© Reuters

Indonesië

In Indonesië maken leger en politie zich regelmatig schuldig aan mensenrechtenschendingen. Daarbij gaat het vooral om het toepassen van onnodig en buitenproportioneel geweld.

Bovendien zijn tientallen gewetensgevangenen tot lange gevangenisstraffen veroordeeld, worden religieuze en andere minderheden vervolgd, worden de miljoenen slachtoffers van een van ergste massamoorden van de twintigste eeuw aan hun lot overgelaten, wordt de vrijheid van meningsuiting onderdrukt en wordt sinds 2015 de doodstraf weer uitgevoerd.

Het probleem

Gewetensgevangenen

Bevolkingsgroepen die vreedzaam strijden voor meer autonomie, zoals in de provincies Papoea, West-Papoea en de Molukken, worden met harde hand onderdrukt. Het gebruik van een regionale vlag of logo is bij wet verboden. Wie zich niet aan dat verbod houdt loopt het risico gearresteerd, gemarteld en berecht te worden in een – soms oneerlijk – proces.

Vlaggen zijn verboden

Het leger en de politie gebruiken vaak onnodig veel geweld om vreedzame demonstraties neer te slaan. Zo’n zestig Molukkers en Papoea’s zitten vast omdat zij met een Molukse vlag of Papoea-vlag hebben gezwaaid of hebben gedemonstreerd.

De Molukse onderwijzer Johan Teterissa demonstreerde in 2007 met een Molukse vlag. Hij werd samen met 22 medestanders gearresteerd, ondervraagd en gemarteld en kreeg vijftien jaar gevangenisstraf opgelegd. Hij zit gevangen op het gevangenis-eiland Nusakembangan voor de zuidkust van Java.

Geen bezoek

Omdat Teterissa vastzit op duizenden kilometers van zijn woonplaats op de Molukken krijgt hij geen bezoek van familieleden. Amnesty roept de autoriteiten op hem vrij te laten. Zolang dat niet gebeurt, wil Amnesty dat hij wordt overgeplaatst naar een gevangenis op de Molukken en beter wordt behandeld. Amnesty heeft in mei 2014 uitgebreid actie voor hem gevoerd en meer dan 55.000 handtekeningen voor zijn vrijlating opgehaald. In 2016 hebben briefschrijvers tijdens de Schrijfmarathon duizenden brieven voor hem geschreven. Amnesty blijft zijn zaak actief volgen.

Straffeloosheid

Op 1 oktober 1965 Bekijk Amnesty's site www.indonesia1965.org voor Amnesty-documenten uit de periode vanaf 1967 tot heden werden in Jakarta zeven hoge legerofficieren van hun bed gelicht en vermoord door een kleine groep militairen. Het leger, geleid door majoor-generaal Soeharto, beweerde dat communisten achter deze couppoging zaten en ontketende een systematische golf van mensenrechtenschendingen op vermeende communisten en andere linksgeoriënteerden.

In de jaren die volgden werden 500 duizend tot 1 miljoen mensen vermoord. Talloze vrouwen werden verkracht of als seksslaaf gehouden. Honderdduizenden mensen werden zonder enige vorm van proces voor vele jaren opgesloten Lees de blog van Amnesty's landenmedewerker Martha Meijer: Een ontspannen weekend in een Indonesisch gevangenenkamp , waarbij velen werden gemarteld.

Misdaden tegen de menselijkheid

Vijftig jaar later Lees het Engelstalige rapport over 1965 en de nasleep laten de Indonesische autoriteiten miljoenen slachtoffers van een van de ergste massamoorden van de vorige eeuw aan hun lot over. De autoriteiten hebben nauwelijks hun best gedaan om de waarheid boven tafel te krijgen, daders te berechten en slachtoffers en hun families te compenseren. Een handvol daders is weliswaar berecht, maar het overgrote deel gaat nog steeds vrijuit.

In juli 2012 publiceerde de Indonesische nationale mensenrechtencommissie, Komnas HAM, een kritisch rapport over de moorden. Volgens het rapport is er bewijs dat de veiligheidsdiensten en burgermilities misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan.

