Plein van de Hemelse Vrede voor 4 juni 1989
© Peter Charleswordth/Lightrocket/Getty

Marieke was op het Plein van de Hemelse Vrede in juni ’89: ‘Ik fietste er gewoon naartoe’

Dertig jaar na het hardhandige einde van de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing, op 4 juni 1989, vertelt de Nederlandse Marieke hoe ze destijds als onbevreesde geneeskundestudent naar het plein fietste. Hoe was het om getuige te zijn van deze wereldgebeurtenis?

Sommige gebeurtenissen herinnert Marieke (55) uit Enschede zich precies, ook al is het dertig jaar geleden. Het was een belangrijk moment in de wereldgeschiedenis en zij was er vlakbij. Die dag, 4 juni 1989, toen het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing met grof geweld werd neergeslagen.

Met tien andere studenten geneeskunde uit Amsterdam was ze op werkbezoek in de Chinese hoofdstad. Ze zouden les krijgen in de traditionele geneeswijzen. De dagen ervoor waren ze naar de Chinese Muur geweest, de Ming-tombes en ja, na lang aandringen, ook met de bus langs het plein gereden. Hun gastheer wilde tonen dat ze heus open en gastvrij waren. Maar gestopt waren ze er, ondanks herhaaldelijke verzoeken, niet. Marieke zag studenten in tentjes en het negen meter hoge Vrijheidsbeeld dat ze hadden opgericht.

Als ze met het gezelschap onderweg gingen, was er iemand van de medische faculteit bij, een officiële tolk, een chauffeur, iemand met een tas vol geld om alles te betalen en een paar overheidsambtenaren die alles in de gaten leken te houden.

De avond van 3 juni spraken ze met Chinese studenten geneeskunde. Er waren begeleiders bij, maar deze keer niet genoeg om iedereen te controleren. En zo raakte Marieke in gesprek met een student die vertelde dat ze bij het protest op het plein was geweest. Het meisje vertelde over de hongerstaking van honderden studenten, over de tentjes op het plein waarin ze al weken sliepen om het protest vierentwintig uur per dag door te laten gaan. Over hoe belangrijk het was dat er meer vrijheid kwam, zodat mensen eigen keuzes konden maken.

Op de muren langs de straat zag Marieke grote, met bloed geschreven Chinese tekens

Marieke zei dat ze ernaartoe wilde. Goed, zei het meisje. Ze gingen fietsen halen, om er de ochtend van 4 juni mee naar het plein te gaan.

Marieke had nog met vrienden in Nederland gebeld. Die vertelden dat ze op het journaal de grote groep studenten op het plein zagen en dat er tanks en vrachtwagens vol met militairen richting de stad reden. Ze vroegen Marieke of het echt zo erg was als ze dachten. Ze had de vrachtwagens met militairen gezien, vertelde ze, een paar stonden vlak bij de campus op een brug. Ze zag hoe buurtbewoners richting de wagens liepen en met de soldaten probeerden te praten. Maar die hadden hun gezicht afgewend en gezwegen. Ze had gehoord dat soldaten uit afgelegen gebieden hierheen waren gebracht. Verder ging het er op straat rustig aan toe. ‘Hoe kan dat nou’, zeiden haar vrienden over de telefoon. ‘Je bent daar. Waarom krijg je dan niets mee van alle onrust?’

Morgen zou ze met de Chinese student naar het plein fietsen. Dan zou ze zien wat er werkelijk aan de hand was.

Alles was mis

Die nacht had ze slecht geslapen. Het was of de airco veel meer lawaai maakte dan de voorgaande nachten. Het ontbijt verliep als elke andere ochtend, tot de Chinese student belde. Marieke werd aan de telefoon geroepen. Ze hoorde de opgewonden stem van het meisje, dat zei dat alles vreselijk verkeerd was gelopen. Door haar emoties kon ze niet goed uit haar woorden komen. Ze kon niet meer naar de campus. Alles was helemaal misgegaan. Daarna werd de lijn verbroken.

Op de Chinese televisie werd niets gezegd. Het journaal ging over de goede oogst in Zuid-China. Er werden overheidsdienaren gehuldigd, vanwege hun verdiensten voor de Chinese heilstaat.

De begeleiders wilden het geplande programma afdraaien, alsof er niets aan de hand was. Marieke en de anderen zeiden dat het zondag was, volgens de christelijke traditie een rustdag. Dat hadden de Chinezen gerespecteerd. Marieke wilde nog maar één ding: naar het plein toe. Een deel van de groep vond dat ze binnen moest blijven, wat de begeleiders hadden gevraagd. Een woordenwisseling volgde: ‘Je moet hier blijven. Straks overkomt je wat. Het is gevaarlijk. Ook voor ons.’

