Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Democratie en mensenrechten

Democratie is een bestuursvorm gebaseerd op zelfbestuur door individuele burgers. Het woord democratie komt uit het Grieks en betekent ‘regering door het volk’.

Grieken en Romeinen kenden een vorm van democratie, maar de moderne vorm kwam tot ontwikkeling in de overgang van middeleeuwen naar renaissance. In de Atheense democratie (600-400 v.C.) was het kiezen van een volksvertegenwoordiging voorbehouden aan volwassen mannelijke burgers (geen slaven of lijfeigenen).

In de Romeinse tijd was formeel sprake van democratie, maar werd het bestuur feitelijk autoritair (door keizers en adellijke geslachten) uitgeoefend. Vanaf de middeleeuwen kende alleen Zwitserland een directe democratie, uitgeoefend door mannelijke kiezers en bestuurders. Elders werd die ondergraven door de absolute macht van vorsten.

John Locke (1632-1704) bestreed die macht in een geschrift uit 1690 en stelde dat de overheid haar rechten uitsluitend ontleende aan een overeenkomst van burgers. Zijn ideeën over grondrechten brachten Montesquieu (1689-1755) tot de theorie van de scheiding der machten.

Democratie: verschillende varianten

Moderne democratieën vertonen nogal wat variatie. Zo is in de VS de macht van het staatshoofd (president) veel groter dan in de meeste Europese staten. In China en Noord-Korea bestaan ‘volksdemocratieën’, die feitelijk autoritaire communistische stelsels zijn. Vele ontwikkelingslanden kennen een ‘eenpartijdemocratie’. Vooral na 1990 hebben tientallen landen, vaak voor het eerst, een vorm van echte democratie ingevoerd.

Democratie en mensenrechten

Democratie is een kernbegrip in de moderne mensenrechtenverdragen. Artikel 29 van de Universele Verklaring stelt dat ‘In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen die [nodig zijn voor het] algemeen welzijn in een democratische gemeenschap’. Verder roept de Universele Verklaring niet uitdrukkelijk op tot het instellen van een democratie.

Maar de vrijheidsbepalingen van de mensenrechtenidee kunnen alleen verwezenlijkt worden in een vorm van democratie die vrijheid van meningsuiting, besluitvorming met behulp van openbare discussie, geheime verkiezingen en het toekennen van rechten aan minderheden garandeert. Deze rechten kunnen niet door een meerderheid van de helft-plus-één worden opgeschort.

De sociaal-democratie wordt vaak als de optimale vorm van democratie beschouwd. Tot de vooraanstaande activisten voor democratie behoren Aung San Suu Kyi (Burma), Willy Brandt (Duitsland), Václav Havel (Tsjechië), Nelson Mandela (Zuid-Afrika), Oswaldo José Payá Sardiñas (Cuba) en Andrej Sacharov (Rusland). Belangrijke theoretici van de democratie zijn onder meer Noam Chomsky, Milovan Djilas, Adam Michnik, André Glucksmann, Jürgen Habermas, Richard Rorty en Jean Paul Sartre.

Komt de democratie voort uit de Griekse oudheid?

Plato (427-347 v.C.) dreef de spot met de democratie. ‘Een democratie hangt van rechten en vrijheden aan elkaar en men kan er doen en laten wat men wil. Waar zulke mogelijkheden bestaan, zal ieder natuurlijk zijn leven naar eigen goeddunken inrichten. Kennelijk is dit het mooiste soort maatschappij. Met die mengelmoes van karakters schittert hij als bonte kleren met een veelkeurig bloemenpatroon… Men bekommert zich in het geheel niet om de achtergrond van de mensen die in de politiek gaan en politieke beslissingen nemen, zolang ze maar beweren dat ze de massa van het volk goed gezind zijn… Elke dag richt de mens zijn leven weer anders in, om maar alle verlangens die bij hem opkomen ter wille te zijn. Het ene moment is het drank en seks, het volgende water en brood, dan weer lichamelijke training… Een leraar is onder die omstandigheden bang voor zijn leerlingen en praat hen naar de mond. Leerlingen zien op hun leraren neer en gedragen zich alsof zij volwassenen zijn.’

In Plato’s ideale samenleving staat aan het hoofd een filosoof-koning. Kunst en literatuur worden streng gecensureerd. Democratie is een slechte staatsvorm, omdat ze automatisch leidt tot de roep om een sterke man en dus tirannie. Verscheidene malen probeerde Plato zijn politieke ideeën in praktijk te brengen, onder meer met behulp van de tiran van Syracuse, maar hij werd in de resultaten daarvan zeer teleurgesteld.

Aristoteles (384-322 v.C.) was een Grieks wijsgeer die door zijn grote belangstelling voor de werkelijkheid en zijn analytische inzichten de filosofie een wetenschappelijk fundament gaf. Ook hij was geen voorstander van de democratie: monarchie en aristocratie zijn de betere staatsvormen, tirannie en democratie de slechtste. En slavernij is gerechtvaardigd, daar sommige mensen van nature tot onderworpenheid zijn bestemd. Aristoteles sprak veel over het ‘juiste midden’ maar was in de praktijk voorstander van de harde hand.

In 404 v. Chr. belegerden de Spartanen de stad Athene. Ze dwongen de Atheners tot onvoorwaardelijke overgave en maakten een einde aan de democratie. De Spartanen stelden een Commissie van Dertig in voor het bestuur, die op hun beurt een Politiecommissie van Elf opdracht gaven om met behulp van driehonderd soldaten een algemene zuivering door te voeren.

Leden van de democratische oppositie en een groot aantal van hun volgelingen werden vermoord. Volgens Aristoteles, die er een halve eeuw later over schreef, vielen er 1500 slachtoffers in acht maanden en was de bevolking ‘verheugd’, omdat met die moordpartijen het algemeen belang werd gediend. Aristoteles stemde daarmee in, en ook met de algemene amnestie die later voor deze doodseskaders werd afgeroepen.