Een demonstratie tegen het kabinet en de coronamaatregelen op het Museumplein in Amsterdam loopt op 24 januari 2021 volledig uit de hand. Politie en ME ontruimen het plein op last van de burgemeester.
© ANP/Hollandse Hoogte/Nico Garstman

Politiegeweld

Geweldsincidenten bij demonstraties, excessief geweld met politiehonden, discussie over de Taser: politiegeweld is voortdurend in het nieuws. De politie mag geweld gebruiken in situaties waarin burgers dat niet mogen – dat is het ‘geweldsmonopolie’. Er zijn veel vragen over politiegeweld en wanneer politiegeweld te ver gaat. Daarom hebben we – aan de hand van zeven wapens van de Nederlandse politie – de belangrijkste regels op een rijtje gezet. De regels voor politiegeweld zijn vastgelegd in mensenrechtenverdragen en –standaarden en gelden overal ter wereld.

In het algemeen geldt dat de politie verplicht is om te de-escaleren. De politie moet bovendien eerst waarschuwen voordat ze overgaat tot geweld. Politiegeweld moet altijd een wettig doel dienen. Geweld om een bekentenis af te dwingen of om een arrestant ‘een lesje te leren’ is verboden. En geweld moet strikt noodzakelijk zijn. Als het zonder geweld kan, is politiegeweld verboden, oftewel: de mond is het belangrijkste wapen. Noodzakelijk, betekent ook dat de politie niet meer geweld mag gebruiken dan nodig is. De politie mag bijvoorbeeld niet drie keer slaan als één keer genoeg is. En heel belangrijk: politiegeweld moet altijd proportioneel zijn – het moet in verhouding staan tot het doel. De politie mag een winkeldief die wegrent bijvoorbeeld niet taseren.

Geweldsmiddelen van de politie

Lees meer

Het vuurwapen

Elk gebruik van een vuurwapen is potentieel dodelijk. Daarom mag dat alleen gebruikt worden bij een onmiddellijke bedreiging van het leven van de agent of bij de kans op ernstig lichamelijk letsel. In Nederland ‘mag’ een agent ook op benen schieten ter aanhouding van een verdachte van een geweldsmisdrijf: dat is ‘aanhoudingsvuur’. Amnesty is daar fel op tegen. Dat is absoluut niet in lijn met internationale verdragen en is nóóit proportioneel.

De politiehond

Na het vuurwapen is de hond het meest risicovolle wapen van de politie. Hondenbeten kunnen leiden tot ernstige verwondingen. Een goed afgerichte politiehond stopt met bijten zodra zijn baasje ‘los’ roept. In de praktijk blijkt dit echter niet altijd het geval, zo toont onderzoek van Zembla aan. In de geweldsinstructie voor de politie ligt de drempel om een hond in te zetten nu veel te laag.

De wapenstok

De wapenstok is minder risicovol dan het vuurwapen of de hond, maar niet zonder gevaar. Daarom mag de politie in principe niet op kwetsbare lichaamsdelen slaan. Slaan moet op armen of benen. Vaker slaan dan noodzakelijk en slaan om iemand te straffen is verboden, omdat dit kan leiden tot onnodig letsel en psychische schade.

Bij het slaan op het hoofd of de nek of bij verwurging met behulp van een wapenstok is het risico op ernstig of zelfs dodelijk letsel zeer groot. Dergelijk gebruik moet daarom worden verboden. Alleen in situaties waarin een ander leven in gevaar is, kan bij uitzondering op de regel dergelijk gebruik gerechtvaardigd zijn. Maar alleen als er geen minder gevaarlijke manier is om die bedreiging te stoppen.

Amnesty heeft onrechtmatig en excessief gebruik van de wapenstok tijdens vreedzaam protest gedocumenteerd in 35 landen, waaronder Nederland.

Stroomstootwapen
© Oleg Volk

Fysiek geweld en nekklem

Er zijn allerlei vormen van fysiek geweld. Uiteraard geldt voor fysiek geweld ook dat het moet voldoen aan strikte eisen van noodzakelijkheid en proportionaliteit; verder moet het altijd een wettig doel dienen. Bij fysiek geweld moeten kwetsbare lichaamsdelen zoals kruis en buik worden vermeden. Slaan en stompen in het gezicht of op het hoofd is vrijwel nooit te rechtvaardigen. Vaker slaan dan nodig is zonder meer verboden. Het schoppen en slaan van iemand die al onder controle is, kan neerkomen op vernederende behandeling of zelfs marteling. Dat geldt ook voor alle vormen van (fysiek) geweld met als doel om iemand pijn te doen of om een bekentenis af te dwingen. Controletechnieken waarbij iemand door meerdere agenten met kracht in buikligging gefixeerd wordt, zijn risicovol. Bij mensen met fysieke of acute psychische problemen kan dat potentieel dodelijk zijn.

De nekklem is omstreden. Het gebruik van een nekklem om iemand te verwurgen is levensgevaarlijk, zo bleek bij het overlijden van Mitch Henriquez. Iemand kan snel en ‘ongemerkt’ bewusteloos raken en stikken. Om iemand aan te houden is dit dus volstrekt niet proportioneel. De nekklem mag alleen gebruikt worden als uiterste middel om een einde te maken aan een levensbedreigende situatie. Amnesty is tegen het gebruik van de nekklem. Vanwege het gevaar van verwurging hoort de nekklem dus niet thuis in instructies en training.

