Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Zelfbeschikking en mensenrechten

Zelfbeschikking is het recht op eigen keuzen en zelfstandigheid, zowel voor het individu als voor een collectief, bijvoorbeeld een volk.

Het individuele recht op zelfbeschikking kan gezien worden als een element van de persoonlijke vrijheid, en daarmee als een grondslag van de mensenrechten. De individuele zelfbeschikking speelt onder meer een rol bij privacy, bij euthanasie en in het opkomen voor menselijke waardigheid.

Het collectieve recht op zelfbeschikking is de autonomie die volken en staten hebben. De VN-verdragen van 1966 noemen het recht op zelfbeschikking van volken, het Afrikaans Handvest voor de Rechten van Mens en Volken stelt dit met nog meer nadruk. Dat zelfbeschikkingsrecht is daarmee onderdeel van de collectieve rechten geworden. In de praktijk echter wordt het internationaal recht beheerst door staten; volken zonder staat kunnen zelden aanspraak maken op soevereiniteit. Er bestaat geen criterium op grond waarvan een bepaalde groep zich als ‘volk’ internationaal-rechtelijk zelfbeschikking kan verwerven.

Een volk is een groep mensen met een gedeelde taal, cultuur en geschiedenis. Volken zijn formeel de basis van het internationaal recht (volkenrecht). Het aantal volken in de wereld is moeilijk te schatten, maar zou gelijk kunnen worden gesteld aan het aantal talen: ongeveer vijfduizend. De uitroeiing, of poging daartoe, van een volk heet genocide als het om een etnische groep gaat. Er is sprake van (massale) buitengerechtelijke executies als het een ander soort volk of (politieke) bevolkingsgroep betreft.

Amnesty steunt het beginsel van zelfbeschikking, maar heeft geen standpunt over de rechtvaardigheid van concrete aanspraken. In elk geval mag een streven naar zelfbeschikking niet worden onderdrukt of afgedwongen met middelen die de mensenrechten schenden.

Voorbeelden

Het recht op zelfbeschikking maakt pas kans wanneer een volk door gewapende strijd (bijvoorbeeld de Eritreeërs in Ethiopië), verzwakking van de centrale macht (bijvoorbeeld de Baltische volken in de Sovjet-Unie) of internationale druk (bijvoorbeeld Tibetanen in China) internationaal aandacht kan opeisen. Toen Slovenië, Kroatië en Bosnië zich vanaf 1992 wilden losmaken van de Joegoslavische Federatie werd die zelfbeschikking pas door de andere landen erkend nadat de militaire situatie daartoe dwong. Over de zelfbeschikking van Kosovo kon de internationale gemeenschap het niet eens worden. Kosovo riep de onafhankelijkheid uit begin 2008. Het recht op zelfbeschikking wordt door de Tibetanen tegenover China opgeëist sinds 1950, echter tevergeefs. Zelfbeschikking van Koerden in de vorm van een eigen staat is sinds de Eerste Wereldoorlog een utopie gebleken.

In een democratische rechtsstaat kan het volken of bevolkingsgroepen wel lukken een hoge mate van zelfbeschikking te krijgen. Zo is in Spanje sinds de val van het Franco-regime in 1975 geleidelijk steeds meer autonomie toegekend aan de Catalanen (met als hoofdstad Barcelona), die ook ijveren voor instandhouding van hun eigen taal, en zijn ook aan de Basken rechten van autonoom bestuur gegeven. Bij een referendum over onafhankelijkheid van de Catalaanse regio verzette de regering in Madrid zich sterk, ze stelde dat de Spaanse grondwet alleen onafhankelijkheid van een regio toestaat als die beslissing met nationale meerderheid wordt genomen.