Ondanks aandringen van de Komnas HAM bij de procureur-generaal om naar aanleiding van de bevindingen van dit rapport een justitieel onderzoek in te stellen, is er tot nu toe niets gebeurd. Tegelijkertijd wordt het instellen van een waarheidscommissie telkens uitgesteld door een gebrek aan politieke wil.

In 2015 werden de gebeurtenissen herdacht die in 1965-66 en de jaren daarna hebben geleid tot de wreedheden die door de Indonesische autoriteiten werden gepleegd. De Indonesische regering verbood in het hele land alle activiteiten rond de vijftigjarige herdenking.

Eveneens onbestraft

Behalve de massamoorden van 1965 zijn in Indonesië ook andere mensenrechtenschendingen onbestraft gebleven, zoals de schendingen in Atjeh tussen 1976 en 2005, de verdwijningen in 1997/98 en de moord op mensenrechtenverdediger Munir Said Thalib, beter bekend als Munir, in 2004. In een aantal van deze gevallen pleit Amnesty International voor het instellen van een onafhankelijke Waarheids- en Verzoeningscommissie. Een wet voor zo’n commissie is in 2006 door het Constitutionele Hof afgekeurd. In het geval van de moord op Munir pleit Amnesty voor een heropening van de strafvervolging.

Gouden kans voor president

Sinds president Joko Widodo in oktober 2014 aan de macht kwam, belooft hij van mensenrechten een prioriteit te maken en misdaden uit het verleden aan te pakken. In mei 2015 kondigde de regering de instelling van een niet-juridisch mechanisme aan om met het verleden, waaronder de , in het reine te komen. Maar Amnesty vreest dat hierdoor verzoening prioriteit krijgt boven waarheid en gerechtigheid. Amnesty is bang dat de grootste daders vrijuit gaan, omdat daders bij dit mechanisme niet vervolgd kunnen worden.

President Widodo heeft nu de kans om ervoor te zorgen dat in Indonesië het verleden niet langer vergeten wordt. Het land is zich snel aan het ontwikkelen als leider in de regio. Het moet deze positie serieus nemen en een voorbeeld stellen als het gaat om gerechtigheid, waarheid en compensatie.

Vrijheid van godsdienst

In Indonesië worden mensen op grond van hun geloofsovertuiging gearresteerd en veroordeeld. In het Indonesische strafrecht bestaan verschillende wetten die het recht op godsdienstvrijheid inperken Lees het rapport: Prosecuting beliefs: Indonesia’s blasphemy laws . Zo is er een wetsartikel waarin staat dat blasfemie (godslastering) strafbaar is. Wat godslastering precies inhoudt, bepaalt de overheid. Wetten die bepaalde religieuze groepen achterstellen of hun uitingen strafbaar stellen zijn zowel in strijd met de internationale verdragen die Indonesië heeft geratificeerd als met de eigen grondwet.

Sjiitische moslims, Ahmadi-moslims, christenen en atheïsten worden geïntimideerd, aangevallen en soms zelfs vervolgd. Deze minderheden worden onvoldoende door de politie beschermd tegen geweld. De beschuldigingen van blasfemie worden ook in de politieke arena ingezet en leiden daar tot schendingen van de vrijheid van meningsuiting.

Mishandeld en verdreven

Een groep sjiitische moslims op het eiland Madura (voor de kust van Oost-Java) werd in 2011 door soennitische moslims mishandeld terwijl de politie toekeek en niet ingreep. Er vielen één dode en tientallen gewonden. Zo’n driehonderd sjiieten werden verdreven en mochten niet meer terugkeren. De religieuze leider van deze sjiitische gemeenschap, Tajul Muluk, werd in 2012 gearresteerd nadat lokale soennitische leiders met een ‘fatwa’ zijn geloofsovertuiging hadden verboden. Eerst werd hij tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar in hoger beroep werd de straf verzwaard tot vier jaar. Amnesty eist dat hij onmiddellijk en onvoorwaardelijk wordt vrijgelaten.

