Q&A onvrijwillige seks = verkrachting

Waarom voert Amnesty campagne over dit onderwerp?

Seks zonder iemands instemming is verkrachting en een ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit. Het is een wrede, onmenselijke en onterende behandeling en daarmee een mensenrechtenschending. Een verkrachting kan leiden tot ongewenste zwangerschap en tot besmetting met een seksueel overdraagbare aandoening, wat ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid. Daarnaast zijn de psychische gevolgen voor het slachtoffer enorm. Het is daarom belangrijk dat de Nederlandse overheid haar burgers goed beschermt tegen verkrachting. Op dit moment doet zij dat onvoldoende.

Verkrachting is in Nederland alleen strafbaar wanneer die gepaard gaat met dwang. Het slachtoffer moet bijvoorbeeld blauwe plekken of andere verwondingen kunnen laten zien en er wordt aan haar gevraagd hoe zij zich heeft verzet. Uit een analyse van de rechtspraak blijkt dat er altijd aangetoond moet worden dat het vrijwel onmogelijk was voor het slachtoffer om zich te verzetten of zich hieraan te onttrekken. Er rust op dit moment geen verantwoordelijkheid op de verdachte om te verklaren – of op de rechtbank om te onderzoeken – hoe instemming is gezocht en in hoeverre het geven van instemming mogelijk was. Het Verdrag van Istanbul en het VN-Vrouwenverdrag noemen niet fysieke dwang, maar het ontbreken van instemming als het relevante criterium voor verkrachting. Staten als Nederland, die nog wel dwang als beslissend criterium beschouwen, moeten de wetgeving aanpassen.

Wat doet Amnesty precies?

Amnesty International komt al jaren op voor de rechten van vrouwen en voert nu campagne om ervoor te zorgen dat het in Nederland de norm is dat seks gebaseerd is op gelijkwaardigheid, vrijwilligheid en instemming. Verkrachting is een mensenrechtenschending. Met de publiekscampagne #LetsTalkAboutYES willen we, met name onder jongeren, de dialoog over seks en instemming op gang brengen. Seks met wederzijdse instemming wordt dan (explicieter dan nu) de norm.

Daarnaast dringen we aan op aanpassing van de zedenwet. We vragen om een wet die seks zonder wederzijdse instemming noemt wat het is: verkrachting, en als zodanig strafbaar stelt. Die campagne voeren we juist nu, want minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid Veiligheid heeft een voorstel gedaan voor een nieuwe wet. Hij stelt voor om een nieuw delict te introduceren ‘seks tegen de wil’, waar de helft van de straf op komt te staan ten opzichte van verkrachting. Amnesty is blij dat de minister ziet dat er een probleem is met de huidige wet. In de nieuwe wet moet echter geen hiërarchie komen in verkrachtingszaken. Seks zonder instemming is verkrachting en zo moet het ook in de wet staan. Lees hier onze inbreng voor de internetconsultatie bij het wetsvoorstel.

Hoe vaak komt verkrachting in Nederland voor?

In Nederland zegt bijna één op de vijf vrouwen dat iemand zonder instemming haar lichaam binnendrong, en 3 procent van de mannen. Onder homo- en biseksuele mannen komt seksueel geweld vaker voor dan onder heteroseksuele mannen.

Wie zijn de daders?

Verkrachters zijn, in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, meestal niet onbekende mannen die vrouwen met geweld een donker steegje intrekken. Uit onderzoek blijkt dat verreweg de meeste verkrachtingen – 80 procent – gepleegd worden door (ex-)partners of andere bekenden. 70 procent van de slachtoffers ‘bevriest’ en is daardoor niet in staat zich te verzetten.

Wat gebeurt er met de daders?

De daders worden veelal niet bestraft. Omdat het slachtoffer geen aangifte doet, omdat de dader niet gepakt wordt, omdat er niet genoeg bewijs is, óf omdat de verkrachting niet als zodanig wordt erkend. Om verkrachting te kunnen bewijzen, moet er sprake zijn van dwang. Maar in veel gevallen, ‘bevriest’ het slachtoffer van angst en kan zij zich niet verzetten.

Doet het slachtoffer aangifte, wordt de dader gepakt én is er bewijs dat er dwang is gebruikt om seks af te dwingen, dan kan de dader maximaal 12 jaar gevangenisstraf krijgen. Maar dat gebeurde de afgelopen jaren nooit. Gemiddeld krijgt een veroordeelde verkrachter een gevangenisstraf van één jaar en vijf maanden, zo blijkt uit cijfers die het Algemeen Dagblad opvroeg.

Waarom verzetten veel slachtoffers zich niet?

In 70 procent van de verkrachtingen kan het slachtoffer zich niet verzetten omdat zij verstijft van angst. Deze psychologische en fysieke reactie wordt ook wel freezing of tonic immobility genoemd. Ook komt het voor dat het slachtoffer gedrogeerd is en zich daardoor niet kan verzetten. Kijk naar een uitzending van Zembla over dit onderwerp.

Hoe is het geregeld in de Nederlandse wet?

