Lars van Troost
© Amnesty International (foto: Karen Veldkamp)

Jaarverslag 2016

‘Ook brave burgers komen voor de rechter’

Lars van Troost over de maatschappelijke en politieke context

De mensenrechten staan wereldwijd onder druk. In autoritaire staten als Rusland, China en Turkije neemt de ruimte voor de mensenrechtenbeweging af. In westerse democratieën wordt er steeds openlijker getwijfeld aan het nut van mensenrechten. In 2016 heeft Amnesty International veel in het werk gesteld om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden. Lars van Troost van Amnesty’s Strategische Verkenningen: ‘Er moeten internationale spelregels zijn die net iets meer inhouden dan het recht van de sterkste.’

De medewerkers van Strategische Verkenningen van Amnesty Nederland houden in de gaten in welke maatschappelijke en politieke context Amnesty International opereert. Lars van Troost: ‘We maken omgevingsanalyses en kijken naar de toekomst om te zien welke politieke en maatschappelijke ontwikkelingen van belang zijn voor de mensenrechtenbeweging. Het bureau is begin 2013 opgezet omdat we verwachtten dat de mensenrechtenagenda meer tegenwind zou kunnen krijgen, maatschappelijk en politiek, nationaal en internationaal.’

Uit welke richting komt die tegenwind?

‘Na de val van de Muur werden aanvankelijk de mensenrechten min of meer deel van de overheersende ideologie: de hele wereld zou liberaal en democratisch worden, in de brede zin van het woord. Die liberale wereldorde werd verstoord in 2001, met 11 september en de daaropvolgende oorlog tegen terrorisme. Maar het verzet tegen die orde was al een tijdje aan de gang. China en later Rusland, maar ook landen als Pakistan, India en in mindere mate Brazilië gingen zich steeds sterker uitspreken voor nationale soevereiniteit en tegen inmenging in binnenlandse aangelegenheden. En doordat met de oorlog tegen terrorisme de veiligheidsagenda ging overheersen, kregen ook westerse landen ineens moeite met mensenrechten.’

Is Amnesty’s positie in die jaren ook veranderd?

‘In de jaren tachtig stonden mensenrechten in de westerse wereld nauwelijks ter discussie. Amnesty’s werkterrein was toen ook nog een stuk beperkter; we werkten vooral voor vrijlating van gewetensgevangenen en voor eerlijke processen, en tegen de doodstraf, verdwijningen en marteling. Na 2001 is het werkterrein flink uitgebreid. Tegelijkertijd werd Amnesty in Nederland steeds actiever in andere binnenlandse aangelegenheden dan vluchtelingen en asiel. In de jaren tachtig ging het toch vooral over Latijns-Amerika, de Sovjet-Unie, China. Nu krijgen ook schendingen en bedreigingen veel dichter bij huis aandacht van Amnesty. Dat zorgt er meteen voor dat we zelf ook iets meer omstreden zijn geworden.’

Op politiek niveau in Nederland worden de mensenrechten soms ter discussie gesteld. Hoe reageert Amnesty daarop?

‘We gaan het debat aan om te laten zien dat die mensenrechten ook in Nederland en Europa relevant zijn. Niet alleen voor vluchtelingen en niet alleen voor strafrechtelijk verdachten. We hebben veel aan mensenrechtenbescherming te danken. Het Europees Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg is niet alleen een hof dat de nationale overheid een beetje in de weg zit omdat het bescherming biedt aan vluchtelingen. Uiteindelijk is het hof voor Nederland feitelijk een constitutioneel hof en het Europees mensenrechtenverdrag een soort Grondwet. Want de nationale rechter mag niet toetsen aan de Nederlandse Grondwet, maar wel aan internationale verdragen. En zo komt het dat de gelijke behandeling in Nederland mede aan het Europees mensenrechtenverdrag te danken is. De Nederlandse normen en waarden waarop men hier tegenwoordig zo fier is, komen mede voort uit internationale standaarden. Is dat geen verblindend schone ironie?’

Amnesty is ook in 2016 weer opgekomen voor de mensenrechten van vluchtelingen. Maatschappelijk is dat een omstreden onderwerp. Hoe ga je daarmee om?

