Herdenking voor verdronken vluchtelingen en migranten op de Middellandse Zee, Strand Scheveningen, 16 april 2017.
© Amnesty International

Vandaag herdachten we…

Vorig jaar kwamen ruim 180.000 vluchtelingen en migranten over zee aan in Italië, meestal vanuit Libië. De route tussen Libië en Italië eiste vorig jaar 4500 levens, meer dan ooit. Vandaag op het strand van Scheveningen herdachten we deze slachtoffers.

Een van de grote tragedies van de Middellandse Zee deed zich nu een jaar geleden voor. Rond 2 uur in de nacht van zaterdag 9 april kapseisde een grote houten vissersboot met honderden Afrikaanse vluchtelingen en migranten, en hun kinderen, voor de kust van Egypte.

Sommige verdronken snel. Anderen werden door de smokkelaars weggeranseld van de boot waaraan ze zich probeerden vast te klampen. Er was geen maanlicht. Een enkele zaklantaarn scheen door het donker, van een kleine boot die om het gekapseisde schip cirkelde. De mannen op die boot, ook mensensmokkelaars, waren alleen op zoek naar hun kameraden. Ze negeerden het geschreeuw van alle andere drenkelingen.

Naar schatting 500 volwassenen en kinderen stierven. Onder hen waren volgens die schatting 190 Somaliërs, 150 Ethiopiërs, 80 Egyptenaren en verder mensen uit Sudan, Syrië en andere landen. Het aantal overlevenden was 37.

Een van die overlevenden is Muaz Mahmud uit Ethiopië. Hij was met zijn vrouw en hun twee maanden oude zoontje te water geraakt. Muaz was Ethiopië ontvlucht omdat hij door de autoriteiten op zijn huid werd gezeten nadat hij zich als Oromo kritisch over de regering had uitgelaten. Muaz en tweehonderd anderen hadden zich ingescheept in Alexandrië, aan de Egyptische kust.

De boot was zo’n vijftien uur onderweg, vertelde Muaz, toen alle passagiers midden op zee werden gedwongen over te stappen in een grotere boot. Die was al overvol. Er ontstond paniek. De grotere boot begon te kapseizen. Duniya, de vrouw van Muaz, en hun baby waren onder de drenkelingen die het niet overleefden.

Persbureau Reuters en BBC Newsnight maakten een uitgebreide reconstructie van de ramp. Zeven maanden na de massale verdrinking constateerden ze dat geen enkele officiële instantie, nationaal of internationaal, iemand als verantwoordelijke heeft aangewezen. En ook dat geen officieel onderzoek naar de schipbreuk is gedaan. De Egyptische overheid opende geen onderzoek naar de smokkelaars die de vluchtelingen en migranten letterlijk de dood injoegen. Er kwam geen onderzoek vanuit Italië, waarnaar zij op weg waren. Noch vanuit Griekenland, waar de overlevenden en vier van hun smokkelaars landden. Noch van de Verenigde Naties, of het grensagentschap van de Europese Unie, de EU-politiemissie, de NAVO of een van die andere instanties die zo aanwezig zijn rond de Middellandse Zee.

Onverschilligheid

De officiële onverschilligheid ten opzichte van de ramp staat in schril contrast met de manier waarop landen in actie kwamen toen EgyptAir-vlucht MS804 neerstortte in de Middellandse Zee, een maand na de scheepsramp. Daarbij vonden 66 mensen de dood. Binnen enkele uren na de crash stuurde Egypte oorlogsschepen en vliegtuigen van de luchtmacht om te zoeken naar wrakstukken en overlevenden. Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zetten eveneens hun schepen en vliegtuigen in.

Het is wrang en pijnlijk, dat we onderscheid maken tussen legale reizigers, en migranten en vluchtelingen die zich gedwongen zien om via illegale wegen naar Europa te komen. Zeker als tegelijkertijd reddingsmissies van humanitaire organisaties, zoals Artsen zonder Grenzen, onder druk komen te staan. Ze zouden een aanzuigende werking hebben en de smokkelindustrie in stand houden. Maar het probleem ligt niet bij de reddingsmissies.

Het probleem is dat politici snel resultaat wil zien. Dat ze koste wat kost ‘de migratiestroom willen indammen’ en bereid zijn om daarvoor samen te werken met dubieuze regimes. Dat ze de gedeelde verantwoordelijkheid om bescherming te bieden aan vluchtelingen van zich afschuiven. Met alle gevolgen van dien.

Het belang van namen

We praten veel over vluchtelingen, in de vergaderkamers van de politiek, op talkshows, in bijeenkomsten als er een asielzoekerscentrum wordt geopend, als we bij de koffiemachine staan te praten. En bijna nooit worden er dan namen genoemd. Want we weten niet wie de mensen zijn. En in het overgrote deel van de gevallen lijken we daar ook weinig belangstelling voor te hebben.

In het werk voor mensenrechten is het belang van namen echter enorm. Als we actievoeren, voor gevangenen of slachtoffers van politiek geweld, noemt Amnesty altijd namen. Soms kennen we de namen van alle slachtoffers. Soms kennen we de namen van maar enkelen. Maar we weten dat waar niet de moeite wordt genomen een naam te achterhalen, er ook geen moeite zal worden gedaan om de waarheid te achterhalen. Of om ons rekenschap te geven van wat we moeten doen om een volgende menselijke ramp te voorkómen.

Voor de vluchtelingen en migranten die op de Middellandse Zee omkomen, is er geen graf. Van de meeste mensen zullen we de namen nooit weten. Maar we weten de naam van Duniya, de vrouw van Muaz. En om haar te gedenken, zoals we vandaag zo velen willen gedenken, hebben we haar naam in het zand geschreven. Als straks het tij opkomt, zal haar naam door de zee worden meegenomen.

Herdenking voor verdronken vluchtelingen en migranten op de Middellandse Zee, Strand Scheveningen, 16 april 2017.
© Amnesty International