De Taser

Het stroomstootwapen (Taser) mag alleen gebruikt worden om een levensbedreigende situatie af te wenden of bij risico op ernstig letsel. De Taser is vooral risicovol voor mensen met fysieke en/of acute psychische problemen. Uit Amnesty’s analyses blijkt dat de Taser wordt gebruikt tegen mensen die ongewapend zijn en die geen direct gevaar vormen voor anderen. Op afstand (‘dart fire mode’/pijltjes-modus) zorgt de Taser voor tijdelijke verlamming. Maar soms wordt hij direct op het lichaam gezet om een verdachte heel veel pijn te doen (de ‘schok-modus’). Dit moet onmiddellijk verboden worden.

Arrestatieteams gebruiken al ruim 10 jaar stroomstootwapens. Na een proef is ook besloten dat circa 17.000 agenten in de basispolitiezorg de Taser gaan gebruiken. Amnesty betwijfelt de noodzaak en heeft grote zorgen over het oneigenlijke en excessieve gebruik van de Taser.

Het waterkanon

Bij grootschalige ordeverstoring mag de politie het waterkanon (‘waterwerper’) inzetten om een menigte te verspreiden. Dat mag alléén als er geen lichter middel is dat werkt, als de politie van tevoren heeft gewaarschuwd en als er voldoende ruimte is om weg te komen. De politie mag niet richten op individuen, maar mag het waterkanon alleen gebruiken om een mensenmassa op te breken. De politie mag een persoon dus nooit tegen een muur spuiten: dat is excessief geweld.

Pepperspray en traangas

Pepperspray wordt vaak lichtzinnig ingezet, ook in Nederland. De inzet van traangas is veel strikter gereguleerd. De inzet kan alleen met toestemming van de burgemeester. Pepperspray en traangas worden in Nederland gelukkig zelden ingezet bij demonstraties. Amnesty heeft misbruik met traangas grondig onderzocht en gedocumenteerd. Amnesty heeft dertig regels opgesteld voor het gebruik van pepperspray en traangas.

Politiegeweld en demonstraties

Lees meer

De politie gebruikt ook geweld bij demonstraties. Amnesty formuleerde zes basisregels waar de politie in Nederland of waar dan ook ter wereld zich bij demonstraties aan moet houden. De basisregels zijn gebaseerd op twee richtlijnen van de Verenigde Naties: de Code of Conduct for Law Enforcement Officials en de Basic Principles on the Use of Force and Firearms by Law Enforcement Officials.

1.De politie moet vreedzame demonstraties faciliteren
Mensen hebben het recht om in het openbaar voor hun mening uit te komen. Politieagenten moeten de duidelijke instructie krijgen dat ze demonstraties moeten faciliteren. Als een demonstratie is verboden maar vreedzaam verloopt, moet de politie het gebruik van geweld vermijden. Als de inzet van geweld wel nodig is, bijvoorbeeld om zichzelf en anderen te beschermen, dan moet dat minimaal zijn en voldoen aan de Basic Principles van de VN.

2. De politie moet vreedzame demonstraties beschermen
Kleine overtredingen van demonstranten, bijvoorbeeld vanwege schade die ze veroorzaken, mogen niet leiden tot het uiteendrijven van de demonstratie. Mensen die zich schuldig maken aan overtredingen kunnen uiteraard vervolgd worden. De politie mag een demonstratie alleen uiteendrijven als er geen andere manier meer is om de openbare orde te handhaven, of om geweld te voorkomen. Als een kleine groep een vreedzame demonstratie gewelddadig probeert te maken, moet de politie de vreedzame betogers beschermen en het geweld van sommigen niet gebruiken als reden om het recht om te demonstreren van de grote groep te schenden.

3. De politie moet de-escalerend optreden
Goed overleg tussen de politie en de organisatoren en demonstranten, zowel voor als tijdens de demonstratie, is een goed middel om geweld te voorkomen. Als de politie (gerechtvaardigd) besluit om de demonstratie uiteen te drijven, moet ze die beslissing goed communiceren en uitleggen. Demonstranten moeten voldoende tijd krijgen om uiteen te gaan.

Leden en supporters van Amnesty demonstreren op 24 maart 2022 bij de Russische ambassade in Den Haag tegen de invasie in Oekraïne.
© Pierre Crom
Leden en supporters van Amnesty demonstreren op 24 maart 2022 bij de Russische ambassade in Den Haag tegen de invasie in Oekraïne.

4. De politie mag alleen worden ingezet voor wettige doeleinden
De politie mag geen geweld gebruiken omdat een demonstrant een bevel niet opvolgt of alleen omdat hij aan demonstratie deelneemt. Aanhouding en detentie mag alleen plaatsvinden op basis van wettelijke procedures. De politie mag mensen niet arresteren om de deelname aan een vreedzame demonstratie te voorkomen of om mensen te straffen voor hun deelname aan een protest.

5. De politie moet de gezondheid van demonstranten beschermen
De politie mag nooit vuurwapens inzetten om een demonstratie uiteen te drijven. Ze mag ook geen wapenstokken en dergelijke inzetten tegen vreedzame demonstranten. Als er geen andere mogelijkheid is dan het gebruik van de wapenstok, moet de politie er alles aan doen om ernstige verwondingen te voorkomen. De politie moet zeer terughoudend zijn met de inzet van geweldsmiddelen als rubberkogels en traangas. Traangas mag bijvoorbeeld niet worden gebruikt in een afgesloten ruimte en rubberkogels mogen niet op het hoofd worden afgevuurd. De politie moet zonder vertraging medische hulp verlenen aan gewonde mensen, of dat toestaan.

6. De politie moet verantwoording afleggen over haar optreden
Als de politie geweld heeft gebruikt tijdens een demonstratie, moet dat onderzocht worden. Klachten over het politieoptreden moeten op de juiste manier in behandeling worden genomen. Politieagenten moeten tijdens de inzet bij een demonstratie individueel identificeerbaar zijn. Beschermende kleding zoals helmen mag niet worden gebruikt om de identiteit van politieagenten te verhullen.