Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Surveillance en mensenrechten

De term surveillance (Engels voor toezicht, bewaking, inspectie; het woord wordt vaak onvertaald gelaten) wordt in de mensenrechten gebruikt als aanduiding voor alle middelen en technieken die overheden inzetten voor toezicht en bewaking.

Surveillance omvat het afluisteren van telefoons, het onderscheppen van internetcommunicatie, cameratoezicht, toezicht met behulp van satellieten en drones, het onderzoek van papieren sporen, het onderzoeken van elektronische sporen (creditcards, pasjes, mobiele telefoons), gezichtsherkenning, het verzamelen van biometrische gegevens, het gebruik van sensors, het schaduwen van personen, het inzetten van infiltranten en zo meer.

Surveillance kan wettelijk dienen voor het verkrijgen van gegevens (data, berichten, beelden, geluidsopnames) die gebruikt worden voor het verhinderen en onderzoeken van misdrijven en terroristische aanslagen, en van praktijken die het nationaal of internationaal belang kunnen schaden. Surveillance wordt ook ingezet ten dienste van militaire acties, waaronder aanvallen met drones.

Kijk voor actuele informatie over surveillance op Amnesty’s themapagina Veiligheid en mensenrechten.

Surveillance en onderdrukking

In veel landen wordt surveillance, al dan niet binnen de termen van nationale wetten, veel ruimer ingezet voor onderdrukking, zoals van dissidenten en politieke tegenstanders, etnische en nationale minderheden, LHBTI’s, sociale bewegingen en niet-gouvernementele organisaties. Op verschillende manieren kan het een bedreiging voor of inbreuk op de mensenrechten zijn:

  • Surveillance wordt wel onschadelijk verklaard omdat ‘wie niets te verbergen heeft niets te vrezen heeft’, maar nagenoeg ieder persoon is drager van vertrouwelijke en persoonlijke informatie die kan worden misbruikt voor druk of chantage.
  • Het recht op privacy komt in het geding als data worden verzameld die niet in verband staan met misdrijven of andere onwettige activiteiten.
  • Gegevens kunnen worden gebruikt tot onderdrukking van meningen en organisaties die volgens internationale mensenrechten juist bescherming zouden moeten krijgen.
  • Opgeslagen gegevens kunnen op een later moment een risico worden voor de privacy, het recht op vrijheid van meningsuiting, het recht op het vergaren van informatie en andere mensenrechten, zeker wanneer de politieke situatie ongewis en het voortgaan van de rechtsstaat niet gegarandeerd is.
  • Eenmaal vergaarde gegevens kunnen op enig moment leiden tot ongegronde verdenkingen, zoals wanneer alleen al het feit dat die gegevens eerder verzameld zijn reden tot argwaan en extra toezicht wordt.
  • Het doorgeven van gegevens aan buitenlandse overheden kan ertoe leiden dat die overheden ervan gebruik maken op een manier die de mensenrechten schendt.
  • Hoe meer sophisticated en minder zichtbaar de technieken van surveillance worden, hoe groter de kans dat overheidsdiensten die inzetten zonder voldoende toezicht van rechterlijke macht, parlement of organisaties, of dat toezichthoudende instanties over onvoldoende kennis beschikken om hun taak naar behoren te vervullen.

Verslaggevers zonder Grenzen berichtte dat China, Iran en Saudi-Arabië behoren tot de landen met het meest ernstige misbruik van surveillance.

VN-resolutie

In december 2013 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met consensus een resolutie aan waarin gesproken wordt van ‘ernstige zorg dat elektronische surveillance, het onderscheppen van digitale communicatie en het verzamelen van persoonsgegeven een negatief kan hebben op mensenrechten’. De resolutie bevestigt de ‘ondersteuning van het recht op privacy’ en vraagt alle landen ‘maatregelen te nemen om een einde te maken aan activiteiten die een schending zijn van dit grondbeginsel van een democratische maatschappij’.

De resolutie zegt dat ‘online en offline dezelfde rechten beschermd moeten worden’. Overheden moeten ‘transparant’  zijn in hun surveillance en daarvoor aansprakelijkheid nemen. Eerder in 2013 had de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten verklaard dat ‘ overheden en nationale wetten moeten verzekeren dat er voor individuen wegen openstaan om schendingen van mensenrechten openbaar te maken, zonder dat zij daarvoor represailles hoeven te vrezen’.

Noodzakelijk en proportioneel

De ‘Internationale beginselen voor de toepassing van mensenrechten op surveillance van communicatie’ (mei 2014) zijn opgesteld door een vergadering van tientallen organisaties en deskundigen. Er staan de volgende beginselen in:

  1. Wettigheid: elke beperking op de mensenrechten moet zijn vastgelegd in de wet.
  2. Wettig doel: surveillance moet een belang dienen dat noodzakelijk is voor de democratische samenleving en mag op geen enkele wijze discrimineren.
  3. Noodzaak: surveillance moet zich beperken tot wat strikt en aantoonbaar noodzakelijk is.
  4. Gepastheid: surveillance moet in overeenstemming zijn met wettig doel en noodzaak.
  5. Evenredigheid: surveillance heeft een risico van inbreuk op mensenrechten en moet dus heel terughoudend worden ingezet; andere, minder vergaande middelen moeten altijd voorrang krijgen.
  6. Bevoegde juridische autoriteit: die moet de surveillance kunnen controleren.
  7. Juiste procedures: er moet due process zijn in de bestuurlijke en rechterlijke afhandeling van het inzetten van surveillance en het behandelen van klachten daarover.
  8. Bekendmaking: mensen van wie de communicatie wordt gevolgd moeten daarvan tijdig op de hoogte worden gesteld, behalve als er dwingende en wettige redenen zijn om dat niet te doen.
  9. Transparantie: de inzet van surveillance moet inzichtelijk en controleerbaar zijn.
  10. Openbaar toezicht: onafhankelijke instanties moeten ook toezicht kunnen uitoefenen.
  11. Integriteit: overheden mogen providers niet dwingen toezicht te houden op hun klanten of klanten aan te geven.
  12. Waarborgen voor internationale samenwerking: daarin mogen nationale wetten en internationale verdragen niet worden geschonden
  13. Waarborgen voor effectieve rechtsmiddelen: onder meer om klokkenluiders te beschermen.