Pro-democratie-demonstratie in Hongkong, 2014
© CC BY-SA 2.0/Leung Ching Yau Alex

Tibet, Xinjiang, Hongkong en Taiwan

In Chinese regio’s waar veel etnische minderheden wonen, zoals Tibet en Xinjiang, wordt de inheemse bevolking op grote schaal gediscrimineerd en onderdrukt. In Hongkong, een speciale administratieve regio van China, is er veel verontwaardiging over de voortdurende politieke inmenging van de regering in Beijing. Het democratische Taiwan wordt door China beschouwd als Chinees grondgebied.

Mao Zedong gaf in de jaren ’50 opdracht tot het in kaart brengen van de Chinese bevolking om administratie van de gehele bevolking mogelijk te maken. Sindsdien wordt officieel gesproken van 56 etnische groepen; een lijst die niet voldoet aan het werkelijke aantal etniciteiten in China. Experts schatten het werkelijke aantal etnische groepen in China namelijk op zo’n 200. Om het aantal etniciteiten terug te dringen worden sommige kleine groepen gecategoriseerd onder andere (grotere) etnische groepen, waardoor mensen van ‘dezelfde’ etniciteit soms niet dezelfde taal spreken of zelfs maar een culturele achtergrond delen. Daarnaast bestaat er ook een categorie ‘niet-erkend’, waar een groot aantal overgebleven groepen onder geschaard wordt. In de census van 2010 bestond deze niet-erkende groep uit 0,05% van de bevolking, wat neerkomt op meer dan 640.000 mensen. Vooral in grensgebieden als Tibet en Xinjiang zijn er grote concentraties van etnische minderheidsgroepen. Deze gebieden zijn van enorm geopolitiek en economisch belang: zo heeft Tibet de belangrijkste drinkwaterreserves en is Xinjiang rijk aan olie, gas en mineralen.

Om zich van de loyaliteit van de etnische minderheden in deze regio’s te verzekeren, schepte China een beleid dat gericht is op sociale stabiliteit. Zo kregen vele van deze gebieden de status van “autonome regio’s”, om te benadrukken dat de bevolking een zekere autonomie heeft bij het uittekenen van hun lokale beleid, en bevat de wet ook bepalingen die bijvoorbeeld het gebruik van de eigen taal van etnische minderheden in het onderwijs moet beschermen. Maar ondanks wat de naam suggereert, zijn deze regio’s nooit echt autonoom. De centrale regering er heeft nog altijd het laatste woord over het aanstellen van lokale functionarissen en het ontwikkelen van beleid. Ook de wetten ter bescherming van etnische minderheidsculturen worden zeer slecht geïmplementeerd. Reeds langere tijd voert de Chinese staat een politiek van wat vaak “intern kolonialisme” wordt genoemd, waarbij het Han-Chinezen aanmoedigt om te verhuizen naar de grensgebieden. In Xinjiang bijvoorbeeld, was in 1951 maar 4 procent van de bevolking Han-Chinees; dat is nu 40 procent. Verder wordt de inheemse bevolking in deze gebieden al langere tijd op grote schaal gediscrimineerd.

Het wordt steeds duidelijker dat China de bevolking in deze regio’s (en de etnische minderheidsbevolking in het algemeen) niet (meer) aan zich wil binden via een beleid van respect voor culturele verschillen. De overheid wil de controle behouden en aanscherpen door de loyaliteit aan de Communistische Partij ongenadig af te dwingen, en op gewelddadige manier de verschillen met de Han-Chinese bevolking uit te wissen.

Het grootste Tibetaanse klooster in de provincie Sichuan. In de huizen eromheen wonen de monniken. De overheid ontruimt een deel van de woningen telkens opnieuw, waarna de monniken ze weer opbouwen.
Het grootste Tibetaanse klooster in de provincie Sichuan. In de huizen eromheen wonen de monniken. De overheid ontruimt een deel van de woningen telkens opnieuw, waarna de monniken ze weer opbouwen.

 Tibet

Tibet lijdt sinds de inlijving door China in de jaren vijftig onder systematische onderdrukking door de autoriteiten. De sociale, culturele en politieke rechten van de Tibetaanse bevolking worden met voeten getreden. Het praktiseren van Tibetaanse culturele gebruiken wordt al gauw gelijkgesteld aan separatisme. De Tibetaanse taal raakt in het gedrang, omdat Mandarijn-Chinees een overheersende rol heeft op scholen en op de werkvloer. Discriminatie, willekeurige vervolging en gedwongen verhuizingen zijn aan de orde van de dag. De “onafhankelijke” instituten die burgers moeten beschermen tegen dergelijk onrecht, worden evenals lokale gerechtelijke en politieke instituten voornamelijk bemand door Han-Chinezen en gedomineerd door de Communistische Partij. Politieke activiteiten van de lokale bevolking worden hard aangepakt, evenals contact met de verbannen Tibetaanse overheid, die zich in Dharamsala (India) heeft gevestigd. Alle media in de Tibetaanse gebieden staan onder strenge censuur en persoonlijke communicatie wordt gefilterd en gemonitord.

Sinds 2009 hebben meer dan 150 mensen in de Tibetaanse gebieden zichzelf in brand gestoken uit protest tegen de onderdrukking. In maart 2017 stak Pema Gyaltsen zichzelf in brand in Tibetaans gebied in de provincie Sichuan. Bronnen zeiden dat hij waarschijnlijk nog leefde toen hij door de politie werd meegenomen. Zijn familieleden werden vastgehouden en geslagen toen ze de autoriteiten naar zijn verblijfplaats vroegen.

De Tibetaan Tashi Wangchuck werd in mei 2018 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor het aanzetten tot separatisme. Aanleiding was een interview dat hij gaf aan de New York Times. Daarin sprak Tashi over zijn juridische en volledig legale inspanningen voor meer ruimte voor de Tibetaanse taal in het lokale onderwijs.

De Tibetaanse taalactivist Tashi Wangchuk werd in mei 2018 veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf wegens het “aanzetten tot separatisme”.
De Tibetaanse taalactivist Tashi Wangchuk werd in mei 2018 veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf wegens het “aanzetten tot separatisme”.

Chen Quanguo (陈全国) werd in 2011 voor vijf jaar aangesteld als partijsecretaris van de Communistische Partij in Tibet, de hoogste ambtelijke functie van de regio. Gedurende zijn aanstelling ontwikkelde Chen een geavanceerd systeem voor surveillance en beheersing van de regio, met versnelde politieke en culturele assimilatie van de lokale Tibetaanse bevolking als doelstelling. Zo introduceerde hij een netwerk van politieposten waarmee personen die een potentiële dreiging vormen voor de autoriteiten geïdentificeerd en aangepakt kunnen worden. In 2016 werd Chen overgeplaatst naar de Oeigoerse autonome regio Xinjiang, in het noordwesten van het land. Daar heeft hij een gelijksoortig systeem van totale controle opgezet.

Xinjiang

Xinjiang – letterlijk “nieuw grensgebied” – ligt in het noordwesten van China en is historisch gezien altijd betwist gebied geweest. In de 18e eeuw kwam het onder de invloed van de Chinese Qing-dynastie. In 1955 kreeg het gebied de status van “autonome regio”. De grootste etnische minderheidsgroep in deze regio zijn de Oeigoeren. Zij spreken een aan Turks verwante taal en zijn overwegend moslim. Andere etnische minderheidsgroepen in de regio zijn onder andere de Kazakken en de Kirgiezen.

Na 11 september 2001 werd de controle over de politieke, sociale en religieuze activiteiten van de minderheidsgroepen in Xinjiang versterkt onder het mom van “bestrijding van terrorisme”. De controle werd nog strenger na confrontaties in 2009 tussen Oeigoeren en Han-Chinezen in de regionale hoofdstad Urumqi. Door de repressie radicaliseerde een marginale minderheid van de Oeigoeren, wat door de Chinese autoriteiten werd aangegrepen om hun greep op de bevolking te versterken. Sinds augustus 2016 staat de regio onder leiding van Partijsecretaris Chen Quanguo, eerder bekend om zijn autoritair bestuur in Tibet.

In Xinjiang hebben de autoriteiten met behulp van nieuwe technologie een veelomvattend systeem van bewaking ingevoerd, inclusief een wijd vertakt netwerk van camera’s die gezichtsherkenning mogelijk maken, bewaking van de openbare ruimte door talloze checkpoints en “wijkbureaus” van de politie, het aftappen van internet en telefoon, en huisbezoeken. Er kwam ook een databank met DNA-gegevens van Oeigoerse bewoners ten behoeve van het “opsporen van criminelen”. Via een programma van “thuisverblijven” werden vele Oeigoerse families verplicht om (Han-Chinese) partijleden op te nemen in hun huis, waar ze geregeld in één bed slapen met leden van de families.

