Amnesty International teleurgesteld over indienen wetsvoorstel op gelaatsbedekkende kleding bij de Tweede Kamer
Volgens Amnesty is een algemeen verbod op gelaatsbedekkende kleding in strijd met het recht op vrijheid van meningsuiting en godsdienst. Amnesty vindt dat vrouwen die hiervoor kiezen het recht hebben om een boerka of niqab te dragen als uiting van hun identiteit, mening of geloof.
Nederland moet de vrijheid van meningsuiting – en in het verlengde daarvan kledingkeuze – als een fundamenteel en principieel recht beschermen. Ook als die kleding wellicht als onveilig, aanstootgevend en weinig uitnodigend voor nadere communicatie wordt ervaren.
De regering vindt gezichtssluiers fundamenteel onverenigbaar met de maatschappelijke orde; want een belemmering voor open communicatie en een uitdrukking van vrouwenonderdrukking. Een boerkaverbod zou volgens de regering nodig zijn ter bescherming van vrouwen die gedwongen zouden worden een boerka of niqab te dragen.
Amnesty is verbaasd over deze motivering. Immers het recht op vrijheid van meningsuiting garandeert dat een ieder het recht heeft om zijn of haar geloof, persoonlijke overtuiging of identiteit uit te drukken door te kiezen hoe hij of zij zich kleedt.
Dat juist in een vrij land als Nederland een “boerkaverbod” wordt voorgesteld is zorgelijk. Nederland geeft daarmee internationaal precies het verkeerde signaal af aan landen die verplichte kledingvoorschriften aan vrouwen opleggen.
Eduard Nazarski:, directeur van Amnesty International: “Nederland is niet geloofwaardig in het internationaal uitdragen van de vrijheid van meningsuiting als zij in eigen land bepaalt wat wel en niet gedragen mag worden op straat.”
Amnesty sluit niet uit dat er ook in Nederland (enkele) vrouwen gedwongen worden om een boerka of niqab te dragen. De overheid kan in individuele gevallen vrouwen beschermen tegen onderdrukking middels het familie- of het strafrecht. Dergelijke maatregelen moeten ingegeven zijn door concrete aanwijzingen en van geval tot geval worden beoordeeld.
Achtergrond
Amnesty International wijst een algemeen wettelijk verbod op het dragen van gelaatsbedekkende kleding als de boerka of niqab af. Al eerder deed de organisatie dit in o.a. Frankrijk en Belgie. Internationale mensenrechtenverdragen bieden slechts beperkt- dus alleen in bepaalde situaties en onder bepaalde omstandigheden - ruimte om gelaatsbedekkende kleding als de boerka of de niqab te verbieden. Alleen wanneer de openbare orde en veiligheid, volksgezondheid, of de rechten van anderen in het geding zijn kan het recht op vrijheid van meningsuiting of godsdienst (eventueel) ingeperkt worden. Bovendien laten internationale mensenrechtenverdragen een inperking alleen toe als aan drie voorwaarden is voldaan: inperkingen moeten voorzien zijn bij wet; moeten een bepaald legitiem doel, omschreven in het internationaal recht, dienen en moeten noodzakelijk zijn en proportioneel in verhouding tot het doel.
Volgens internationale mensenrechtenverdragen dient de overheid zich in het algemeen niet te mengen in hoe burgers zich kleden. De overheid moet het dragen van bepaalde kleding in de openbare ruimte dan ook aan zo weinig mogelijk wettelijke beperkingen onderwerpen. Overigens is het wel legitiem dat de overheid regels opstelt inzake het dragen van kleding of andere religieuze of politieke symbolen door functionarissen die de overheid vertegenwoordigen, zoals politiefunctionarissen of rechters. Zo kan ook aan ambtenaren die contact met burgers hebben gevraagd worden om hun gezicht niet te bedekken.
