Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Schulden en mensenrechten

Het niet kunnen nakomen van financiële schulden was lange tijd een van de meest gebruikelijke redenen om iemand gevangen te zetten als gijzelaar. In de negentiende eeuw raakte dit in onbruik. Volgens het VN-verdrag (BuPo) is het verboden iemand vanwege schulden gevangen te zetten.

Internationaal staat de schuldenproblematiek van ontwikkelingslanden hoog op de agenda. Zo was in 2001 de staatsschuld van Argentinië rond 125 miljard dollar; de aflossing van de rente legde beslag op 18 procent van de begroting.

De Wereldbank ging, na de aanstelling van Robert McNamara als hoofd (in 1968), over tot enorme investeringen in de ontwikkelingslanden. De regeringen uit het Zuiden aanvaardden de investeringen, hoewel deze niet aan de lokale noden aangepast waren, en verduisterden vaak gigantische sommen die door lokale banken witgewassen werden.

Vanaf de jaren negentig kregen steeds meer landen gedeeltelijke kwijtschelding van internationale organisaties als IMF. Onder meer het Europees Parlement pleit voor een veel verdergaande kwijtschelding. In 2003 begonnen IMF en Wereldbank een programma voor de kwijtschelding van schulden in 26 landen, waarvan 22 in Afrika. Door in totaal 41 miljard dollar aan hulp zal de schuld van die landen met gemiddeld twee derde dalen.

Schuldhorigheid

Persoonlijke schulden kunnen leiden tot ‘schuldhorigheid’ (een vorm van dwangarbeid), prostitutie of slavernij, die door de schuldeiser wordt afgedwongen. De horigheid houdt in dat de schuldeiser degene met schulden dwingt om geld te verdienen, door bijvoorbeeld prostitutie. Uit onder meer India zijn gevallen gemeld van kinderen die jarenlang onbetaald voor een baas moeten werken om de schulden van hun ouders af te betalen.

Schulden: Amnesty’s visie

Amnesty roept op tot internationale maatregelen waardoor de schuldenlast geen belemmering meer is voor de verwezenlijking van sociaaleconomische rechten van de bevolking. De verantwoordelijkheid voor de schuldenlast van ontwikkelingslanden ligt bij de regeringen van die landen die veel geld slecht besteedden, bij particuliere westerse banken die grote sommen leenden zonder reëel zicht op terugbetaling, en bij westerse regeringen die met publiek geld garanties voor die leningen gaven.