vertrekken. Studentenleiders, onder wie Liu Xiaobo, gingen voor de tweede keer in hongerstaking.

Het dodelijke geweld

Op 3 juni kondigden de Chinese leiders aan dat dat de ‘operatie om de contrarevolutionaire onlusten te onderdrukken’ om 9 uur ‘s avonds zou beginnen. Militaire eenheden moesten vóór 1 uur ‘s nachts op het plein samenkomen en het plein moest om 6 uur ’s ochtends zijn schoongeveegd. Rond 10 uur die avond opende het 38e leger het vuur op demonstranten op de grote Chang’an-boulevard, op een kruispunt zo’n tien kilometer ten westen van het Plein van de Hemelse Vrede. De opmars van het leger werd gehinderd in de wijk Muxidi, ongeveer vijf kilometer ten westen van het plein, waar demonstranten met trolleybussen een brug hadden afgegrendeld en de bussen in brand staken. Rond kwart over 12 verscheen het eerste pantservoertuig op het plein. Studentenleiders onder wie Liu Xiaobo zeiden de studenten dat ze zich moesten terugtrekken. Om 5 uur ‘s ochtends begonnen de studenten het monument, een centrale plek op het plein, te verlaten. Door het geweld van het leger vonden veel mensen de dood. Ze werden doodgeschoten, soms nadat ze zich al hadden overgegeven, of overreden door tanks.

Fu Hailu, Chen Bing, Zhang Junyong en Luo Fuyu werden in 2017 aangeklaagd voor “ het aanzetten tot ondermijning van de staat”, omdat ze plannen maakten voor een “baiju”-merk (Chinese alcoholische drank). Het label van de fles verwijst naar het neerslaan van de studentenopstand op het Tiananmenplein in Beijing op 4 juni 1989.
Fu Hailu, Chen Bing, Zhang Junyong en Luo Fuyu werden in 2017 aangeklaagd voor “ het aanzetten tot ondermijning van de staat”, omdat ze plannen maakten voor een “baiju”-merk (Chinese alcoholische drank). Het label van de fles verwijst naar het neerslaan van de studentenopstand op het Tiananmenplein in Beijing op 4 juni 1989.

De Nederlandse Marieke slaagde er op 4 juni in foto’s te maken en deze uit China te smokkelen. Haar verhaal lees je hier. Op 5 juni werden door verschillende fotografen de iconische beelden vastgelegd van de man die voor een kolonne met tanks bij het Tiananmen-plein bleef staan en die tegenhield. Het is nooit met zekerheid vastgesteld wie de man was en wat er daarna met hem is gebeurd.

In Shanghai legden studenten wegversperringen aan en gingen fabrieksarbeiders in staking. Ook het spoorwegverkeer werd tegengehouden. In miljoenensteden zoals Xi’an, Wuhan, Nanjing en Chengdu zetten studenten de protesten voort, onder meer met wegversperringen. In de zuidelijke provinciehoofdstad Chengdu was de sfeer gewelddadiger. Volgens Amnesty zijn op 5 juni in Chengdu ten minste 300 mensen gedood.

De autoriteiten hebben na 4 juni massale arrestaties verricht. Veel arbeiders werden summier berecht en terechtgesteld. Studenten (met meer connecties en vaak uit elite-gezinnen) kwamen er met veel lichtere straffen vanaf. Wang Dan, die bovenaan de lijst van meest gezochte studentenleiders stond, bracht zeven jaar in de gevangenis door. Sommige studentenleiders, zoals Chai Ling (een van de weinige vrouwen in de studentenleiding) en Wu’er Kaixi, wisten naar het buitenland te ontsnappen via een operatie met de codenaam Yellowbird, die was georganiseerd vanuit Hongkong (toen nog een Britse kolonie). Liu Xiaobo werd gearresteerd op 5 juni en zat negentien maanden vast.

Documentaires

Richard Gordon en Carma Hinton brachten in 1995 een lange documentaire (drie uur) over de gebeurtenissen uit; deze staat op YouTube. De film bevat interviews met mensen die toen een grote rol speelden en vaak ook daarna vooraanstaande dissidenten bleven, onder wie Liu Xiaobo, Wang Dan, Wu’er Kaixi, Chai Ling, vakbondsleider Han Dongfang en hoogleraar filosofie Ding Zilin. Die laatste, moeder van een student die op 4 juni was omgekomen, bleef jaar na jaar opkomen voor waarheid en gerechtigheid met de door haar opgerichte organisatie Moeders van Tiananmen. Ook op YouTube staat de documentaire Assignment: China – Tiananmen Square, die vooral de Amerikaanse verslaggeving van de gebeurtenissen weergeeft.

Publicaties

Over de gebeurtenissen rond 4 juni 1989 en daarna zijn onder meer deze publicaties verschenen: