Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Geschiedenis van acties voor mensenrechten

De oudste vormen van georganiseerde actie voor mensenrechten ontstaan in de 17e eeuw. Latere organisaties hebben gebouwd op de ervaringen van hun voorgangers.

Aan de Amerikaanse antropologe Margaret Mead wordt de uitspraak toegeschreven: ‘Twijfel er nooit aan dat een kleine groep toegewijde mensen de wereld kan veranderen. Het is namelijk nooit anders gegaan.’ In de geschiedenis van de mensenrechten is de opkomst van de internationale mensenrechtenbeweging daarvan een bewijs.

Die is gegroeid uit een breed scala van kleine en grote initiatieven, waaronder antikolonialisme, anti-imperialisme, anti-apartheid, antiracisme, feminisme, en de strijd om erkenning van inheemse volken. In de meeste gevallen ging het aanvankelijk om campagnes voor bepaalde concrete doelstellingen, wat we nu one issue-organisaties noemen. Pas later kwam de aandacht voor de ontwikkeling van internationale normen en verdragen.

De Levellers

De Engelse Levellers waren in de 17e eeuw een beweging van christelijk geïnspireerde vrijdenkers zoals John Lilburne (1614-1657), bekend als ‘vrijgeboren John’. Hij muntte de term ‘vrijheidsrechten’ voor de rechten waarmee ieder mens geboren werd. Tijdens en na zijn ballingschap in de Nederlanden stelde hij een lijst van eisen op: periodieke verkiezingen, godsdienstvrijheid, gelijkheid voor de wet, een einde aan de dienstplicht en het algemeen kiesrecht voor mannen.

Tegen slavernij

De gelijkgezinde Quakers, die zich onder meer gevestigd hadden in de nieuwe Amerikaanse kolonie Pennsylvania, wezen vanaf 1688 als eersten de slavernij af. In 1758 verboden ze al hun geestverwanten om nog iets met de slavenhandel te maken te hebben. Rond die tijd was het niet alleen de filosofie, maar ook het sentiment van het publiek dat werd gemobiliseerd.

In steeds meer boeken ging het over personages die medeleven en solidariteit moesten oproepen: slaven maar ook dienstmeisjes, onderdrukte echtgenotes, mishandelde kinderen, arme boeren en arbeiders, kleine criminelen. De lezers werden uitgenodigd zich te identificeren met mensen wier levens zeer verschilden van die van de hogere middenklasse.

Internationale beweging

De beweging tegen slavernij was, vanwege de slavenhandel, vanaf het begin internationaal georiënteerd. William Wilberforce (1759-1833) was een Engels parlementariër die zich eerst vooral druk maakte om de leefomstandigheden van arbeiders en van daaruit tegen de slavenhandel ging werken. Hij gebruikte allerlei bewustwordingsmateriaal, zoals afbeeldingen van volgepropte slavenschepen die werden op grote schaal verspreid op pamfletten en theekopjes. In 1807 overtuigde hij het parlement om een wet aan te nemen die slavenhandel onwettig maakte.

In Amerika werd de afschaffingsbeweging onder meer geleid door Frederick Douglass (1818-1895), die zelf als slaaf was geboren. Nadat hij uit een zuidelijke plantage was ontsnapt, had hij in New York een succesvolle krant opgericht. De negerhut van oom Tom (1852), een roman van de Amerikaanse domineesdochter Harriet Beecher Stowe, wekte bij een breed publiek sterke sentimenten tegen de slavernij op.

Vrouwenrechten

De beweging voor vrouwenrechten kreeg elan met de oprichting van de International Alliance of Women, in Berlijn in 1904. De inspiratie was uit Amerika gekomen, het hoofdkantoor werd in Londen gevestigd en conferenties werden belegd in onder meer Kopenhagen, Amsterdam (in 1908), Stockholm en Boedapest. Het vrouwenkiesrecht was hun speerpunt. Dat was tegen de zin van de socialisten, die bezorgd waren dat uitbreiding van het stemrecht naar vrouwen (uit de hogere belastingschalen) ten koste zou gaan van de vertegenwoordiging van arbeiders.

