Vladimir Poetin
© AP/Sergei Chirikov

Historische context

‘Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van geweten zijn fundamentele elementen van een geciviliseerde staat. De bescherming daarvan is bij de Russische staat in betrouwbare handen.’ Deze illustere woorden sprak Vladimir Poetin uit toen hij op 31 december 1999 aantrad als president van de Russische Federatie. Ruim 25 jaar later heeft diezelfde Poetin zijn land in een oorlog met Oekraïne gestort en houdt hij de Russische burgers gegijzeld met repressief beleid en tientallen wetten die kritische stemmen het zwijgen opleggen. Hoe heeft dit zo kunnen gebeuren?

Vladimir Poetin maakte en maakt dankbaar gebruik van negatieve associaties die veel Russen hebben met democratie. Eind jaren ’80 van de twintigste eeuw probeerde de laatste Sovjetleider Michail Gorbatsjov het land tegen de klippen op te vernieuwen. Met zijn politiek van glasnost en perestrojka gaf hij burgers meer vrijheden en wilde hij de economie hervormen. Maar zijn plan mislukte en de Sovjet-Unie viel uiteen. Onder de eerste Russische president Boris Jeltsin stortte de Russische economie volledig in.

Democratie niet populair

Politieke vrijheden waren er wel onder president Jeltsin. Er waren onafhankelijke media en er ontstonden maatschappelijke organisaties zoals Memorial, dat onderzoek deed naar misdaden uit de tijd van Stalin. Welvaart ging echter aan de meeste Russen voorbij. Wel wist een klein aantal oligarchen zich buitenproportioneel te verrijken. Daardoor leeft bij veel Russen het idee: ‘Als dit democratie is, doe mij dan maar wat anders’.

Strijd tegen ‘terroristen’ uit Tsjetsjenië

Rond de eeuwwisseling trad Poetin hard op tegen het geweld van Tsjetsjeense separatisten. Onder het mom van terrorismebestrijding wist hij de greep van de staat op de samenleving te vergroten. Wetten tegen extremisme en terrorisme werden enorm aangescherpt. De tallloze mensenrechtenschendingen waar de staat verantwoordelijk voor was (zoals bij de gijzelingen in een theater in Moskou in 2002 en in een school in het Zuid-Russische Beslan in 2004) belandden in de doofpot.

Terwijl Rusland druk was met het conflict in Tsjetsjenië, braken in buurlanden revoluties uit die Poetin slecht bevielen. In 2003 de Rozenrevolutie in Georgië, in 2004 de Oranjerevolutie in Oekraïne. Beide landen kregen een regering die meer op het Westen en op democratie gericht was. In 2010 ontstond even verderop de Arabische lente – een golf opstanden, protesten en revoluties in de Arabische wereld.

De demonstraties van 2011 en 2012

In de winter van 2011 en 2012 vonden er ook in Rusland massale protesten plaats. De bevolking was woedend over het gesjoemel tijdens de parlementsverkiezingen. De autoriteiten wilden absoluut geen revolutie zoals in Oekraïne (2004) en Georgië (2003) en grepen dan ook hard in. Opgepakte demonstranten kregen lange gevangenisstraffen.

Na de protesten van 2011/2012 verstevigde het Poetin in recordtempo zijn grip op de samenleving met een stortvloed aan wetten. Deze wetten raakten niet zozeer ‘terroristen’ en ‘extremisten’, maar iedereen met een dissidente stem. Denk aan mensenrechtenactivisten, journalisten, advocaten en ‘gewone’ Russen.

Buitenlandse spionnen en ongewenste organisaties

2012 was het geboortejaar van de inmiddels beruchte (en door andere autocraten gekopieerde) Wet op de Buitenlandse Agenten. Maatschappelijke organisaties – en later ook individuen – die van de staat het stempel ‘buitenlandse agent’ kregen, werden gestigmatiseerd als ‘westerse spion’ en hun werk werd gecriminaliseerd. ‘Buitenlandse agenten’ staan onder verscherpt toezicht van de autoriteiten en riskeren forse boetes en strafrechtelijke vervolging. Daarnaast belanden ze in een maatschappelijk isolement omdat niemand met ze wil samenwerken. Veel Russen vertrouwen de ‘buitenlandse agenten’ namelijk niet. Voor hen staat dat stempel gelijk aan dat van een Westerse spion.

In 2015 kwam de Wet op de Ongewenste Organisaties erbij. Buitenlandse organisaties met het stempel van ongewenste organisatie mogen niet langer in Rusland gevestigd zijn. Contact met buitenlandse fondsen en donoren met dit stempel is strafbaar voor Russische organisaties en burgers. Financieel overleven werd zo nog lastiger voor het onafhankelijke deel van het maatschappelijk middenveld.

Amnesty-kantoor gesloten

Het kantoor van Amnesty International in Moskou is sinds april 2022 gesloten. Amnesty blijft zich vanaf andere locaties inzetten voor respect voor mensenrechten in Rusland. In 2025 verklaarden de Russische autoriteiten ook Amnesty International tot ‘ongewenste organisatie’. Hierdoor werden de activiteiten van Amnesty en connecties met strafbaar in Rusland. Voor Amnesty betekent dat niet dat de organisatie stopt met het documenteren en blootleggen van mensenrechtenschendingen, aldus secretaris-generaal van Amnesty Agnes Callamard: “Eerder het tegenovergestelde. (…) We verdubbelen onze pogingen om de Russische mensenrechtenschendingen, binnen en buiten Rusland, bloot te leggen.”

Corona-pandemie

De Russische autoriteiten hebben de corona-pandemie gebruikt om hun greep op de samenleving nog verder op te schroeven. Amendementen op de ‘nepnieuws’-wet leidden tot mediacensuur en vervolging van journalisten, artsen, klokkenluiders en anderen die ‘valse informatie’ zouden hebben verspreid. Ook demonstratieregels werden gedurende de pandemie verder aangescherpt. Journalisten werden, ook als zij voldeden aan ‘social distancing’-regels en Ruslands draconische demonstratiewetgeving, beboet of gedetineerd voor deelname aan eenpersoonsprotesten, om vervolgens opgesloten te worden in overvolle en slecht geventileerde politievoertuigen of detentiecentra.

De grootschalige invasie van Oekraïne

Op 24 februari 2022 viel het Russische leger Oekraïne binnen voor een grootschalige oorlog (de Krim en delen van Oost-Oekraïne waren al in 2014 aangevallen en bezet). Terwijl Rusland de oorlog tegen Oekraïne voortzet, voeren de autoriteiten aan het thuisfront strijd tegen diegenen met kritiek op de oorlog en de oorlogsmisdrijven begaan door Russische troepen.

Het publiceren van ‘nepnieuws’ of het in ‘diskrediet brengen van het Russische leger’ werden nieuwe misdrijven die critici van de oorlog het zwijgen op moeten leggen. Hierdoor worden onder meer advocaten, mensenrechtenverdedigers, kunstenaars en oppositiepolitici vervolgd.

Amnesty International volgt en onderzoekt oorlogsmisdaden en andere ernstige mensenrechtenschendingen in Oekraïne. Lees meer op onze overzichtspagina over de oorlog in Oekraïne.

Meer over dit onderwerp