Marieke ging wel. Samen met een studiegenoot, die ook wilde weten hoe het zat. Achteraf gezien was het jeugdige overmoed, zegt Marieke: ze voelde zich beschermd door haar Nederlandse paspoort. Niemand die haar iets kon maken, dacht ze toen ze op de fiets stapte.

‘Ga niet daarheen’

Bij de brug vlak bij de campus zagen ze de vrachtwagens waar de militairen in hadden gezeten. De wagens waren vernield. Op straat lagen overal stenen, kapotte fietsen, hekken die kapot waren gereden. Ze waren verder gefietst, naar waar ze vermoedden dat het Plein van de Hemelse Vrede was. De kant op van het rumoer. Overal zag ze schoenen. Wie laat er nu zijn schoenen achter, dacht ze. Waren er mensen onder de voet gelopen? Van straat gesleurd?

Soms kwamen tientallen mensen hun kant op gerend. Zagen ze verderop een rookpluim verschijnen. ‘Je moet niet daarheen. Dat is veel te gevaarlijk’, riepen sommigen in gebroken Engels. Ze wezen op kogelgaten in de muur, op bloedplekken op straat.

Maak foto’s. Vertel het aan iedereen!

Marieke en haar reisgenoot gaven er geen gehoor aan. Hun nieuwsgierigheid was te groot. Misschien was het ook de paniek in de stem van de Chinese studente die haar voortdreef. ‘En de aard van het beestje’, zegt Marieke. Altijd het naadje van de kous te willen weten. Als specialist ouderengeneeskunde wil ze haar patiënten net zo lang onderzoeken, tot ze precies weet wat er aan de hand is. Wat wil iemand nog, waarin schuilt voor die persoon de zin van het leven?

Andere mensen op straat moedigden de twee westerlingen juist aan. ‘Maak foto’s. Vertel het aan iedereen!’ Vertel de wereld wat hier gebeurt. Die wisten hoe dat ging in hun land. Dat het regime zijn uiterste best zou doen om zijn wandaden weg te poetsen.

Een rij tanks

Zo waren ze steeds verder richting het plein gefietst. Ze waren wel een uur onderweg. Steeds weer moesten ze stoppen, omdat mensen in paniek over de straten renden. Soms passeerden ze een soldaat die hen toeschreeuwde en gebaarde dat ze weg moesten, maar een enkele soldaat maakte geen indruk.

Tot ze in de straat kwamen met verderop een hele meute militairen. En daarachter een hele rij tanks. De soldaten begonnen al van ver met hun geweren te zwaaien. Voetgangers maakten dat ze wegkwamen. Toen waren ze gestopt.

Op de muren langs de straat zag Marieke grote, met bloed geschreven Chinese tekens. Ze zag de schoenen en rookpluimen van brandende auto’s. Ze bevonden zich midden in een oorlogsgebied, dacht Marieke. Maar ze dacht ook: Wat is dit voor machtsmisbruik? Als Nederlandse was ze het niet gewend om weggestuurd te worden. Wat dachten die soldaten wel niet?

Stonden ze daar, die twee jonge Hollandse geneeskundestudenten, tegenover tientallen militairen, die met boze gezichten en zwaaiende geweren tekeergingen. ‘Verder gaat het niet’, zei Marieke toen. ‘Nee’, zei de ander.

Ze wisten niet hoe ver ze van het plein waren. Ze wisten niet eens waar ze waren. Nu zou je Google Maps erbij halen, inzoomen en alles meteen kunnen zien, maar dit was 1989. ‘Daarachter zal het nog wel veel erger zijn.’

‘Wat is dit voor machtsmisbruik?’ Als Nederlandse was ze het niet gewend om weggestuurd te worden. Wat dachten die soldaten wel niet?

Op de terugweg richting de campus voelde Marieke zich ellendig en drong het pas echt tot haar door hoe moedig het was van die studenten op dat plein om zich te verzetten tegen een regime dat alles en iedereen constant in de gaten hield. Meteen daarna bedacht ze hoe gevaarlijk het voor hen was. Hoe weerloos ze waren tegen die overmacht aan gewapende militairen.

Terug op de campus vertelden ze aan hun reisgenoten wat ze hadden gezien.

‘Zie je nou wel. Jullie hadden niet moeten gaan’, zeiden sommigen. Anderen wilden zo snel mogelijk het land uit.

De volgende dag deden hun Chinese begeleiders alsof er niets aan de hand was. De studenten die ze de voorgaande dagen hadden gesproken zag Marieke niet meer terug. Het was een botsing van culturen: de Chinese begeleiders keken weg, terwijl zij zich met z’n allen afvroegen wat er in godsnaam was gebeurd. Maar ze waren te gast en dienden zich een beetje aan te passen. Ze waren in de bus gestapt, naar een ziekenhuis waar artsen uitleg zouden geven over de traditionele Chinese geneeswijzen. Stonden ze daar op de zoveelste etage. Boven hen cirkelden helikopters.

