Krantenkiosk in Beijing
© Amnesty International

Media en internet

Persvrijheid bestaat in China vrijwel niet. De media staan onder directe controle van de Communistische Partij en de “Great Firewall”, het systeem voor internetcensuur, is het grootste ter wereld.

Controle

Nieuwsagentschappen en andere media staan op verschillende manieren onder directe controle van de Chinese Communistische Partij (CCP). Verboden onderwerpen hebben vaak betrekking op kritische rapporten over Tibet en Xinjiang, de religieuze beweging Falun Gong, teksten van dissidente staatsburgers en kritiek op de CCP of Chinese politieke leiders. Het Centrale Propagandabureau publiceert dagelijks vertrouwelijke richtlijnen die de toon en inhoud van nieuwsreportages bepalen.

Af en toe bereiken sommige van deze richtlijnen de buitenwereld. Journalisten worden geaccrediteerd op basis van de inhoud die ze produceren, en er bestaan strenge straffen voor het uiten van kritiek. In de 2019 World Press Freedom Index prijkt China op plaats 177 (van 180 onderzochte landen). China is er ook op uit om internationale kritiek op het regime te voorkomen en af te raden. Het rapport China’s Pursuit of a New World Media Order van de organisatie Reporters Without Borders documenteert hoe China dit stelselmatig aanpakt.

Boekverkoper
Boekverkoper

Internetcensuur

Het internetgebruik in China is in de 21e eeuw exponentieel gegroeid tot ruim 800 miljoen individuele gebruikers in 2018. Maar gebruikers kunnen niet vrij gebruik maken van alle diensten die het internet te bieden heeft, want vele prominente buitenlandse websites en apps zijn geblokkeerd— onder meer de websites van Amnesty International en The New York Times, Facebook, Twitter, Instagram en YouTube. Ook Chinese websites staan onder strikte overheidscontrole en zijn dikwijls het doelwit van censuur. De Central Cyberspace Affairs Commission coördineert dit proces. Aan het hoofd van dit orgaan staan president Xi Jinping, premier Li Keqiang en de adjunct-chef propaganda van de CCP.

De schattingen van de precieze omvang van China’s apparaat voor internetcensuur lopen uiteen. Maar het is wel duidelijk dat de Chinese overheid sinds 2001 steeds vaker online optreedt en censureert omwille van het “beschermen van de nationale veiligheid en openbare orde”. Freedom House noemt China de ergste misbruiker van internetvrijheid in 2018 en zegt dat de regering honderdduizenden tot miljoenen mensen inzet voor internetcensuur. Hiermee is de “Great Firewall”, de officieuze bijnaam van het Chinese censuurapparaat, het meest verreikende en omvangrijke surveillancesysteem ter wereld.

China’s internetgiganten zoals WeChat en Weibo (de Chinese varianten op WhatsApp en Twitter) censureren grotendeels zelf, om zo gebruikers te ontmoedigen dissidente content te plaatsen. Internetbedrijven kunnen onder de Chinese wet namelijk verantwoordelijk gehouden worden voor alle content op het eigen platform, inclusief de posts van gebruikers. Censoren in dienst van deze internetbedrijven moeten dus voorkomen dat gebruikers content plaatsen die in strijd is met de visie van de overheid. Ook worden uitgebreide gebruikersgegevens bijgehouden die de Chinese autoriteiten kunnen inzien, waardoor internetgebruikers makkelijk getraceerd kunnen worden. In 2019 was de surveillancedata van zo’n 300 miljoen Chinese WeChat-gebruikers online vrij toegankelijk door nalatigheid van de autoriteiten. Het lek werd ontdekt door non-profit organisatie GDI en ook de Financial Times berichtte erover, waarna de gegevens weer beveiligd werden. In een Amnesty-rapport uit 2016, waarin online berichtendiensten een rapportcijfer krijgen op het gebied van privacy, scoren de Chinese apps WeChat en QQ zeer slecht: 0 op 100.

Er zijn vele bedrijven bestraft en mensen gearresteerd voor het uiten van hun mening op Chinese internetplatforms. Internetcensuur vanuit de overheid vindt plaats op basis van vage richtlijnen. Hierdoor is het onduidelijk wat wel of niet door de beugel kan. Het gevolg is dat in veel gevallen de zelfcensuur onder bedrijven en mensen nog veel omvangrijker en strenger is dan strikt noodzakelijk.

