Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

UNHCR en UNHCR Handboek

De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (United Nations High Commissioner for Refugees – UNHCR) zorgt voor de juridische bescherming van vluchtelingen en zoekt naar duurzame oplossingen voor hun bestaanszekerheid.

Het instituut van de UNHCR werd ingesteld in 1950. Hij coördineert en stimuleert de materiële hulp van overheden en ngo’s. Aanvankelijk richtte de UNHCR zich op vluchtelingen in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Later is de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen zich ook steeds meer gaan inzetten voor andere vluchtelingen, bijvoorbeeld oorlogsvluchtelingen en ontheemden.

De UNHCR heeft een Uitvoerend Comité (ExCom) van 41 lidstaten, dat jaarlijks bijeenkomt in Genève. De fondsen van de UNHCR namen in de jaren ’80 van de vorige eeuw nauwelijks toe, maar vanaf 1990 hebben verscheidene landen, waaronder Nederland, hun bijdrage sterk verhoogd. De UNHCR ijvert voor uitbreiding van de aantallen vluchtelingen die rijke landen op uitnodiging toelaten, het quotumbeleid.

De Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen vervulde tussen de twee wereldoorlogen een rol als internationaal commissaris voor vluchtelingen. Gerrit Jan van Heuven Goedhart was de eerste VN Hoge Commissaris. Zijn opvolgers waren onder meer Sadruddin Aga Khan,  Sadako Ogatan en Ruud Lubbers.

UNHCR Handboek

In 1979 stelde de UNHCR een handboek op als aanvulling op de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag. Dit Handboek, en de latere ‘conclusies’ van het Uitvoerend Comité van de UNHCR, hebben geen bindende kracht, maar gelden wel als standaard voor de behandeling van vluchtelingen en asielzoekers. Het Handboek noemt als gronden voor erkenning als vluchteling onder meer dienstweigering, angst voor anderen uit dezelfde groep als de asielzoeker, en cumulatieve aspecten (een serie gebeurtenissen die tezamen leiden tot gegronde vrees voor vervolging).

Een asielverzoek kan zowel op objectieve (de aanwezigheid van vervolging) als subjectieve (de individuele angst voor vervolging) worden gegrond. Het Handboek stelt dat de asielzoeker het vertrouwen van de ondervrager moet genieten en dat mensen in geestelijke nood (mentally disturbed persons) niet zonder meer kunnen worden gehoord. In de conclusies van het Uitvoerend Comité is ook gewezen op de speciale bescherming die vrouwelijke en minderjarige vluchtelingen  moeten genieten.