Omstreeks 2016/2017 werd met de massale inrichting van “gesloten centra voor politieke heropvoeding” een nieuw beleid ingezet. Circa een miljoen Oeigoeren en leden van andere etnische groepen worden er opgesloten zonder enige vorm van proces en zonder te weten wanneer ze vrijkomen. In augustus 2018 bevestigden de Verenigde Naties dat er overtuigend bewijsmateriaal was voor het bestaan van deze kampen. De VN riepen de Chinese regering op zich daarvoor te verantwoorden. China heeft het bestaan van de kampen lang ontkend, ook tegenover instellingen van de VN. Inmiddels zeggen de Chinese autoriteiten aan de buitenwereld dat het gaat over vrijwillige “educatie- en vormingskampen” voor “personen beïnvloed door extremisme”. In werkelijkheid gaat het over een vorm van administratieve detentie. In november 2019 toonden gelekte Chinese overheids- en partijdocumenten – de Xinjiang Papers en de China Cables – onomstotelijk aan hoe de Chinese autoriteiten de massale detentie van etnische minderheden minutieus organise(e)r(d)en. Buitenlandse delegaties krijgen slechts beperkt toegang tot de regio en mogen niet op eigen gelegenheid de situatie onderzoeken.

Moskee in Kashgar (Xinjiang), een stad met één van de hoogste percentages Oeigoerse inwoners
Moskee in Kashgar (Xinjiang), een stad met één van de hoogste percentages Oeigoerse inwoners

Verschillende rapporten van organisaties zoals Amnesty International en Human Rights Watch berichten over de uiteenlopende redenen waarom mensen in kampen verdwijnen. Deze zijn onder andere:

  • Een verblijf in of contact met het buitenland;
  • Zichtbaar je geloof beoefenen;
  • WhatsApp (of een geblokkeerde app) op je telefoon hebben;
  • Twijfel uitdrukken over het beleid van de Communistische Partij.

Volgens een groot aantal getuigenverklaringen wordt in de kampen stelselmatig lichamelijk en geestelijk geweld gebruikt tegen de gedetineerden. Het kampleven bestaat voor een groot deel uit “heropvoeding” door gedwongen lessen doorspekt met Chinees nationalisme. Ook moet iedereen verplicht Mandarijn-Chinees leren en spreken. Gedetineerden die weerstand bieden of te weinig “vooruitgang” boeken worden gestraft, onder andere door het onthouden van voedsel, eenzame opsluiting of een pak slaag. Er zijn berichten van doden in de kampen, onder meer door zelfmoord, omdat gevangenen de wrede behandeling niet aankonden. Verder hebben verschillende vrouwen getuigd over seksueel misbruik in de kampen, verplichte abortus en gedwongen sterilisatie.

Het aantal “verdwenen” Oeigoerse intellectuelen en publieke figuren is verveelvoudigd. Deze mensen beantwoorden geenszins aan het profiel van “personen beïnvloed door extremisme” voor wie China de kampen zogezegd heeft ingericht. De lijst wordt van “verdwenen” beroemde etnografen, economen, taalkundigen, hydrologen, uitgevers, universiteitsbestuurders, schrijvers, sporters en kunstenaars wordt almaar langer. Ook buiten China zijn Oeigoeren blootgesteld aan druk en bedreigingen van de Chinese autoriteiten. Die vragen hun om persoonlijke informatie door te geven, dragen hen op onmiddellijk naar Xinjiang terug te keren, en dwingen hun samenwerking af door te dreigen met opsluiting van hun familie in Xinjiang. Oeigoeren zien zich gedwongen alle communicatie met hun familie te verbreken en hebben dikwijls al jaren geen contact meer.

Hongkong

Na een periode van 155 jaar onder Brits koloniaal bewind, kreeg Hongkong bij de overdracht aan China in 1997 de status van “speciale administratieve regio”. Bij de overdracht werd afgesproken dat China de politieke en economische systemen van Hongkong nog ten minste vijftig jaar ongemoeid zal laten onder het “één land, twee systemen”-beleid, en dat de democratie van Hongkong dus tijdens deze periode intact blijft. Hong Kong is echter niet vrij van de invloed van de Chinese regering in Beijing, die sinds 1997 regelmatig de gemaakte beloftes uitholt en ondermijnt.

Er is in Hongkong veel verontwaardiging over China’s voortdurende inmenging. Een overzicht van de verschillende protesten die sinds 1997 hebben plaatsgevonden vind je hier. De belangrijkste protesten zijn de Umbrella Movement (2014) en de Anti-extradition law protests (2019).

