Mensenrechtenencyclopedie
© Flickr.com / CC / valerieroybal

Globalisering en mensenrechten

De mensenrechten zijn in principe gebaat bij globalisering, maar er zijn ook nadelen zoals misbruik van politieke en economische macht.

Globalisering is sinds het einde van de 20e eeuw een van de meest besproken en slechtst gedefinieerde begrippen. Globalisering duidt op het openstellen van grenzen tussen landen, waardoor goederen en diensten zich gemakkelijker kunnen verplaatsen. Globalisering kwam in de laatste jaren in een versnelling door de mogelijkheden van communicatiemiddelen en transport, en door afspraken zoals in de wereldhandelsorganisatie WTO.

Globalisering: voor- en nadelen

Globalisering heeft zowel voordelen en nadelen. De nadelen zijn bijvoorbeeld dat werkgelegenheid wegtrekt naar landen met het laagste inkomen, werknemers machteloos worden tegenover multinationale ondernemingen, grootschalig transport het milieu vervuilt en de macht van burgers en nationale regeringen krimpt. Tot de voordelen behoren economische groei, het afbreken van onrechtvaardige tariefheffingen, werkgelegenheid in landen waar daaraan eerder een gebrek was, democratisering door het openstellen van grenzen en de uitwisseling van informatie via moderne informatietechnologie.

De mensenrechten zijn in beginsel gebaat bij een proces van globalisering, omdat mensenrechten worden gegarandeerd door een ‘globaal’, wereldwijd rechtsstelsel (volgens het principe van universaliteit). Maar de voordelen voor mensenrechten, inclusief de sociaaleconomische rechten, zijn er alleen als misbruik van economische en politieke macht aan banden wordt gelegd door afdwingbare internationale regels. De WTO stelt uitdrukkelijk het opstellen en handhaven van dergelijke regelingen als doel.

Het middel bij uitstek om ervoor te zorgen dat globalisering zo veel mogelijk voordelige effecten heeft is transnationaal bestuur (transnational governance). Een dergelijk bestuur of toezicht gaat uit van de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Internationale Kamer van Koophandel, de mensenrechtenbeweging waar Amnesty International deel van uitmaakt, en nog zo’n 10 duizend andere organisaties. Soms is dat bestuur dwingend (zoals in EU-voorschriften), veel vaker gaat het om het zich vrijwillig onderwerpen aan een vorm van toezicht (zoals door mensenrechtenapporteurs).

Globalisering en mensenrechten

Amnesty heeft geen standpunt over globalisering als zodanig. De organisatie streeft naar het verbreiden van de boodschap van mensenrechten over alle grenzen. Amnesty streeft naar een ‘globalisering’ van het recht en de berechting van degenen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen. Amnesty komt in actie als bepaalde economische en politieke ontwikkelingen een directe bedreiging vormen voor mensenrechten, zoals door kwalijke arbeidsomstandigheden. Bijvoorbeeld voor Mexicaanse vrouwen die gaan werken in afgelegen fabrieken, waar ze een iets beter loon krijgen dan in hun dorp, maar ook bloot staan aan bedreigingen en geweld. Of voor heel jonge Chinese werknemers in exportfirma’s die worden bedreigd door ziekte, slaag en uitputting.

Verzet tegen globalisering

Het verzet tegen globalisering komt van vele kanten: aan demonstraties nemen vaak zowel extreemlinkse als extreemrechtse groepen deel. Politiegeweld dat bij deze demonstraties voorkwam, bijvoorbeeld rond bijeenkomsten van de WTO, heeft in een aantal gevallen geleid tot willekeurige arrestaties, mishandeling en de dood van demonstranten.

Globalisering en armoede

Het proces van globalisering is van alle tijden. Zo was er rond 1300 v.Chr. een intensieve handel rond de Middellandse Zee en in Mesopotamië. De afstanden die men aflegde bedroegen meer dan duizend kilometer. De Verenigde Oost-Indische Compagnie was in de 17e eeuw de grootste handelsfirma ter wereld. Of de hedendaagse globalisering ertoe leidt dat arme landen armer worden en rijke landen rijker is een van de meest betwiste kwesties onder economen.

Begin 2004 bracht een commissie van de internationale arbeidsorganisatie ILO, met daarin topeconomen als Joseph Stiglitz, na twee jaar onderzoek een rapport uit waarin ze wees op het feit dat globalisering niet iedereen even grote voordelen biedt. De kloof tussen arme en rijke landen en de kloof tussen armen en rijken binnen de landen wordt nog altijd groter. De WTO bleek nog niet in staat te zijn geweest de groei van de wereldeconomie te versnellen.

Het debat over de globalisering noemde de commissie ‘iets dat grenst aan een dialoog tussen doven, zowel nationaal als internationaal’. De commissie stelde vast dat globalisering onomkeerbaar was, maar drong aan op beter internationaal bestuur en een meer inzichtelijke handelswetgeving. Ook moeten de arbeidsregels veel beter worden nageleefd. De commissie constateerde dat vrouwen in de ontwikkelingslanden meer nadelen ondervinden.