Een wereldkaart uit 2012 met de verspreiding van slecht beveiligde, op het internet aangesloten computers
© internetcensus

Surveillance

Regeringen grijpen cybercrime en de dreiging van terrorisme aan om meer staatscontrole over onze online activiteiten en telecomcommunicatie te rechtvaardigen. Ruimere bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die bijvoorbeeld onze communicatiegegevens met het buitenland delen, zijn het antwoord op vermeende bedreigingen voor de samenleving en de democratische rechtsstaat.

Het probleem

Onderschepping van miljoenen gegevens

Overheden snuffelen rond in alles wat wij online of via onze telefoon doen. Soms worden ze daarbij geholpen door private partijen. Wereldwijd gebruiken inlichtingen- en veiligheidsdiensten ongerichte en gerichte communicatie-surveillance en -onderschepping om miljoenen persoonlijke communicatiegegevens te verzamelen, op te slaan, te analyseren en te delen. Politici vertellen ons dat ze informatie moeten verzamelen om potentiële terroristen of andere personen die een bedreiging vormen voor de democratische rechtstaat, te pakken te krijgen. Maar er is geen overtuigend bewijs dat ongerichte of soms zelfs gerichte communicatie-surveillance of -interceptie hen daarbij helpt. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg. Sterker nog, we weten niets eens of we een speld zoeken.

Valse keuze

Regeringen geven ons een valse keuze: privacy of veiligheid. Kies je voor privacy, dan kunnen we niet meer voor 100 procent instaan voor je veiligheid; kies je voor veiligheid, dan gaat dat ten koste van je privacy, is de redenatie.

Maar is het nodig om privacy voor veiligheid in te ruilen? Lees onze Q&A over surveillance en mensenrechten Dat gerichte surveillance en interceptie nodig is, zal niemand ontkennen. Maar als staten van gerichte naar ongerichte surveillance (ook bekend als massa-surveillance) overstappen, ontstaat een groot risico dat mensen juist minder veilig zijn. Informatie is macht. De neiging van een overheid om de surveillance-machine met meer en meer informatie te vullen, kan gemakkelijk uit de hand lopen. Vooral als er geen effectief toezicht is op hoe er welke informatie wordt binnengehaald, voor welke doeleinden die wordt gebruikt en met wie die wordt gedeeld.

© Siebe Swart / Hollandse Hoogte
In het Friese Burum heeft het ministerie van Defensie in het kader van terrorismebestrijding schotels geplaatst om gegevens te onderscheppen van telecommunicatiesatellieten.

Informatie voor eeuwig bewaard

Sommige mensen zeggen: ‘Als je niets misdaan hebt, dan heb je ook niets te verbergen.’ Dat impliceert dat het vertrouwen in onze politici groot is. Maar ook in democratische rechtsstaten moeten regeringen verantwoording afleggen. We weten dat in een aantal landen persoonsgegevens en privé-informatie gebruikt worden om journalisten of bloggers in hun werk te belemmeren, activisten te vervolgen, minderheden te profileren en te discrimineren, en de vrije meningsuiting te onderdrukken. De opslag van digitale gegevens is goedkoop en informatie kan eeuwig worden bewaard. En regeringen wisselen elkaar af. Je weet dus niet wie het straks voor het zeggen krijgt. Bovendien heeft iedereen altijd wat te verbergen. Er staat altijd wel iets op je laptop of smartphone wat je niet met iedereen wilt delen, bijvoorbeeld je medische gegevens.

De privacy wordt geweld aangedaan

De vraag zou ook kunnen luiden: ‘Als ik niets verkeerd heb gedaan, waarom wordt mijn privacy dan geweld aan gedaan?’ We zouden het nooit accepteren wanneer regeringen opnameapparatuur en bewakingscamera’s in ons huis plaatsen, elke brief openen die we versturen, elk gesprek met vrienden opnemen en ons overal volgen. Maar dat is wel wat er gebeurt met ongerichte communicatie-surveillance. Surveillance is geen nieuw verschijnsel, maar de zich voortdurend ontwikkelende communicatietechnologie faciliteert wel de schaal, de mate (het overal aanwezig kunnen zijn), intensiteit en de snelheid waarmee het plaatsvindt. Elke pagina die we op internet bekijken, elke e-mail, elk app-bericht en zelfs de locaties vanwaar we bellen, alles wordt opgeslagen. In de woorden van de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden: ‘Het is bekend waar je op de bus bent gestapt, waar je naartoe gaat om te werken, waar je geslapen hebt en welke andere mobiele telefoon naast je slaapt.’