Demonstranten in Hongkong in augustus 2019
Demonstranten in Hongkong in augustus 2019

____________________________________________________________________________________

The Umbrella Movement (2014)

In 2014 was het centrum van Hong Kong voor 79 dagen het toneel van grootschalige protesten. De straten werden bezet door tienduizenden mensen, die zich met meegebrachte paraplu’s massaal beschermden tegen de pepperspray en het traangas die de politie inzette om de vreedzame protesten uiteen te drijven. Directe aanleiding voor de protesten was het systeem waarmee Beijing controle houdt over de keuze van de leider van Hong Kong (de “chief executive”). Ondanks de lange duur en de grote omvang van de protesten, verloor de beweging nog in 2014 het momentum en werden de eisen van werkelijke democratie niet ingewilligd. Ook de in 2017 aangestelde chief executive Carrie Lam werd zodoende ondemocratisch verkozen.

____________________________________________________________________________________

De anti-extradition laws protests (2019)

In 2019 leidde een voorstel voor een uitleveringswet opnieuw tot grootschalige protesten, waarbij op het hoogtepunt 2 miljoen Hongkongers de straat op gingen. De wet zou het mogelijk maken om in China gezochte mensen die zich in Hongkong bevinden, op te pakken en uit te leveren aan China. Hiermee wordt het mogelijk om mensen volgens Chinees recht te berechten, zonder de rechtsbescherming die ze wel genieten in Hongkong. Weerstand tegen deze wet gaf aanzet tot de protesten. Deze groeiden vervolgens uit tot een brede en grotendeels vreedzame pro-democratie-beweging. De protesten werden met harde hand onderdrukt. Politie zette traangas, pepperspray, rubberkogels, waterkanonnen en wapenstokken in op plekken waar demonstranten geen uitweg hadden, zoals metrostations. Amnesty documenteerde het politiegeweld in deze tijdlijn, en rapporteerde bewijzen van mishandeling en zelfs marteling door de politie. Na maanden van protesten en politiegeweld werd het wetsvoorstel ingetrokken. Inmiddels waren de demonstranten ook andere eisen gaan stellen, en hierop dingen ze niet af: vrije verkiezingen, onafhankelijk onderzoek naar het politiegeweld, bescherming van het recht op betoging en vrijlating van gearresteerde demonstranten.

____________________________________________________________________________________

Taiwan

De status van het eiland Taiwan is omstreden. In het democratische Taiwan, officieel de Republiek China, is deze kwestie een belangrijke politieke splijtzwam. Aan de ene kant zijn er de “blauwe” pro-China partijen die de unificatie van China en Taiwan ondersteunen. Aan de andere kant zijn er de “groene” partijen die de onafhankelijke status en identiteit van Taiwan uitdragen.

Het “één-China-beleid” houdt in dat de regering van de Volksrepubliek China (in Beijing) als enige wettige regering van China (inclusief Taiwan) wordt erkend. De Volksrepubliek China verplicht alle landen die diplomatieke betrekkingen willen onderhouden om dit “één-China-beleid” te onderschrijven. Net zoals de overgrote meerderheid van landen onderschrijft Nederland dit beleid, en heeft het geen diplomatieke betrekkingen met Taiwan (maar wel economische, culturele en wetenschappelijke betrekkingen). Slechts een kleine minderheid van landen erkent Taiwan als rechtmatige overheerser van China.

De Taiwanese ex-president Ma Ying-jeou en de Chinese president Xi Jinping in Singapore in 2015
De Taiwanese ex-president Ma Ying-jeou en de Chinese president Xi Jinping in Singapore in 2015

De Volksrepubliek China ziet Taiwan als Chinees grondgebied, en is zeer assertief met het opdringen van deze zienswijze aan regeringen, bedrijven en andere actoren. China heeft geregeld gedreigd dat militaire middelen niet geschuwd zullen worden als een vreedzame vereniging van Taiwan met het “moederland” onmogelijk blijkt.

Taiwan heeft een sterk profiel als rechtsstaat. Taiwan heeft zich verplicht tot navolging van alle VN-verdragen over mensenrechten, ook al is het land in 1971 uit de VN gezet. In mei 2019 werd in Taiwan, als eerste in Azië, het homohuwelijk gelegaliseerd. Aanleiding hiertoe was een uitspraak van het hooggerechtshof in 2017 dat de toenmalige huwelijkswetten ongrondwettelijk waren vanwege de discriminatie van homoseksuele koppels. De wet werd aangenomen met één belangrijke uitzondering: homoseksuele koppels mogen geen kinderen adopteren die niet genetisch verwant zijn.