‘Moet je beneden eens kijken’, zei een reisgenoot tegen Marieke. Zag ze handkarren met gewonde mensen, die het ziekenhuis in werden geduwd. Ze vroegen wat er gebeurde, maar hun begeleiders deden net of ze hen niet hoorden.

Fotorolletje in de mouw

De Nederlandse regering besloot om alle landgenoten terug te halen. Marieke en haar reisgenoten mochten van hun begeleiders niet meer van het campusterrein. Van het ene op het andere moment leken ze van alles en iedereen afgesloten.

Later, op het vliegveld, zag ze hoe fototoestellen van passagiers werden opengemaakt en de rolletjes werden verwijderd. Snel stopte ze de hare aan de binnenkant van haar opgerolde mouwen. Zo kreeg ze die langs de douane.

Na een korte persconferentie op Schiphol was elk van de reisgenoten naar huis gegaan. Ze hadden niet meer gesproken over dat bizarre en onthutsende einde van hun studiereis. Ze hadden onderling foto’s uitgewisseld en dat was het.

De hele geschiedenis leek snel naar de achtergrond verdwenen. De dag dat ze thuiskwamen gebeurde dat vliegtuigongeluk met het Surinaamse voetbalteam. Zo gaat dat met het nieuws.

Terug naar China

‘Het was zo’n andere tijd’, zegt Marieke. Nu, met al die sociale media, hadden ze vast een Facebookgroep aangemaakt en via WhatsApp de verontwaardiging over de gebeurtenissen in Beijing gedeeld. Dan had ze contact gezocht met het Chinese meisje, dat haar naar het plein zou brengen.

Toen ging dat niet. Ze wist haar naam niet. Brieven werden allemaal gecontroleerd.

Op Wikipedia kun je lezen dat er tussen de driehonderd en drieduizend mensen overleden bij het neerslaan van het protest op het Plein van de Hemelse Vrede. Maar in tientallen andere steden waren soortgelijke protesten, zegt Marieke.

Wat is er met al die jonge mensen gebeurd? Zijn ze gevangengenomen? Vermoord? En die man die in zijn eentje met zijn boodschappentassen voor de tanks ging staan. ‘Wat is er met hem gebeurd?’

Waarom zijn die dingen dertig jaar later nog niet duidelijk geworden? Het is heel onbevredigend, vindt Marieke. Net als het abrupte einde van hun toenmalige studiereis. Daarom is ze vorig jaar oktober teruggegaan. Op haar visum-aanvraag had ze zich een jaartje ‘vergist’. Het was vast geen goed idee om te vermelden dat ze in juni 1989 in Beijing was geweest.

Controle

Nu ze alles overdenkt, wil ze liever zonder achternaam in dit verhaal. Dat is wat een dergelijk regime kennelijk met je doet. Dat je steeds op je hoede bent, uit angst dat ze je in de gaten houden.

Marieke was naar het Plein van de Hemelse Vrede geweest. Had er samen met duizenden toeristen rondgelopen. Langs de randen waren er veel hoge gebouwen bij gekomen. China leek een modern land dat meeging met zijn tijd. Maar de controle door het regime was er niet minder om. Overal, zelfs in de kleinste straatjes, hingen camera’s. Nog meer dan dertig jaar eerder, voelde Marieke zich bespied.

Het deed haar verdriet dat er op dat immense plein niets herinnerde aan die wrede dag, dertig jaar geleden, waarop duizenden jonge, van hoop op vrijheid vervulde mensen, het leven lieten. Het leek wel of die hele tragische geschiedenis nooit had plaats gevonden.

Een plein vol tenten
Nadat China in de jaren tachtig onder leiding van Hu Yaobang economische hervormingen doorvoerde, groeide de onvrede over het uitblijven van politieke vrijheid. Aanleiding voor de Communistische Partij om Hu af te zetten: hij zou niet hard genoeg tegen protesten hebben opgetreden. In april 1989 overleed Hu. Dat hij geen staatsbegrafenis kreeg, grepen honderdduizenden studenten aan om naar het Plein van de Hemelse Vrede te trekken en daar hun tenten op te slaan.
Na zes weken besloot de regering dat het genoeg was en in de nacht van 3 op 4 juni trok het leger, met de door de ‘tank man’-foto zo beroemd geworden tanks, naar het plein. Er vielen 2.600 doden, verklaarde het Chinese Rode Kruis – om dit direct weer in te trekken. Dertig jaar later is het werkelijke dodental nog altijd onbekend. ‘Tiananmen’ is een van de succesvolste doofpotten uit de wereldgeschiedenis: het overgrote deel van de jonge Chinezen heeft er nooit van gehoord.

Wordt Vervolgd, juni 2019

Elke maand verhalen lezen over mensenrechten?

Word Amnesty-lid voor 2,50 per maand en ontvang Wordt Vervolgd

Neem een abonnement of bestel een gratis proefnummer