Antikolonialisme

In de vroege 20ste eeuw werd ook de uitbuiging in de koloniën een internationale kwestie. De Britse journalist Edmund Morel (1873-1924) leidde een campagne tegen de Belgische koning Leopold II, die over ontelbare lijken ging voor de winsten in zijn privébezit Congo, een enorm gebied het hart van Afrika. Morel wierf de steun van enkele van de meest geziene schrijvers zoals Joseph Conrad, Anatole France, Mark Twaine en de schepper van Sherlock Holmes, Arthur Conan Doyle.

Armeense genocide

Dat patroon van een schrijver of journalist die via bekende burgers de publieke opinie mobiliseerde, deed zich ook voor in de internationale actie voor Armeniërs. Op 24 april 1915 begonnen de leiders van Turkije met massamoorden die binnen een paar jaar mogelijk een miljoen Armeniërs het leven hebben gekost. Kranten in alle westerse landen schreven veelvuldig over de genocide. De ontzetting daarover leidde tot het opzetten van hulpcomités in veel landen, ook in Nederland.

Internationale organisaties

Bij de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties, die ontstond na de Eerste Wereldoorlog, kreeg actie voor de mensenrechten niet veel voet aan de grond, met uitzondering van het werk voor vluchtelingen onder aanvoering van de Noorse poolreiziger Fridtjof Nansen (1860-1930). Voor zijn werk als Hoge Commissaris voor Vluchtelingen kreeg hij in 1922 de Nobelprijs voor de Vrede.

Dat jaar werd ook de eerste algemene internationale organisatie voor mensenrechten opgericht, de Liga voor de Mensenrechten. Die had haar wortels in Frankrijk, werd vooral in de Verenigde Staten groot, maar kalfde daarna af. In de Tweede Wereldoorlog namen enkele prominente leden de draad van de Liga weer op nadat de Amerikaanse president Roosevelt in januari 1941 zijn rede over de Vier Vrijheden had gehouden: de wereld moest zich inzetten voor vrijheid van mening en geloof, en de vrijwaring van gebrek en vrees. Die leden gingen na de oorlog meeschrijven aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Na 1945

De geschiedenis van Amnesty International, de vereniging die zou uitgroeien tot ’s werelds grootste mensenrechtenorganisatie, begon met een initiatief van de Engelse advocaat Peter Benenson. Benenson meende dat alleen een grote publiekscampagne, met brieven naar regeringen, effectief kon zijn voor degenen die hij ‘gewetensgevangenen’ noemde. Zijn Appeal for Amnesty, in 1961, was een groot succes. De activiteiten breidden zich snel uit en in de jaren 1970 werd Amnesty International over de hele wereld een bekende organisatie.

De Helsinki-groepen ontstonden nadat landen van het Westen en het Oostblok in 1975 in Helsinki waren overeengekomen dat ze elkaars naleving van mensenrechten zouden controleren. Groepen in onder meer Nederland, de Scandinavische landen en de VS hadden veel contact met dissidenten in Oost-Europa. De Amerikaanse stichting Helsinki Watch, opgericht in 1978, werd later omgevormd tot Human Rights Watch. Die organisatie is nu ’s werelds grootste na Amnesty.

De ontwikkeling van mensenrechtenorganisaties is nog geenszins voorbij. Er komen steeds nieuwe initiatieven voor thema’s, groepen, landen of regio’s. Volgens de Internationale Liga voor Mensenrechten waren er 178 mensenrechtenorganisaties in 1970. In 2019 stonden  op een lijst van Wikipedia ruim vierhonderd internationale organisaties, waarbij nog eens duizenden landelijke en plaatselijke groepen kunnen worden opgeteld.

Amnesty International