Dwaze Moeders (Argentinië)

De Dwaze Moeders werden opgericht als een organisatie van moeders van slachtoffers van verdwijningen onder het Argentijnse militaire bewind (1976-1983).

Hebe Bonafini was in 1976 een van de oprichters, die de scheldnaam ‘Dwaze Moeders’ ontleenden aan een beledigende uitlating van een hooggeplaatste functionaris. Ze heten ook ‘Moeders van de Plaza de Mayo’, naar het centrale plein in Buenos Aires waar zij tot op de dag van vandaag elke donderdag een stille demonstratie houden, getooid met karakteristieke witte hoofddoeken (luiers).

Enkele van de oprichters werden in 1977 zelf slachtoffer van verdwijning. In december 1977, toen de moeders uit een kerk kwamen, werden ze opgewacht door een groep zwaarbewapende mannen. Twaalf vrouwen werden daar ter plekke en in de dagen erna gearresteerd. Geen van hen keerde ooit terug.

Symbool van mensenrechtenschendingen

De moeders bleven doorgaan met demonstreren, ook al maakte het geweld van de politie de Plaza de Mayo onbegaanbaar terrein. In de laatste dagen van 1979 besloten ze weer naar de Plaza de Mayo te gaan, wat er ook mocht gebeuren. Vanaf dat moment waren er weliswaar bedreigingen, maar nooit meer slaagde de politie erin hen van de Plaza de verdrijven. De moeders kregen een ongekende publiciteit in het buitenland en werden het symbool van de schendingen van mensenrechten in Latijns Amerika.

Ze werden ook voorbeeld voor comités van familieleden in andere landen. Later ontstond een groep van Grootmoeders van de Plaza de Mayo. De Moeders vielen in 1986 uiteen in twee groepen, waarvan de ene onder leiding van Hebe Bonafini zonder meer berechting van alle schuldigen eist, en de andere (Linea Fundadora) samen met de groep van Grootmoeders en andere organisaties voor mensenrechten tot verzoening met het gewelddadige verleden probeert te komen.

Dwaze Moeders: internationale erkenning

In Nederland werd aan de Dwaze Moeders veel steun verleend door het comité SAAM. Dat was naar aanleiding van een bezoek dat vier moeders in 1979 aan Nederland brachten; ze spraken toen met Kamerleden, ministers, een bisschop en vrouwen- en ontwikkelingsorganisaties. De Dwaze Moeders zijn veelvuldig onderscheiden, onder meer met de Sacharovprijs en de Nederlandse Geuzenpenning (1997).

De acties van de Dwaze Moeders kregen wereldwijde aandacht. Popzanger Sting maakte voor hen de song They Dance Alone en voerde dat samen met de moeder uit op een Amnesty-concert in 1988, en nog eens in 1998. Ook Joan Baez trad met hen op. De voorzitter van de organisatie van Grootmoeders, Estela Barnes de Carlotto, kreeg in 2003 de VN-Mensenrechtenprijs.Hoogwaardigheidsbekleders die nu Argentinië bezoeken, gaan vaak langs bij het kantoor van de Dwaze Moeders.

Radicalisering

De groep van Hebe Bonafini heeft zich, heel anders dan de Linea Fundadora, ontwikkeld in radicale richting. Bonafini weigerde de compensatie die door de Argentijnse regering was aangeboden. Bonafini werd steeds uitgesprokener anti-Amerikaans. Ze vond de aanslagen van 11 september 2001 ‘rechtvaardig’, ze redigeerde een boek met geschriften van de Iraakse leider Saddam Hussein en ze sprak haar steun uit voor de Colombiaanse guerrillabeweging FARC.

Dwaze Moeders: rechtsvervolging

Volgens de Dwaze Moeders zijn zo’n 240 kinderen van vrouwen die in geheime gevangenissen zaten ter adoptie gegeven, vaak aan militaire gezinnen. Slechts enkele tientallen van hen zijn tot dusverre achterhaald. Kinderen van de verdwenen ouders hebben een stichting opgericht, H.I.J.O.S., met een kantoor in Nederland.

Na de val van het militaire regime in 1983 stelde de regering een Waarheidscommissie in, die de verdwijning van bijna 9000 mensen documenteerde. Enkele juntaleden, onder wie generaal Jorge Videla, werden tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Ze kregen echter gratie in 1990. Pas veel later kwam het opnieuw tot berechting. Adolfo Scilingo, een vroegere marineofficier, werd in 2005 in Spanje tot 640 cel veroordeeld wegens misdrijven tegen de menselijkheid.

Julio P. en Jorge Zorreguieta

Dat jaar werden in Argentinië de ‘amnestiewetten’ nietig verklaard. Een politiefunctionaris werd veroordeeld wegens betrokkenheid bij verdwijningen, marteling en moord. Voormalige arbeiders van Ford spanden een proces aan tegen de bedrijfsleiding die indertijd zou hebben samengewerkt met inlichtingendiensten in de arrestatie en marteling van vakbondsleden.In 2009 werd in Spanje de Argentijns-Nederlandse piloot Julio P. gearresteerd. Hij zou betrokken zijn geweest bij vluchten waarbij gevangenen boven zee uit het vliegtuig waren gegooid.

Over Jorge Zorreguieta, de schoonvader van prins Willem Alexander, concludeerde een officieel onderzoek dat het ‘zeer onwaarschijnlijk was dat hij niet op de hoogte was geweest van de misdrijven’. In juli 2010 werd generaal Videla opnieuw voor de rechter gebracht, op aanklacht van betrokkenheid bij de dood van 31 gevangenen.

Opgravingen, forensisch onderzoek en identicaties gaan tot op heden door. Begin 2005 werd het lichaam van de ‘verdwenen’ Franse non Leonie Duquet, die de Dwaze Moeders veel steun had verleend, opgegraven en geïdentificeerd. Dat jaar werden ook de overblijfselen gevonden van van drie initatiefnemers van de beweging die in 1977 waren verdwenen, Azucena Villaflor, Esther Careaga en María Eugenia Bianco.