Mensenrechtenverdedigers, journalisten en andere critici lopen gevaar

Digitale communicatie schept wereldwijd nieuwe mogelijkheden voor mensenrechtenverdedigers, journalisten en andere critici van hun regering. Zij kunnen makkelijker met elkaar communiceren en een groter publiek bereiken. Maar veel autoriteiten zetten alles in het werk om zich toegang te verschaffen tot deze communicatie. En dat brengt grote gevaren met zich mee.

Regeringen van verschillende landen gebruiken geavanceerde technologieën om de e-mails van journalisten en mensenrechtenverdedigers te lezen en op afstand de camera of microfoon van hun computers aan te zetten, om zo in het geheim opnames te maken van hun activiteiten. De op die manier onderschepte gegevens gebruiken ze om critici te bedreigen of op te pakken. Dit is een ernstige bedreiging voor het recht op de vrijheid van meningsuiting.

Een voorbeeld: Wit-Rusland

Zo gebruikte de geheime dienst KGB in Wit-Rusland in 2010 telefoongegevens om te achterhalen wie er aanwezig waren bij protesten tegen de uitslag van frauduleus verlopen presidentsverkiezingen. De KGB kon bij die gegevens omdat de Wit-Russische autoriteiten telecombedrijven verplicht alle belgegevens met de autoriteiten te delen. Op grond van deze informatie werden mensen veroordeeld tot lange gevangenisstraffen.

© Max Sarychau
Een man voert een telefoongesprek in het centrum van de Wit-Russische hoofdstad Minsk.

Stelselmatige en grootschalige gegevensverzameling in Nederland

Het Nederlands kabinet neemt steeds vaker maatregelen waardoor grote hoeveelheden gegevens over burgers kunnen worden verzameld en verwerkt en waarbij het recht op privacy en de gelijkheid in het geding komen.

Bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van gelijkheid is in Nederland in de Grondwet geregeld. Zo staat in artikel 1: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan’. En in artikel 10 staat: ‘Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer’. Aan die persoonlijke levenssfeer kunnen via wetten echter beperkingen worden gesteld. De precieze reikwijdte van die beperkingen wordt nader ingevuld door onder andere de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv), die op 1 mei 2018 in werking trad.

Deze wet geeft de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten de mogelijkheid om stelselmatig en op grote schaal communicatiegegevens te verzamelen van mensen die geen bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Ook maakt de wet het delen van ongefilterde gegevens met buitenlandse geheime diensten mogelijk. Daarmee kunnen zij serieuze inbreuk maken op de mensenrechten. Het is dan ook van belang dat de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) de mogelijkheid heeft om deze inbreuken te stoppen. Zij zou het gebruik van een bepaalde bevoegdheid door de diensten onrechtmatig moeten kunnen verklaren en moeten kunnen bevelen dat bijvoorbeeld verzamelde gegevens worden vernietigd. Die mogelijkheid heeft de toezichthouder nu niet; hij kan alleen aanbevelingen doen. Dit is problematisch. De persoon die wordt gesurveilleerd heeft hier doorgaans geen weet van en weet dan dus ook niet dat er inbreuk wordt gemaakt op zijn recht op privacy en kan ook niet de eventuele onrechtmatigheid betwisten.

Amnesty International maakt zich grote zorgen over de impact van de wet op het recht op privacy en andere mensenrechten van individuen en groepen mensen in binnen- en buitenland. Op initiatief van enkele studenten was er in maart 2018 een raadgevend referendum over deze wet, waarbij een meerderheid van de stemmers ertegen stemde. Amnesty steunde dit initiatief en voerde campagne voor een stem tegen. Om tegemoet te komen aan de uitkomst van het referendum stelde het kabinet enkele aanvullende beleidsregels op en stelde enkele aanpassingen aan de wet voor. Deze beleidsregels en de beoogde wetswijzingen bevatten enkele verbeterpunten, maar Amnesty’s voornaamste bezwaren staan nog overeind. Lees Amnesty’s reactie op het conceptwetsvoorstel.

 

Inlichtingen- en veiligheidsdiensten

In Nederland hebben de AIVD (Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst) en MIVD (Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst) de bevoegdheid om (persoons)gegevens te verzamelen, op te slaan en te verwerken in het belang van de nationale veiligheid. Soms wisselen deze diensten gegevens uit met buitenlandse inlichtingendiensten. Deze bevoegdheden zijn in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 geregeld.

© JERRY LAMPEN / ANP
Minister Ronald Plasterk tijdens een persconferentie over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, in oktober 2016.

Wat is nationale veiligheid?

