Compensatie en herstel in de mensenrechten

Amnesty zet zich in voor compensatie en andere vormen van herstel voor slachtoffers van ernstige schendingen van mensenrechten en hun nabestaanden.

Het internationaal recht en de VN hebben het recht op schadeloosstelling vastgelegd voor een onterechte veroordeling of voor onwettige straf of executie. Verscheidene verdragen kennen bepalingen met betrekking tot compensatie. Ook kan voor civielrechtelijke zaken worden geprobeerd compensatie via een rechtszaak af te dwingen. Zo hebben rechters in de VS, na het vaststellen van de aansprakelijkheid, de betaling van schadevergoeding opgelegd aan daders (van politieke moord en marteling) uit onder meer Paraguay, de Filipijnen, Guatemala en Bosnisch Servië. Het VN-verdrag (BuPo) spreekt van een ‘afdwingbaar recht op schadeloosstelling’ voor slachtoffers van onwettige arrestatie of detentie. In het VN-verdrag over marteling is opgenomen dat het slachtoffer of de nabestaanden recht op compensatie hebben. Compensatie van honderdduizenden dollars per geval is ook afgedwongen door beschikkingen van de Inter-Amerikaanse Commissie (Amerikaans Verdrag) inzake gevallen van verdwijning en onwettige gevangenschap in Argentinië, Uruguay en Honduras. In onder meer Chili (1991) werd door de overheid compensatie toegekend aan de nabestaanden van vermoorde of verdwenen gevangenen. In Nederland kregen onder anderen de overlevenden van de Schipholbrand compensatie.

De vijf vormen van herstel

Slachtoffers van mensenrechtenschendingen hebben recht op herstel (Engels: reparations). Degenen die verantwoordelijk zijn voor de schendingen moeten de financiële, medische, sociale en andere consequenties ervan dragen. Dat zijn dus de overheden die de opdracht tot de schendingen hebben gegeven en zij die de opdrachten hebben uitgevoerd. De roep om maatregelen voor herstel klinkt vooral in een periode van transitie: een overgang van oorlog of dictatuur naar een meer democratische staat.

Er zijn vijf vormen van herstel, aldus een VN-rapport uit 2000 dat werd voorbereid door de Nederlander Theo van Boven:

  1. Compensatie. Volgens het internationaal recht kan schadeloosstelling kan worden geëist voor bijvoorbeeld een onterechte detentie. Ook kunnen nabestaanden van de overheid compensatie eisen voor dood door schuld van overheidsfunctionarissen.
  2. Medische zorg ten behoeve van lichamelijk en geestelijk herstel. Die zorg kan bijvoorbeeld bestaan uit behandeling, een operatie, psychotherapie, revalidatie voor een toegebrachte handicap of medische opvang voor vluchtelingen.
  3. Restitutie, het teruggeven van kwijtgeraakte bezittingen. Zo hebben in Oost-Europa veel mensen een huis of bedrijf teruggeëist dat op onrechtmatige manier door het voormalige communistische regime was onteigend.
  4. Genoegdoening, zoals door herstel van waardigheid en reputatie van de slachtoffers, en een openlijke erkenning van wat hun is aangedaan.
  5. Preventie. Een overheid moet de garantie geven dat de schendingen zich niet meer herhalen. Belangrijke voorwaarden daarvoor zijn dat de wet de schendingen uitdrukkelijk verbiedt en dat er maatregelen worden getroffen om toezicht te houden op naleving van de wet.

Na de meeste gevallen van oorlog, genocide en dictatuur zijn de pogingen van slachtoffers om compensatie te krijgen zonder resultaat gebleven. Wel is, kort na de Tweede Wereldoorlog en opnieuw sinds de jaren negentig, veel slachtoffers van de Holocaust compensatie gegeven, maar bepaalde groepen (dwangarbeiders, troostmeisjes) moeten die erkenning nog altijd krijgen.