Onrechtmatige huisuitzetting

Bijna tweehonderd mensen uit deze sjiitische gemeenschap zijn onder dwang ondergebracht in een flatgebouw in Oost-Java, op honderden kilometers van hun eigen woonplaats. Amnesty voert actie tegen deze onrechtmatige huisuitzetting en blijft de zaak volgen. In 2016 had op soortgelijke manier, maar wel op kleinere schaal, vervolging van Ahmadiyyah plaats op het eiland Bangka voor de kust van Sumatra.

Homofobie

Sinds begin 2016 worden LHBT’s (lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders) in toenemende mate vijandig bejegend door de Indonesische autoriteiten. Er heerst steeds meer een klimaat waarin LHBT’s worden gediscrimineerd, nadat autoriteiten in het openbaar opruiende, denigrerende, volkomen onjuiste of misleidende homofobe uitlatingen deden Lees het bericht: Indonesia: Stop inflammatory and discriminatory statements that put the LGBTI community at risk . Ze deden dit om ‘de openbare zeden en de openbare veiligheid van het land te verdedigen’.

De minister van Onderzoek, Technologie en Hoger Onderwijs verklaarde bijvoorbeeld dat LHBT’s de Indonesische sociale waarden en normen bezoedelen en dat hij LHBT-activiteiten niet langer op universiteiten zou toelaten. Een maand later publiceerde de Indonesische mediacommissie een brief waarin wordt aangeraden om alle televisie- en radioprogramma’s waarin LHBT-activiteiten worden aanbevolen, te verbieden. Dit om ‘te voorkomen dat kinderen over onbetamelijk gedrag leren’. Ook werd begin 2016 uit ‘veiligheidsoverwegingen’ een islamitisch pension voor transgenders gesloten en werd een workshop die was georganiseerd door een LHBT-ngo, stilgelegd.

Doodstraf en executies

In Indonesië staat op een aantal misdaden de doodstraf, maar tot 2014 werd deze al jaren niet uitgevoerd. Sinds 2015 is het executeren van terdoodveroordeelden weer hervat. Het betreft enkele tientallen drugscriminelen, voor een deel buitenlanders die in Indonesië zijn gearresteerd en berecht. Amnesty heeft in 2015 in een uitgebreid rapport aangetoond dat er tijdens de processen tegen deze criminelen fouten zijn gemaakt. Daardoor kan het bij het voltrekken van de doodstraf in een aantal gevallen om onschuldigen gaan.

Zware mishandeling

Aan terdoodveroordeelden wordt in Indonesië als regel de toegang tot rechtsbijstand ontzegd. Bovendien worden gedwongen te bekennen door middel van zware mishandeling. Een Pakistaanse veroordeelde zei in de rechtszaak dat hij na zijn arrestatie drie dagen in isolement was gehouden, in elkaar was geslagen en met de dood was bedreigd totdat hij een bekentenis aflegde. De mishandeling was zo ernstig dat hij geopereerd moest worden. Toch accepteerde de rechter zijn ‘bekentenis’ als rechtmatig bewijs in het proces, en werd er geen onafhankelijk onderzoek ingesteld.

De regering van president Joko Widodo heeft kort na haar aantreden eind 2014 het internationaal recht in dit verband aan haar laars gelapt met veertien executies. In twaalf gevallen ging het om buitenlanders. In 2016 zijn er nog eens vier mensen geëxecuteerd. Alle achttien terdoodgebrachten waren drugscriminelen, wat in tegenspraak is met het VN-uitgangspunt dat de doodstraf alleen mag worden opgelegd voor levensdelicten zoals moord.

