Minderheden en mensenrechten

Een minderheid is een groep die geringer van aantal is dan de rest van de bevolking van een staat, waarvan de leden andere etnische, religieuze of linguïstische kenmerken vertonen en een solidariteit tonen gericht op het voortbestaan van hun cultuur. Onder de minderheden die in meerdere landen worden vervolgd zijn Armeniërs, Baha’i, Basken, indianen, Hutu’s en Tutsi’s, Jehova’s getuigen, joden, Koerden, Palestijnen, Roma, Tibetanen en zwarten.

De bescherming van etnische, nationale en politieke minderheden tegen discriminatie wordt beschouwd als een van de pijlers van de mensenrechten. Vele internationale verdragen hebben dan ook direct of indirect betrekking op die bescherming. Het VN-verdrag (BuPo) stelt dat minderheden niet het recht ontzegd mag worden om met andere leden van hun gemeenschap hun cultuur te genieten, hun religie uit te dragen en hun eigen taal te spreken. Idealiter ontstaat een multiculturele samenleving. In de praktijk is de vervolging van etnische, religieuze en andere minderheden of nationaliteiten een van de hardnekkigste vormen van schending van mensenrechten.

De VN heeft verdragen en verklaringen over minderheden uitgebracht, maar altijd vermeden een definitie van minderheden te geven. Het aantal minderheden is dan ook nooit met enige nauwkeurigheid geschat, maar een aanwijzing is dat er in de wereld zo’n 5.000 verschillende talen worden gesproken.