Shell en Den Haag: 'Neem je verantwoordelijkheid!'
INGEZONDEN BRIEF
Nu het rapport 'Environmental Assessment of Ogoniland' van het Milieuagentschap van de Verenigde Naties (UNEP) op tafel ligt kan er geen enkele twijfel meer over bestaan: Decennialange olievervuiling heeft een verwoestend effect op het leven van de bewoners.
Ondrinkbaar water en zwaar vervuilde akkers en viswaters leiden niet alleen tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's, maar ook tot het verlies van bronnen van inkomsten. De Nigeriaanse overheid en de oliemaatschappijen hebben dit al die tijd laten gebeuren, met grote onrust, conflicten en verarming tot gevolg. Protesten werden meer dan eens met excessief geweld beantwoord, waarmee de regering het signaal afgaf dat zij liever de olieindustrie wilde verdedigen dan haar burgers. En dan beperkt dit onderzoek zich nog maar tot Ogoniland. Vergelijkbare problemen doen zich in de hele Nigerdelta voor.
Shell schiet ernstig tekort
Shell wijt de vervuiling vrijwel volledig aan sabotage en diefstal, maar na eerdere rapportages van milieu- en mensenrechtenorganisaties is nu opnieuw vast komen te staan dat een groot deel van de lekkages het gevolg is van slecht onderhoud en operationele fouten. De laatste jaren zijn ook sabotage en grootschalige diefstal door georganiseerde criminaliteit een ernstig probleem. Dit laat echter onverlet dat het oliebedrijf wettelijke verplicht is eenmaal ontstane vervuiling op te ruimen. Volgens UNEP schiet Shell daarbij ernstig tekort. Het bedrijf presteert niet alleen onder de nationale en internationale standaarden, maar haalt zelfs haar eigen normen niet. Dat Shell onlangs aansprakelijkheid heeft geaccepteerd voor twee grote lekkages uit 2008 is een positieve eerste stap, maar wel één die pas gezet werd nadat de bewoners hun zaak aan de Britse rechter hadden voorgelegd.
Niet alleen Shell is verantwoordelijk, ook de Nigeriaanse regering heeft ernstig gefaald. Zo laat zij na toezicht te houden op de oliemaatschappijen en kunnen de bedrijven feitelijk zichzelf controleren. De regering handhaaft bestaande milieuwetgeving nauwelijks en bestrijdt criminele activiteiten slecht. De gang naar de Nigeriaanse rechter is voor burgers een kostbare en moeizame onderneming die zelden succesvol wordt afgerond.
Maar ook regeringen van de landen waar deze oliebedrijven zetelen, zoals Nederland en Engeland in het geval van Shell, spreken hen niet aan op hun falen in Nigeria. Het lijkt er dus op dat de burgers van de Nigerdelta met lege handen staan. Een meer systematische aanpak is dan ook vereist.
Verantwoordelijkheid
Wij zijn van mening dat het UNEP-rapport niet alleen voor Shell, maar ook voor de Nederlandse regering aanleiding moet zijn om deze crisis te helpen beëindigen. Landen waarin de hoofdvestigingen van de oliebedrijven zijn gevestigd hebben immers decennia lang baat gehad bij olieinkomsten uit Nigeria. Daardoor is een speciale verantwoordelijkheid ontstaan.
Wij roepen Shell en de Nederlandse regering op om het UNEP-rapport aan te grijpen als een kans om de bevolking van de Nigerdelta een veiliger en schonere leefomgeving te geven. Nederland moet druk uitoefenen op Shell om haar verantwoordelijkheid te nemen, en op de Nigeriaanse regering om daadwerkelijk toezicht te houden op de oliesector. Nederland moet er bij de Nigeriaanse regering op aandringen dat bedrijven aansprakelijk worden gesteld voor de verwoesting van het leefmilieu, dat er een effectieve schadeloosstelling van de getroffenen komt en dat zij maatregelen treft voor het aanpakken van de gezondheidsproblemen.
UNEP raadt de Nigeriaanse regering en de olieindustrie aan om een fonds met een startkapitaal van één miljard dollar in te stellen voor milieuherstel in Ogoniland. Dat is een goede start, maar bewoners hebben naast een schone leefomgeving ook middelen nodig om weer een bestaan op te bouwen en in hun eigen inkomsten te kunnen voorzien. Er is dus meer geld nodig. Gezien het feit dat er sinds de jaren zestig zo'n 600 miljard dollar is verdiend aan de olie uit de Nigerdelta mag geld het probleem niet zijn.
Ruud Lubbers, Stand up for your Rights, Handvest van de Aarde, Femke Halsema, voormalig fractievoorzitter voor GroenLinks in de Tweede Kamer, Rick van der Ploeg, Professor of Economics at the University of Oxford en Co-Director of the Centre for the Analysis of Resource Rich Economies, Joris Voorhoeve, hoogleraar Internationale Organisaties, voormalig minister van Defensie, Jan Pronk, voorzitter van de Society for International Development, Jan Marijnissen, partijvoorzitter SP, Eduard Nazarski, directeur Amnesty International Nederland.


