Abul Hossain in Kutupalong kamp in Bangladesh
© © Amnesty/Reza Shahriar Rahman

Oudere Rohingya-vluchtelingen in kampen in Bangladesh lopen extra risico op corona

In vluchtelingenkampen in Bangladesh leven honderdduizenden Rohingya-vluchtelingen uit Myanmar. Zij wonen opeengepakt in simpele onderkomens onder slechte hygiënische omstandigheden. Vooral de ouderen lopen extra risico tijdens deze coronacrisis. Bij de hulpverlening wordt er te weinig rekening met ze gehouden.

Dit kan grote consequenties hebben omdat oudere mensen meer risico lopen op besmetting met het coronavirus. Amnesty International publiceert hierover vandaag een nieuw onderzoek. Daaruit blijken drie dingen:

  • oudere vluchtelingen lopen het meeste risico op coronabesmetting, maar zijn ook het minste vertegenwoordigd in de humanitaire hulp
  • er is een groot gebrek aan toegang tot informatie over corona en hoe besmetting voorkomen kan worden
  • fouten die eerder werden gemaakt bij de hulpverlening aan de Rohingya worden herhaald

Onderzoek Amnesty International

Bangladesh heeft actie ondernomen om verspreiding van Covid-19 naar de vluchtelingenkampen buiten Cox’s Bazar te voorkomen. Zo zijn grote bijeenkomsten bijvoorbeeld verboden. Maar eenvoudige informatie over het virus en manieren om besmetting te voorkomen, bereikt de mensen in de kampen – en met name de ouderen – niet. ‘Hulporganisaties en regeringen moeten snel samenwerken om dit gebrek aan informatie op te lossen en een plan maken om ervoor te zorgen dat oudere vluchtelingen niet vergeten worden tijdens deze crisis’, zegt Matt Wells van Amnesty International.

In de laatste week van maart interviewden Amnesty-onderzoekers vijftien oudere Rohingya-vluchtelingen die in zeven van de 34 vluchtelingenkampen bij Cox’s Bazar wonen. Volgens schattingen van de VN leven er meer dan 31.500 vluchtelingen van 60 jaar en ouder in de kampen. Bijna 1 miljoen Rohingya werden in 2017 gedwongen Myanmar te ontvluchten vanwege geweld en mogelijke genocide.

Ouderen buitengesloten

De meeste oudere mensen die door Amnesty werden geïnterviewd hadden nauwelijks informatie gekregen over corona. Er vonden een paar informele bijeenkomsten plaats in de kampen, maar veel ouderen waren hiervan niet op de hoogte. Degenen die het wel wisten, konden er niet bij zijn vanwege lichamelijke gebreken die het moeilijk of onmogelijk maken door het heuvelachtige terrein van het kamp te lopen. In juni 2019 bracht Amnesty een rapport uit over het effect van het conflict op uit Myanmar gevluchte ouderen. Uit dit onderzoek bleek dat de hulpverlening in de kampen in Bangladesh de rechten van ouderen op gezondheid, voedsel, water en sanitaire voorzieningen schond. Dit had vaak te maken met het feit dat de wensen en behoeften van ouderen onvoldoende werden meegenomen in beslissingen. Tijdens de coronacrisis worden dezelfde fouten gemaakt.

Angst

‘Ik ben heel erg bang’, zegt Hotiza, een vrouw van rond de 85 jaar. ‘Want als het virus naar het kamp komt, zal niemand overleven, omdat hier veel mensen op een kleine pek samenwonen.’

Slechts een van de vijftien mensen die Amnesty interviewde, had informatie gekregen over corona. Een paar anderen hadden via familieleden over de ziekte gehoord en dat ze hun handen vaak moesten wassen. De meesten hadden via religieuze leiders en buren over corona gehoord, maar vaak niet meer dan dat het een gevaarlijk virus was en dat ze ‘schoon moesten leven’. Door de gebrekkige informatie leven veel ouderen in angst.

Geen internet

In september 2019 sloten de autoriteiten van Bangladesh de toegang tot telefoon en internet af in de kampen. Daardoor blijven de meeste bewoners van de vluchtelingenkampen verstookt van informatie. De autoriteiten proberen wel op creatieve manieren informatie te geven: zo gebruiken ze megafoons op tuktuks om berichten in de Rohingya-taal door het kamp te verspreiden. De meeste ouderen die werden geïnterviewd konden deze berichten niet of slechts deels verstaan.

‘Ik weet niets over dat virus’, zegt Sayeda, die in de tachtig is. ‘Alleen maar dat mensen met die megafoon het hebben over een virus. Maar ik kan niet goed horen, daarom weet ik niets… Ik denk de hele tijd, wat zeggen ze toch met die microfoon.’ Abdu Salaam, 70 jaar, is slecht ter been. Hij zegt: ‘Ik heb geen nieuwe dingen gehoord, alleen mensen die zeiden: “er komt een ziekte aan, bidt”.’

Aanbevelingen

Om iedereen te bereiken moet gebruik worden gemaakt van Rohingya-netwerken van vrijwilligers. Zij kunnen informatie verspreiden en ook ouderen goed bereiken. Daarbij is informatie over de symptomen van Covid-19 en maatregelen om het virus te voorkomen van extra belang. Hulporganisaties en de VN moeten ervoor zorgen dat oudere mensen deze maatregelen ook goed toepassen en dat ze toegang hebben tot voldoende water, sanitaire voorzieningen, en medicijnen.