Agressieve pro-China-supporters belagen een Amnesty-activist die tijdens het bezoek van de Chinese premier Li Keqiang aan Nederland demonstreert tegen de massale opsluiting van Oeigoeren in 'heropvoedingskampen’ in de Chinese provincie Xinjiang.
© Pierre Crom

Uitzetting Amerikaanse journalisten door China aanval op persvrijheid

De uitzetting van journalisten die in China werkten voor drie grote Amerikaanse kranten is een grove schending van het recht op persvrijheid. Juist in tijden waarin het belangrijk is om toegang te hebben tot betrouwbare en onafhankelijke informatie, wordt deze journalisten het werk onmogelijk gemaakt.

Nadat president Trump besloot het aantal Chinese burgers dat in de Verenigde Staten voor Chinese staatsmedia mag werken te beperken, kondigde China aan de persaccreditaties van Amerikaanse journalisten die in China werken in te trekken en journalisten het land uit te zetten. Het gaat om journalisten die werken voor de New York Times, de Wall Street Journal en de Washington Post.

Journalisten extra hard nodig

De vergaande maatregelen maken de betrouwbare en onafhankelijke informatievoorziening vanuit China nog moeilijker, terwijl die in crisistijden als deze juist extra hard nodig is. Deze journalisten hebben vele mensenrechtenschendingen in China aan het licht gebracht, van Hongkong tot Xinjiang. Ook hebben zij verschillende artikelen gepubliceerd over de corona-uitbraak in Wuhan.

Ze mogen niet alleen meer niet op het vasteland van China werken, maar ook niet in Hongkong en Macau. Dat is opvallend, want normaal gesproken gaan de overheden van Hongkong en Macau daar zelf over. Maar nu niet meer, wat erop duidt dat het ‘een land, twee systemen-model‘ steeds verder verdwijnt en China ook in deze regio’s steeds meer de dienst uitmaakt.