‘Amnesty moet er altijd op blijven wijzen dat áls je bepaalde mensen terug zou sturen, ze bedreigd worden met de meest ernstige schendingen of dat ze terechtkomen in oorlogssituaties. Er is en blijft een verschil tussen asiel en migratie. Ook als de asielzoekers en migranten via dezelfde route op hetzelfde moment naar Europa komen. Het moeilijke is dat deze materie in beginsel op Europees niveau goed adresseerbaar is, maar op nationaal niveau is het in verschillende lidstaten om uiteenlopende redenen een groot probleem. Daarom zullen dus de EU-landen echt beter moeten samenwerken. Hun afspraken nakomen, nieuwe afspraken maken. En dat is niet zozeer een mensenrechtelijk probleem, als wel het probleem van een haperende EU.’

Wat zeg je tegen degenen die mensenrechten en eerlijke rechtspraak alleen maar zien als obstakels die verhinderen dat er schoon schip wordt gemaakt?

‘Eerlijke rechtspraak is alleen maar een obstakel zolang jijzelf niet voor de rechter staat. En zodra je daar wel staat, heb je veel behoefte aan eerlijke rechtspraak. Zeker in een maatschappij waarin het enthousiasme voor “schoon schip maken” groeit.’

Maar ik kom niet voor de rechter, want ik ben een brave burger.

‘Dat is niet gegarandeerd, ook brave burgers komen voor de rechter. Soms omdat er een fout is gemaakt, soms omdat ze eventjes niet zo braaf zijn geweest. Het kan hun eigen schuld zijn of niet, maar die kans bestaat en dan is het toch fijn dat er een onafhankelijke rechter is. Dat het openbaar ministerie aan regels gebonden is, dat advocaten onafhankelijk hun werk kunnen doen. En dat ook als je geen geld hebt, er toch rechtsbijstand is.’

Amnesty komt voort uit de gedachte van internationale solidariteit en een internationale gemeenschap. Is dat nog realistisch? De internationale gemeenschap lijkt het steeds zwaarder te krijgen.

‘Dat de internationale gemeenschap momenteel aan kracht verliest, maakt de mensenrechtenbescherming natuurlijk lastiger. Maar meer internationale samenwerking, het opbouwen van een soort basale internationale rechtsorde – dat is nog steeds een heel goed idee. Vooral voor kleine en middelgrote staten. Vrede en stabiliteit zijn ook voor een groot deel afhankelijk van andere landen. Je hebt dus belang bij een enigszins stabiele, voorspelbare en vredige wereld om je heen. Kleinere staten – en daarvan zijn er een heleboel – kunnen dat niet afdwingen. Dus voor hen is het goed als er internationale spelregels gelden tussen maar ook binnen staten, spelregels die net iets meer inhouden dan het recht van de sterkste.’

Landen als Rusland en Turkije bewegen zich steeds meer richting een autoritaire staat. Heeft Amnesty daar nog wel kans van slagen?

‘Ja, dat denk ik wel. Amnesty heeft tussen 1961 en 1989 geijverd voor vrijheid van meningsuiting in het Oostblok. Tot 1988 kon je je de vraag stellen: wat heeft het voor zin? Niet dat door Amnesty de Muur is gevallen in ’89, maar we steunden wel al die tijd mensen die hun leven in de waagschaal stelden om van de Oost-Europese landen meer open samenlevingen te maken. En uiteindelijk hebben zij het gered. Natuurlijk zijn er later weer stappen terug gezet op veel punten. Daarom richt Amnesty zich de laatste jaren opnieuw sterk op het beschermen van de mensenrechtenbeweging in Rusland. Je wilt eraan bijdragen dat er voor die beweging ruimte is om haar mening te uiten en haar werk te kunnen doen.’

Zie je met de krimpende ruimte voor mensenrechten ook hoopgevende ontwikkelingen?

Ik zie tegenbewegingen opkomen, verzet. Zodra mensenrechten niet meer vanzelfsprekend zijn, blijken ze het toch nog altijd waard te zijn om voor op te komen. Dat is een bemoedigend teken. Zeker als het lukt onze eigen mensenrechten te verbinden met die van anderen. Dat is, uiteindelijk, waar Amnesty voor staat.