Geen eerlijke rechtsgang

Amnesty heeft in haar rapport van 2015 aantoonbare fouten in de procesgang gedocumenteerd. Amnesty is op principiële gronden tegenstander van de doodstraf, maar noteert ook schendingen van het principe van een eerlijke rechtsgang in twaalf gevallen van de berechting van terdoodveroordeelden. Zo kregen buitenlanders geen beschikking over een tolk of waren zij op het moment van het hen ten laste gelegde nog minderjarig of niet toerekeningsvatbaar. Buitenlanders die worden berecht krijgen zo te maken met een strafrechtsysteem dat ze nauwelijks kunnen begrijpen.

Arbeidsomstandigheden

Palmolie zit in ongeveer de helft van de producten die we dagelijks gebruiken of eten. Schoonmaakmiddelen, shampoo, crèmes, zeep en lippenstift, bakolie, voorverpakt brood, ontbijtgranen, margarine, chocola en snacks: allemaal bevatten ze palmolie. De manier waarop palmolie wordt geproduceerd is mensonterend Lees het rapport over arbeidsomstandigheden op palmolieplantages . Op plantages en bij leveranciers van palmoliegigant Wilmar in Indonesië vond Amnesty bewijs van zeer ernstige schendingen van de rechten van arbeiders.

Gevaarlijk, zwaar en slecht betaald werk

Vrouwen worden gedwongen lange dagen te werken, krijgen minder dan het minimumloon betaald – soms slechts net iets meer dan twee euro per dag – en geen vast dienstverband. Als ze minder lang willen werken, worden ze op hun loon gekort.

Kinderen tussen de acht en veertien jaar verrichten gevaarlijk en zwaar werk. Ze hebben geen beschermende uitrusting, terwijl er op de plantages giftige bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, en dragen zware zakken die wel 25 kilo kunnen wegen. Sommigen zijn met school gestopt om te kunnen werken, anderen werken na schooltijd, ook in de weekeinden en de vakanties.

Arbeiders raken ernstig gewond door het werken met een verschillende giftige stoffen, die in de Europese Unie en door Wilmar zelf verboden is.

Unilever en co moeten mensenrechten respecteren

Unilever, Colgate-Palmolive, Kellog’s, Nestlé, Reckitt Benckiser en Procter & Gamble kopen hun palmolie bij Wilmar. Ze houden consumenten voor dat hun palmolie duurzaam is en dat ze misstanden in hun keten niet tolereren. De praktijk wijst iets heel anders uit. Het is de hoogste tijd dat zij hun verantwoordelijkheid op het gebied van mensenrechten nemen.

Onze oproep aan Unilever, Colgate-Palmolive, Kellog’s, Nestlé, Reckitt Benckiser en Procter & Gamble:

  • Roep palmoliegigant Wilmar op onmiddellijk te stoppen met het uitbuiten van arbeiders en hun arbeidsomstandigheden te verbeteren.
  • Maak openbaar welke producten palmolie bevatten die door Wilmar in Indonesië wordt gewonnen.
  • Pak, in samenwerking met Wilmar, de schade aan die de arbeiders en kinderen berokkend is.

Stop de uitbuiting van arbeiders

Protesteer tegen de misstanden op palmolieplantages

Kom in actie

Wat doet Amnesty?

Schrijfacties voor gewetensgevangenen

In 2014 zijn tienduizenden handtekeningen aangeboden aan de Indonesische ambassadeur. Daarmee vroeg Amnesty om gewetensgevangene Johan Teterissa onvoorwaardelijk vrij te laten. Als tussenstap wil Amnesty dat Teterissa wordt overgeplaatst naar de Molukken, waar zijn familie woont; hij zit nu gevangen op Java, op duizenden kilometers afstand. Hij is tot 15 jaar veroordeeld omdat hij met een vlag zwaaide en daarmee slechts zijn recht op vrijheid van meningsuiting gebruikte om zijn politieke voorkeur te uiten, op geheel geweldloze wijze. Ook tijdens de Schrijfmarathon van 2016 zijn duizenden brieven aan de Indonesische regering geschreven.