Het beschermen van de nationale veiligheid is een van de legitieme redenen om communicatie-surveillance toe te staan. De AIVD doet onderzoek in Nederland en het buitenland om inzicht te krijgen in mogelijke bedreigingen van de nationale veiligheid, en om risico’s in te kunnen schatten. De AIVD werkt hierbij samen met de MIVD. Maar wat precies onder nationale veiligheid valt, staat niet voor altijd vast. De invulling van het begrip verandert in de loop der tijd. De nationale veiligheid is in het geding als vitale belangen van de samenleving of de staat zodanig worden bedreigd dat er sprake is van (potentiële) maatschappelijke ontwrichting. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een terroristische aanslag, een ramp met een kerncentrale door een menselijke fout, een overstroming of een lange vorstperiode met temperaturen van twintig graden onder het vriespunt.

Nationale veiligheid omvat dus zowel aantasting van de veiligheid door opzettelijk menselijk handelen (security) als aantasting door bijvoorbeeld rampen, menselijk falen of extreem weer (safety). Ook internationale dreigingen zoals cyberaanvallen of staten die er niet in slagen terroristische aanvallen vanuit hun land te voorkomen, hebben gevolgen voor de veiligheid in Nederland. Voor al deze belangen kan communicatie-surveillance worden ingezet om informatie te verzamelen. Steeds vaker worden cyberdreigingen of mogelijk terroristisch geweld gericht op Nederland gebruikt als een argument om (ongerichte) communicatie-surveillance toe te staan.

Wat doet Amnesty?

Actie

We voeren actie voor de vrijlating van gewetensgevangenen, die alleen maar vastzitten voor het uiten van hun mening. Ook voor mensen die in gevaar zijn omdat zij massa-surveillance aan de kaak stellen, komen we in actie. Zo vroegen we de Amerikaanse president Obama de klokkenluider Edward Snowden gratie te verlenen.

Technologie om je te beschermen tegen onrechtmatige surveillance

Amnesty werkt samen met de technologiesector aan technologie die de mensenrechtenbeweging helpt bij haar werk. Zo introduceerden we in 2014 Detekt: software waarmee journalisten en mensenrechtenverdedigers kunnen controleren of op hun computer of telefoon spionagesoftware is geïnstalleerd. Ook voorzien we mensenrechtenverdedigers van technologie en kennis waarmee zij zich kunnen beschermen tegen digitale bedreigingen. Zo ontwikkelden we amlea.org, waarmee je informatie met Amnesty online kunt delen, zonder dat anderen kunnen zien dat je dat doet.

Aanspreken van autoriteiten

We vragen hen om mensen juridisch te beschermen tegen onwettige inmenging in hun privéleven. We dringen erop aan geen massa-surveillance toe te passen, maar alleen gerichte surveillance als er een dwingende maatschappelijke noodzaak voor is, en altijd te zorgen voor een rechterlijke toetsing vooraf en stevige toezichtmechanismen.

Volgen van beleidsontwikkelingen

In Nederland volgen we de beleidsontwikkelingen op het gebied van surveillance op de voet. Alleen, maar soms ook samen met organisaties als Bits of Freedom, Free Press Unlimited, PAX en Internet Society, dringen we er bij de autoriteiten op aan dat het beleid voldoet aan de mensenrechtenstandaarden.

Bewustwording

We informeren het Nederlands publiek over het gevaar van surveillance die ongeoorloofde inbreuken op mensenrechten maakt. Ook vertellen we mensen hoe ze zich tegen onrechtmatige surveillance kunnen beschermen Lees onze blog ‘5 manieren om jouw privacy te beschermen’. .

Lobby bij technologiebedrijven

Ook vragen we technologie-, internet- en telecombedrijven zich te verzetten tegen wetten die hen ervan weerhouden de privacy van hun klanten te beschermen en hun klanten erover te informeren als autoriteiten hun data kunnen inzien. Ook vragen we deze bedrijven zelf sterke privacybescherming in te bouwen in de producten die ze ontwikkelen en op de markt brengen, zoals de toepassing van volledige encryptie in berichtenservices.

Rechtszaak tegen massa-surveillance

In de Verenigde Staten spande Amnesty samen met andere organisaties, vertegenwoordigd door de American Civil Liberties Union (ACLU), in 2008 een rechtszaak aan om overheidssurveillance op basis van de FISA Amendments Act 2008 te stoppen. Surveillance belemmert namelijk ook Amnesty’s werk; bronnen die mensenrechtenschendingen aan ons melden zullen dat niet meer doen als ze vrezen te worden afgeluisterd. Het Federaal Hooggerechtshof oordeelde in februari 2013 de zaak niet ontvankelijk omdat de eisers niet konden bewijzen dat ze afgeluisterd waren. Deze zaak staat bekend als Clapper v. Amnesty.

