Principes en realiteitszin

De werkelijkheid is anders dan de karikatuur van Amnesty die Martin Sommer in de Volkskrant van 5 mei schetst.

Organisaties als Amnesty zijn er om op te komen voor mensen die hun vrijheid, hun waardigheid of hun leven dreigen te verliezen. Dat doen die organisaties in een context die taai en ingewikkeld is. Maar dat kan geen reden zijn om je niet voor bedreigde mensen in te zetten. Martin Sommer mag er tevreden mee zijn dat de deal zoals de EU die over vluchtelingen sloot met Turkije ‘de standaard is geworden’. Maar vertel dat maar eens aan vluchtelingen uit Aleppo of Zuid Sudan. Of vluchtelingen die vast zitten op de Griekse eilanden.

Steun voor mensenrechten

Amnesty is niet blind voor maatschappelijke ontwikkelingen. Maar ons fundament blijft hetzelfde: het beschermen van de rechten van mensen, soms van een enkeling, soms van een heel grote groep. Dat wordt breed gesteund. Bij uiteenlopende activiteiten voor mensenrechten blijken grote aantallen mensen betrokken. Ruim driekwart van de Nederlandse bevolking is bereid om mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en vervolging op te vangen, zoals recent CBS-onderzoek laat zien.

Amnesty heeft zowel realiteitszin als verbeeldingskracht. Die zetten we in om duidelijk te maken dat geen overheid zich kan onttrekken aan de internationale context van schendingen van mensenrechten en dus ook van de situatie van vluchtelingen. Elk beleid dat een rechtsstaat waardig is, begint bij het vermogen je een voorstelling te maken van verschrikkingen die zich voordoen buiten de grenzen van je comfort.