Marteling
Volgens het VN-verdrag tegen marteling is marteling iedere handeling waardoor opzettelijk hevige pijn of hevig leed, lichamelijk dan wel geestelijk, wordt toegebracht met zulke oogmerken als het verkrijgen van inlichtingen, bestraffing, intimidatie of dwang, wanneer zulke pijn wordt toegebracht door of met instemming van een overheidsfunctionaris. Volgens rapporten van Amnesty International komen marteling, ernstige vormen van mishandeling en wrede behandeling voor in 150 landen. In zo'n zeventig landen is sprake van stelselmatige marteling. Uit Europa en Noord-Amerika worden incidenteel gevallen van marteling gemeld, veelal als vorm van politiegeweld (zoals uit Noord-Ierland, Spanje en de VS), op grote schaal echter uit Turkije. Wel lijken steeds meer overheden bereid marteling expliciet te erkennen en te veroordelen. Zo begonnen juridische tijdschriften in China midden jaren tachtig uitgebreid over marteling te rapporteren en bracht de Chinese overheid haar uitdrukkelijke veroordeling van marteling via de media en in strafprocessen tot uitdrukking.
Zie ook Amnesty's campagnes tegen marteling en de themapagina Gevangenen, Marteling, Moorden en Verdwijningen.
De redenen waarom gemarteld wordt zijn door de eeuwen heen niet veranderd:
- Om informatie of een bekentenis los te krijgen die iemand niet uit zichzelf geeft. Het komt op deze manier vaak voor dat mensen worden gedwongen iets te bekennen dat ze helemaal niet hebben gedaan.
- Als straf. In verscheidene landen bestaan straffen als zweepslagen, stokslagen, of het amputeren van een hand of voet.
- Als middel van controle tegen criminaliteit of politiek verzet. In veel landen martelen politieagenten om criminelen angst aan te jagen. Vandaag de dag blijkt dat de meest voorkomende reden voor marteling. Vaak geeft frustratie de doorslag. Een politieagent slaat omdat hij zijn agressie tegen een dronkaard niet kan bedwingen. Soldaten martelen een gevangen vijand uit opgekropte angst.
- Als middel van terreur. In recente oorlogen (bijv. Rwanda, Joegoslavië, Tsjetsjenië) zijn vaak willekeurige mensen gemarteld om een hele bevolking angst aan te jagen.
Kan marteling worden uitgebannen?
Van alle schendingen van mensenrechten is marteling waarschijnlijk de praktijk die het meeste afschuw wekt. Marteling is geen abstractie. Iedereen kan zich iets voorstellen bij de pijn van duimschroeven, elektrische schokken, geseling, een stok die in de anus wordt geduwd of sigaretten die op de huid worden uitgedrukt. Marteling is een routine in tientallen landen. Er zijn verhalen over de ‘moderne technieken’ die bij martelen worden gebruikt. Bijvoorbeeld, het toedienen van medicamenten die grote angst en onrust teweeg brengen. Of opsluiting in een cel waar alle geluid van buiten onhoorbaar is, maar wel een constant ultrageluid klinkt. In het overgrote deel van de gevallen is marteling echter een kwestie van bot en bruut geweld: slaan, schoppen, dreigen, pijnlijk vastbinden, verkrachten.
Toen Amnesty in de jaren zeventig met acties tegen marteling begon, zei de organisatie dat marteling ‘net zo ondenkbaar moest worden als slavernij’. Het kostte de wereld maar enkele tientallen jaren, in de negentiende eeuw, om slavernij in de meeste landen uit te bannen. Er wordt nu zeker dertig jaar wereldomspannende actie gevoerd tegen slavernij. Maar, zegt Amnesty, in 150 landen zijn er nog altijd politieagenten of bewaarders die, vaak of incidenteel, arrestanten en gevangenen mishandelen. Is marteling dus onuitroeibaar? De ervaringen in West-Europa laten zien dat grootschalige marteling kan verdwijnen. Tot in de jaren zeventig werd er in bijvoorbeeld Griekenland, Spanje en Portugal op grote schaal gemarteld. Tot in die landen de dictaturen vielen. Hetzelfde gebeurde in de jaren tachtig in Latijns Amerika. Maar aan marteling kwam niet helemaal een einde. Vooral ‘buitenlanders’ en mensen die verdacht worden van ‘terrorisme’ worden ook in Europa nog geregeld door de politie mishandeld. Uit de Verenigde Staten komen over politiegeweld ook dagelijks berichten.
In de toekomst zal het voor agenten en veiligheidsdiensten in de meeste landen geleidelijk moeilijker worden om stelselmatig te martelen. In geen enkel land is martelen bij wet toegestaan, en de publieke opinie is tegen martelen (het zou ook jou kunnen overkomen). Bovendien wordt het steeds moeilijker martelpraktijken voor de media verborgen te houden. Maar mishandeling en politiegeweld zijn veel moeilijker te bestrijden. De publieke opinie vindt het in veel landen niet zo erg als een crimineel of straatschoffie een flinke aframmeling krijgt. Het is een kwestie van groeiend normbesef. En van betere training van wetshandhavers. En van bestraffing van de folteraars. Als de ‘grotere’ marteling verder wordt teruggedrongen, kan ook politiegeweld beter worden tegengegaan. De slavernij was immers ook weliswaar in korte tijd afgeschaft, maar tegen dwangarbeid en onmenselijke werkomstandigheden moet, al bestaat ze inmiddels op minder grote schaal, nog altijd actie worden gevoerd. Zoals het Chinese spreekwoord luidt: elke reis van duizend mijl begint met een enkele stap.