Verkrachting is op dit moment strafbaar volgens artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht:

Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt als schuldig aan verkrachting gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Om verkrachting te bewijzen moet er dus sprake zijn van dwang. Amnesty voerde een analyse uit naar verkrachtingszaken in Nederland. Hieruit blijkt dat het ontbreken van instemming op zichzelf niet strafbaar is.

Wat is het voorstel van de minister?

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid presenteerde op 12 mei 2020 een voorstel om de zedenwet te wijzigen. Dit deed hij via een internetconsultatie. Burgers en organisaties hadden tot 16 augustus de tijd om op zijn voorstel te reageren. Aan de hand van die reacties kan hij het voorstel aanpassen voordat hij het naar de Tweede Kamer stuurt. De minister past in dit conceptvoorstel de verkrachtingswet niet aan. Hij wil een nieuw delict toevoegen aan de wetgeving: ‘seks tegen iemands wil’. Het gaat dan om seks met iemand van wie je weet (opzetvariant), of kon weten of behoorde te weten (schuldvariant), dat diegene dat niet wilde. Op het nieuwe delict, ‘seks tegen de wil’, komt de helft van de strafmaat te staan ten opzichte van verkrachting.

Wat is er mis met het voorstel van minister Grapperhaus?

Minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus stelt onvrijwillige seks niet strafbaar als verkrachting, maar als ‘seks tegen de wil’. Hij voert een aparte wet in om dit delict strafbaar te stellen. Op het delict komt de helft van de strafmaat te staan ten opzichte van verkrachting.

Met het wetsvoorstel ontstaat een discutabele hiërarchie in de ernst van verschillende vormen van gedwongen seks. Dit achten wij onwenselijk en niet in lijn met internationale mensenrechtenverdragen. Het slachtoffer van ‘seks tegen de wil’ krijgt het signaal dat wat hij of zij heeft meegemaakt minder ernstig is dan verkrachting.

Amnesty vindt dat minister Grapperhaus niet een nieuw delict moet introduceren. In plaats daarvan moet hij de huidige verkrachtingswet aanpassen. Het uitgangspunt moet zijn dat beide partners seks willen hebben. Is dat niet het geval en vindt er toch seks plaats, dan is er sprake van verkrachting. Niks meer en niks minder.

Waarom is het erg dat minister Grapperhaus van ‘seks tegen de wil’ een apart delict maakt? Als het maar strafbaar is, toch?

Door een apart delict te introduceren ‘seks tegen de wil’ met de helft van de strafmaat ten opzichte van verkrachting, geeft de Nederlandse overheid het signaal af dat ‘seks tegen de wil’ minder erg zou zijn dan verkrachting. Dat is pijnlijk voor de slachtoffers en geen goede boodschap naar de samenleving.

Een voorbeeld in Spanje toont aan wat het probleem hierbij is. Spanje had twee aparte wetsartikelen: één voor verkrachting en één voor seksueel misbruik. De La Manada-zaak leidde in 2018 tot verzet hiertegen onder de Spaanse bevolking. Die zaak draait om de groepsverkrachting van een 18-jarige vrouw in Pamplona in 2016. De daders werden opgepakt en veroordeeld, maar in eerste instantie niet voor verkrachting. Onder invloed van alcohol was de vrouw namelijk niet in staat geweest zich te verzetten. Dit leidde tot woede onder de Spaanse bevolking: als dit al geen verkrachting was, wat dan wél? Het rechtsgevoel van de Spanjaarden werd door deze zaak ernstig aangetast en duizenden gingen de straat op. Later achtte het Spaanse Hooggerechtshof verkrachting in deze zaak wel bewezen. In maart 2020 kondigden de Spaanse autoriteiten aan de wet te zullen aanpassen. Wederzijdse instemming voor seks komt daarbij centraal te staan.

Komen er met een wet gebaseerd op instemming meer veroordelingen voor verkrachting?

Zowel in de huidige als in de door Amnesty gewenste nieuwe wet is verkrachting lastig te bewijzen. Het blijft vaak het woord van de een tegen dat van de ander. Het zal dus moeilijk blijven om een verkrachter te veroordelen. Toch leidt het feit dat dwang niet meer bewezen hoeft te worden waarschijnlijk tot meer veroordelingen. In het eerste jaar sinds Zweden een op instemming gebaseerde wet invoerde, werden er verschillende daders veroordeeld die onder de oude wetgeving niet onder het verkrachtingsdelict bewezen konden worden.

Daarnaast is de cultuuromslag die zo’n wet met zich meebrengt van belang. Het is belangrijk dat we niet langer alleen aan het slachtoffer vragen: ‘Heb je je wel verzet?’, maar aan de verdachte vragen: ‘Wat heb je gedaan om te weten of de ander dit ook wilde?’ Door de wet aan te passen, gaan we anders praten over seks. Seks met wederzijdse instemming wordt dan (explicieter dan nu) de norm. Zeker als we hieraan adequate seksuele voorlichting en bewustwording vanaf een jonge leeftijd koppelen.

Is zo’n wet wel realistisch en levert het wat op?

