Donners wil is nog geen wet
Minister Donner van Justitie wil het goedpraten van terreurdaden strafbaar stellen. Een slecht plan, meent jurist Ingrid Vledder, want in strijd met internationale jurisprudentie. Waarom zou je de moord op Theo van Gogh niet mogen bagatelliseren en die op Pim Fortuyn wel?
Nog steeds lijkt de vrijheid van meningsuiting in Nederland onder vuur te liggen. Mensen hebben het gevoel dat ze niet meer alles kunnen zeggen. Deels is dit het gevolg van druk die burgers onderling op elkaar uitoefenen. Opiniemakers worden bedreigd. Recent nog besloot de Marokkaanse Hasna El Maroudi, columniste van jongerenmagazine Spunk en NRC Handelsblad, te stoppen met haar column na ernstige bedreigingen vanwege haar uitspraken over Berbers en Arabieren.
De overheid dreigt hier nog een schepje bovenop te doen. Minister van Justitie Donner wil een nieuw artikel introduceren in het Wetboek van Strafrecht dat ‘apologie’, dat wil zeggen het verheerlijken, vergoelijken, bagatelliseren en ontkennen van ernstige misdrijven, strafbaar stelt. Concreet houdt dat in dat een uitspraak als ‘de aanslagen van 11 september zijn fantastisch’ in de toekomst strafbaar is. Nu is de uitspraak wellicht niet smaakvol, maar de vraag is of hij strafwaardig zou moeten zijn.
Het plannetje voor de nieuwe wet begon eerder dit jaar met zinspelingen van Donner op het strafbaar stellen van ‘apologie van terroristische misdrijven’. Maar het huidige wetsvoorstel is ruimer dan dat. In de tamelijk warrige Memorie van Toelichting stelt Donner: ‘Niet goed is immers in te zien waarom verheerlijking etc. van terrorisme wél en verheerlijking van internationale misdrijven en van in de Tweede Wereldoorlog begane misdaden niet uitdrukkelijk strafbaar zouden moeten worden gesteld.’ Maar wanneer we deze logica volgen, is het ook niet goed in te zien waarom andere ernstige misdrijven niet ook onder het apologieverbod zouden moeten vallen. Want waarom is volgens de minister het bagatelliseren van de moord op Theo van Gogh wél, maar de moord op Pim Fortuyn níet strafwaardig? Dat is niet goed uit te leggen. Voor burgers wordt het onmogelijk de wet te kennen en zich eraan te houden. Donners toelichting pleit overigens eerder voor afwijzing van het wetsvoorstel dan voor uitbreiding ervan tot andere ernstige misdrijven.
Doel van de minister van Justitie is de bestrijding van complexe maatschappelijke verschijnselen zoals vergroving van het publieke debat, radicalisering in de samenleving en de groeiende voedingsbodem voor terroristische misdrijven. Ongetwijfeld een nobel streven, maar de vraag is of het strafrecht wel het geschikte instrument is om dit te bereiken.
Het strafbaar stellen van apologie van ernstige misdrijven is in strijd met zowel nationale als internationale jurisprudentie. Enkele jaren geleden werden toenmalig RPF-fractievoorzitter Leen van Dijke en imam El Moumni door respectievelijk de Hoge Raad en het gerechtshof niet veroordeeld voor hun beledigende opmerkingen over homoseksuelen. In beide gevallen meenden de rechters dat het beledigende karakter van de uitlatingen ‘ontnomen’ werd door de waarde die deze uitlatingen voor het maatschappelijke debat hadden. De kwaliteit van het maatschappelijk debat ging dus vóór het feit dat de bestreden uitspraken zeer kwetsend zijn voor homoseksuelen.
Dringt zich de vraag op: waarom zou je, in het kader van het publieke debat, wél ongestraft homoseksuelen tot op het bot mogen beledigen maar slachtoffers en nabestaanden van een ernstig misdrijf niet?
Ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg is vanwege het belang van het publieke debat in een democratische samenleving niet snel geneigd overheden toe te staan uitspraken die ‘grieven, shockeren of verontrusten’ te verbieden. Het Hof noemt een dergelijk verbod zelfs in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.
Overigens antwoordde de Nederlandse regering zelf twee jaar geleden nog ontkennend op de vraag van de Raad van Europa of apologie van terroristische misdrijven strafbaar was. Den Haag stelde dat een dergelijke voorziening ook niet in het Nederlandse strafrecht zou worden opgenomen aangezien dat ‘ernstig in strijd zou zijn met de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting’. Twee jaar later is dit kennelijk opeens niet meer zo – terwijl de grondwet toch geen letter veranderd is op dit punt.
Ook in Nederland ligt Donners voorstel onder vuur, zowel in de Tweede Kamer als onder juristen. Zijn aankondiging om verheerlijking van (toen nog) terroristische misdrijven strafbaar te stellen, leidde in een vroeg stadium al tot verhitte reacties. Tijdens Kamerdebatten over terrorismebestrijding trok D66 de effectiviteit van dit voornemen in twijfel, en ageerde GroenLinks tegen het inperken van cruciale burgerlijke vrijheden zoals de vrijheid van meningsuiting. Ook Nederlandse strafrechtjuristen waren uiterst kritisch.
Inmiddels hebben de adviesorganen gereageerd. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak zet vraagtekens bij de noodzaak apologie strafbaar te stellen. Rechters en experts ervaren het ontbreken daarvan in het huidige Wetboek van Strafrecht namelijk niet als lacune. Verder wijst de Vereniging op het legaliteitsbeginsel: hoe moet een burger weten waaraan hij zich moet houden als de reikwijdte van de voorgestelde bepaling dermate vaag is?
De Raad voor de Rechtspraak stelt dat Donners voorstel het aan de rechter overlaat te bepalen of een (historische) gebeurtenis kan worden gekwalificeerd als een internationaal of terroristisch misdrijf. Het is onwaarschijnlijk, aldus de Raad, dat een rechter in staat zal zijn om hierover adequaat tot een oordeel te komen. Hierbij kan ook de vraag gesteld worden of het wenselijk is dat Nederlandse strafrechters gaan oordelen of er bijvoorbeeld in Darfur nu wel of geen sprake is van een genocide – en dat is nog maar één van de talloze kwesties waar internationaal en nationaal geen consensus over bestaat. Nog afgezien van de vraag of de rechters hiertoe in staat zijn.
Donners wil is gelukkig nog geen wet. De Tweede Kamer kan nog besluiten Donners voorstel te verwerpen. Gezien het huidige politieke klimaat is dat echter niet erg aannemelijk. Regeringspartijen VVD en CDA geven aan het wetsvoorstel te zullen steunen, D66 wil het niet maar klein christelijk rechts of de LPF zal hoogstwaarschijnlijk voor de noodzakelijke meerderheid zorgen. Dit is jammer, want dit betekent dat de heersende politieke meerderheid het strafrechtelijk optreden bepaalt, terwijl niet elk voorstel waar een meerderheid van de Tweede Kamer en een minister van Justitie voorstander van is wet zou moeten worden. Het recht dient ook de individuele vrijheid van burgers te beschermen, en aan dit criterium voldoet het huidige voorstel niet. Het is zowel in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens als met het voor burgers uiterst cruciale legaliteitsbeginsel. Bovendien worden, door de vaagheid van de tekst, heel veel uitspraken in de toekomst strafbaar gesteld zonder dat het nut hiervan afdoende door de minister is aangetoond.
Ingrid Vledder