Sinds de invoering van de cybersecuritywet in 2017 zijn ook buitenlandse bedrijven verplicht al hun data op te slaan op Chinese servers. Ook moeten ze data beschikbaar stellen aan de autoriteiten wanneer er een inspectie plaatsvindt. De aankondiging van de wet leidde tot veel onrust en een brief van meer dan 40 internationale bedrijvengroepen, waarin werd gewezen op de negatieve effecten die deze wet kan hebben op het opereren van buitenlandse bedrijven in China. De autoriteiten laten weten dat de nieuwe wet ertoe moet leiden dat China zich kan meten met internationale standaarden op het gebied van cybersecurity. Maar de vage formulering van de wet zet de deur juist open voor misbruik.

Online surveillance en datalekken

Volgend op de popularisering van het internet is China’s online surveillance-apparaat ook enorm gegroeid. De staat verzamelt op grote schaal gegevens van Chinese burgers voor het “bewaken van de staatsveiligheid” en het “tegengaan van terrorisme”, bijvoorbeeld in de westelijke provincie Xinjiang. Deze databases zijn echter niet altijd goed beveiligd, zo bleek in 2019 uit het onderzoek van de ngo GDI. In de digitale omgeving van het Chinese surveillancebedrijf SenseNets Technology Ltd., dat op grote schaal opereert in Xinjiang, ontdekte de ngo een vrij toegankelijke online database met persoonlijke informatie van wel 2,5 miljoen mensen – voornamelijk moslims. De database bevatte onder meer volledige namen, adressen en identificatienummers. Deze gegevens waren gelinkt met GPS-locaties die vastgesteld worden door middel van gezichtsherkenningssoftware op CCTV-camera’s. In de database kon een individu aangemerkt worden als “gevaarlijk”. Dit soort gegevens wordt actief verspreid naar politiebureaus in de provincie, ontdekte GDI. Er zijn meer gevallen bekend van slecht beveiligde surveillancedata en allemaal wijzen ze op de enorme schaal waarop (online) surveillance plaatsvindt.

Illegale advertenties voor het falsificeren van documenten
Illegale advertenties voor het falsificeren van documenten

Keyword-blocking en hoe censuur omzeild wordt

Naast het blokkeren van websites vindt er ook automatisch “keyword blocking” plaats op Chinese apps en online platforms. Hiermee worden sommige woorden automatisch gefilterd. ‘Taiwan’, ‘democratie’ en zelfs ’Winnie de Poeh’ zijn door de overheid tijdelijk of permanent aangemerkt als verboden termen. De gebruikers worden echter niet altijd op de hoogte gesteld van een eventuele filtering. Keyword-blocking en het omzeilen van deze restricties is verworden tot een kat-en-muisspel, met creatieve oplossingen die op hun beurt zelf weer onderhevig worden aan censuur.

Plaatjes van woorden zijn een populaire manier om de censuur te ontwijken, maar herkenningssoftware maakt dit al een stuk moeilijker. De Chinese taal leent zich ook voor andere creatieve oplossingen zoals het gebruik van homografen — karakters die er bijna hetzelfde uitzien, maar een totaal andere betekenis hebben. Een goed voorbeeld hiervan is 目田, wat letterlijk vertaald “oog en veld” betekent – een nietszeggende combinatie. Deze karakters zijn echter bijna identiek aan 自由, “vrijheid” – een gecensureerd woord.

Homofonen, woorden die hetzelfde klinken, zijn een andere mogelijkheid. De term 和谐 (hexie), wat “harmonieuze samenleving” betekent, wordt door de overheid vaak gebruikt om repressieve maatregelen te rechtvaardigen. Het woord kreeg bij internetgebruikers een ironische bijbetekenis, namelijk om te refereren aan internetcensuur – daarop werd het woord gecensureerd. Inmiddels gebruiken internetgebruikers 河蟹 (hexie) –“rivierkrab” – als variant op deze ironische “harmonie”, om de censuur te omzeilen. Een ander bekend voorbeeld is het gebruik van 米兔 (mitu) – “rijstkonijn” – om de censuur omtrent de term “MeToo” te vermijden. China Digital Times heeft een lexicon opgesteld ter ontcijfering van termen die regelmatig worden gebruikt om censuur in China te ontlopen.