In Europa hebben negen landen een verkrachtingswet die is gebaseerd op het ontbreken van wederzijdse instemming. Een wet dus zoals internationale mensenrechtenverdragen voorschrijven. Die landen zijn: het Verenigd Koninkrijk, Ierland, België, Cyprus, Luxemburg, IJsland, Duitsland, Zweden en Griekenland. Als je daar kunt aantonen dat de dader had kunnen weten dat de ander de seksuele handelingen niet vrijwillig onderging of verrichtte, is dat strafbaar. Spanje heeft in maart 2020 ook aangekondigd het verkrachtingsdelict aan te passen en wederzijds goedvinden centraal te stellen.

Wordt er dan nog wel onderscheid gemaakt tussen serieverkrachters en mensen die tijdens een uit de hand gelopen date de signalen niet goed interpreteert?

Ja. Ook in een verkrachtingswet op basis van wederzijdse instemming is ruimte voor strafverminderende en -verzwarende omstandigheden.

Hoe zit het als je een relatie met iemand hebt? Moet je dan ook steeds om instemming vragen als je seks wilt?

Als het goed is ken je elkaar en kun je goed aanvoelen wat de ander wil. Toch moet je ook in een relatie in geval van twijfel checken. En als je partner niet in staat is om in te stemmen, bijvoorbeeld omdat hij of zij slaapt of dronken is, doe het dan niet. Verkrachting komt helaas juist vaak voor in relaties of bij dates. Kennelijk wordt er nog veel te vaak vanuit gegaan dat de ander het wil, terwijl dat niet altijd het geval is.

Als je tot nu toe je vaste partner niet vroeg of de ander ook seks wilde, wil dat niet meteen zeggen dat je je partner al die tijd hebt verkracht. Maar een keer het gesprek erover aangaan is niet verkeerd. Jij wilt toch ook zeker weten dat je partner het wil?

Wat als de dader dronken is, en dus niet goed doorheeft dat het slachtoffer geen consent geeft?

De dader zal bij een wet gebaseerd op wederzijdse instemming gevraagd worden wat hij of zij gedaan heeft om erachter te komen of de ander wilde. Iedereen die seks gaat hebben, moet dat nagaan, ongeacht de omstandigheden of de staat waarin beiden verkeren.

Komen er met een wet op basis van wederzijdse instemming niet meer valse aangiftes en onterechte veroordelingen?

We zien dat maar een klein deel van de mensen die verkrachting meemaakt daadwerkelijk naar de politie stapt, en slechts een derde daarvan doet echt aangifte. Het is dus een groot probleem dat er heel weinig aangifte wordt gedaan. Uit onderzoek blijkt dat het aantal valse aangiftes van verkrachting zeer laag is: slechts een paar procent.

De kans dat het tot een onterechte veroordeling komt, is al helemaal klein. Als er al aangifte wordt gedaan, dan geldt nog steeds het rechtsprincipe dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen. Het Openbaar Ministerie moet met meerdere bewijsmiddelen aantonen dat iemand veroordeeld moet worden. Het woord van de een tegen dat van de ander is daarbij nooit voldoende bewijs. Dat is nu al niet zo en dat zal niet veranderen met een aangepaste wet.

Wil Amnesty dat je straks een contract tekent voordat je seks hebt?

Er wordt wel eens beweerd dat je in Zweden sinds de invoering van de nieuwe wet een contract moet tekenen voordat je seks hebt. Dat is een mythe. Ook in Nederland hoef je als er een wet komt zoals Amnesty die wil géén contract te tekenen voor seks. Wat je wél moet doen is communiceren met degene met wie je seks wilt hebben, zodat je zeker weet dat je allebei hetzelfde wilt.

Probeer nooit jouw zin door te drukken. De toestemming moet vrijwillig worden gegeven en voortvloeien uit de vrije wil van de betrokken persoon. Als algemene regel geldt: Twijfel je? Vraag het. Twijfel je nog steeds? Stop. Dat betekent ook dat je nooit seks mag hebben met iemand die buiten bewustzijn is en niet kan reageren. Ook niet als die persoon eerder heeft aangegeven wel voor seks in te zijn. Hij of zij kan op dat moment namelijk geen toestemming geven.

Is een wetswijziging voldoende?

Amnesty wil dat alle landen, dus ook Nederland, verkrachtingswetgeving hebben die in lijn is met internationale mensenrechtenverdragen. De Nederlandse wet moet daarom onvrijwillige seks strafbaar stellen als verkrachting, en niet als een minder ernstig delict. Geweld en dwang moeten geschrapt worden uit de omschrijving van verkrachting.

Maar met alleen een wet kom je er niet. De politie moet genoeg menskracht en training krijgen om de nieuwe wet te kunnen implementeren. Het werk van de politie zal namelijk veranderen, net als dat van het Openbaar Ministerie.

Ook moet er adequate seksuele voorlichting en bewustwording vanaf een jonge leeftijd komen. Praten over seks en instemming moet de normaalste zaak van de wereld worden. Daarmee kunnen we verkrachtingen proberen te voorkomen.