Ontwikkelingen

Meer bevoegdheden Nederlandse geheime diensten

Op 1 mei 2018 trad de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, inmiddels ook bekend als de Sleepwet, in werking. In 2017 stemden zowel de Tweede als de Eerste Kamer met de wet in. Deze wet geeft de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten onder andere de mogelijkheid om op grote schaal communicatiegegevens van iedereen te onderscheppen. Amnesty International maakt zich grote zorgen over de impact van de wet op het recht op privacy en andere mensenrechten van individuen en groepen mensen in binnen- en buitenland

Op initiatief van enkele studenten was er in maart 2018 een raadgevend referendum over deze wet, waarbij een meerderheid van de stemmers ertegen stemde. Amnesty steunde dit initiatief en voerde campagne voor een stem tegen. Om tegemoet te komen aan de uitkomst van het referendum stelde het kabinet enkele aanvullende beleidsregels op en stelde enkele aanpassingen aan de wet voor. Deze beleidsregels en de beoogde wetswijzingen bevatten enkele verbeterpunten, maar Amnesty’s voornaamste bezwaren staan nog overeind. Lees Amnesty’s reactie op het conceptwetsvoorstel.

Kabinet erkent belang encryptie

In januari 2016 onderschreef de Nederlandse regering in een brief aan de Kamer het belang van encryptie (versleuteling van gegevens) voor de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het communicatiegeheim van burgers en voor de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting. Tot vreugde van Amnesty zei het kabinet dan ook aan geen beperkende wettelijke maatregelen te willen nemen ten aanzien van de ontwikkeling, de beschikbaarheid en het gebruik van encryptie binnen Nederland.

Gegevensuitwisseling NSA-Nederland

Na de onthullingen van Edward Snowden startte een coalitie van burgers en organisaties eind 2013 een procedure tegen de Nederlandse staat: de zaak ‘Burgers tegen Plasterk’. Zij eisen dat de staat stopt met het gebruiken van – van de NSA gekregen – gegevens die niet in overeenstemming met de Nederlandse wet zijn verkregen. In juli 2014 oordeelde de rechtbank echter dat de samenwerking en gegevensuitwisseling op basis van vertrouwen tussen Nederlandse geheime diensten en buitenlandse geheime diensten (waaronder de Amerikaanse NSA), gewoon mag worden voortgezet. De eisers gingen in hoger beroep, maar ook het Hof heeft de eis afgewezen. 

Amnesty spant rechtszaak aan tegen Verenigd Koninkrijk

Na de onthullingen van Edward Snowden dat naast de Amerikaanse inlichtingendienst NSA ook de Britse equivalent GCHQ op grote schaal e-mailverkeer van willekeurige burgers onderschept, diende Amnesty in het Verenigd Koninkrijk een klacht in bij het Investigatory Powers Tribunal (IPT). Dit tribunaal verwierp alle aantijgingen. Daarop stapte Amnesty in april 2015 met negen andere organisaties naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. In november 2017 vond de hoorzitting plaats.

Op 13 september 2018 volgde de uitspraak. Het Hof oordeelde onder andere dat het Britse bulkinterceptieregime dat ter discussie stond in strijd is met het recht op privacy zoals vastgelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Het Hof oordeelde ook dat het onderscheppen van metadata – dus informatie over de communicatie, zoals tijdstip en lengte van een telefoongesprek en met wie wordt gebeld – net zo indringend kan zijn als het onderscheppen van de inhoud van communicatie.

Amnesty spant rechtszaak aan in VS

In maart 2015 spande Amnesty in de Verenigde Staten samen met andere organisaties, vertegenwoordigd door de ACLU, nogmaals een rechtszaak aan om overheidssurveillance door de NSA te stoppen. De zaak, die bekendstaat als Wikimedia versus NSA, werd verworpen, maar de ACLU ging hiertegen in beroep. In hoger beroep oordeelde de rechter dat van alle eisers alleen Wikimedia ontvankelijk is, omdat alleen die organisatie aannemelijk kon maken afgeluisterd te worden door de NSA. De rechtszaak wordt dus vervolgd.

Amnesty’s oproep

Amnesty vraagt landen die programma’s hanteren voor massa-surveillance, deze stop te zetten. Aan alle landen wordt gevraagd te zorgen voor sterke juridische maatregelen om mensen te beschermen tegen onwettige inmenging in hun (digitale) communicatie en hun privéleven. We vragen ook om surveillance alleen toe te passen als dit absoluut noodzakelijk is, als het is gebaseerd op een redelijke verdenking dat iemand of een organisatie een bedreiging vormt voor de democratische rechtsorde, en als het vooraf is goedgekeurd door een onafhankelijke juridische autoriteit, zoals een rechter.