Schrijfacties tegen de doodstraf en buitenproportioneel geweld

In reactie op executies en incidenten van excessief geweld door leger en politie vraagt Amnesty aan leden om een snelle briefschrijfactie (urgent action) te ondernemen. Deze acties worden onder zoveel mogelijk mensens uitgezet voor een maximale impact bij de verantwoordelijke functionarissen.

Lobbyactiviteiten

Om de stellingname van de Indonesische autoriteiten te beïnvloeden onderhoudt Amnesty directe of indirecte contacten met functionarissen. Direct met die van de ambassade in Den Haag en indirect via functionarissen van de Nederlandse overheid of van de Europese Unie. Bij elke zorg over executies zijn de Nederlandse regering en/of de Europese Unie te overtuigen van het nut om druk uit te oefenen. De afgelasting van tien executies in juli 2016 – formeel als gevolg van slechte weersomstandigheden – is hoogstwaarschijnlijk mede te danken aan de internationale druk tot op het hoogste (Verenigde Naties) niveau.

Publiciteit

Het publiceren van rapporten op basis van bewijsmateriaal is nuttig om de Amnesty’s zorgen en aandachtspunten bij een groot publiek bekend te maken. Dat vergroot de betrokkenheid van mensen bij de slachtoffers in Indonesië en werkt mee aan het bereiken van de gewenste verbeteringen.

Ontwikkelingen

Indonesië heeft na de onafhankelijkheidsverklaring in 1945 een lange staat van dienst opgebouwd op het terrein van mensenrechtenschendingen. De schendingen die gepleegd werden rond de machtswisseling in 1965 zijn daarin het trieste dieptepunt met honderdduizenden doden, verdwijningen en politieke gevangenen. In 1998 moest de langstzittende president, ex-generaal Soeharto, aftreden onder druk van uitgebreide demonstraties. De periode daarna, optimistisch gekenschetst als ‘Reformasi’, kende een snelle opeenvolging van benoemde en gekozen presidenten. Slechts twee van de zes, en vooral de huidige president, voerden hun verkiezingscampagne met mensenrechten in het vaandel. De ‘Reformasi’, inclusief de verbetering van de rechtsstaat, is nog steeds niet afgerond.

Concentratie van macht

Indonesië heeft, net als Frankrijk en de Verenigde Staten, een presidentieel systeem, waarbij de president zowel staatshoofd als regeringsleider is. Dit leidt tot de concentratie van macht in enkele handen. Onderhandelingen met het parlement verlopen vaak moeizaam. Momenteel wordt al jarenlang gedebatteerd over een nieuw Wetboek van Strafrecht. Maar ook als dat er zou komen, geeft dat geen garantie op een verbetering van alle aspecten van de rechtsstaat. Zo is het zorgwekkend dat de strafbaarstelling van marteling ontbreekt, en dat de periode van wettelijk toegestaan voorarrest verlengd is.

De huidige president Joko Widodo trad aan in oktober 2014 voor een termijn van vijf jaar. Hij is een van de eerste machthebbers die niet afkomstig is uit het leger en had concrete mensenrechtenkwesties in zijn verkiezingsprogramma. Hij blijkt echter in zijn beleid, zoals ten aanzien van de doodstraf, wel degelijk zijn oor te laten hangen naar de mening van ‘bevriende’ generaals.

Corruptie

Corruptie is een fenomeen dat de samenleving diepgaand en op alle terreinen beïnvloedt. Men spreekt openlijk van ‘de gerechtelijke maffia’. Zelfs rechters van het Constitutionele Hof en het Hooggerechtshof blijken omkoopbaar te zijn. De sectoren waarin volgens analisten de meeste corruptie voorkomt zijn de politie en de politiek.

Amnesty’s oproep

  • Onvoorwaardelijke vrijlating van gewetensgevangenen.
  • Waarheidsvinding rond oude mensenrechtenschendingen, een rechtvaardige afhandeling en rehabilitatie van slachtoffers.
  • Bescherming van mensenrechtenverdedigers, religieuze en andere minderheden.
  • Het stopzetten van executies en aanpassing van de doodstrafwetgeving.
  • Verbetering van arbeidsomstandigheden.