Duitse militairen tijdens een bezoek van de Duitse defensieminister Ursula von der Leyen.
© REUTERS/Fabian Bimmer

Terrorisme bestrijd je niet vanuit de onderbuik 

Stelt u eens voor: een “jihadistisch” netwerk infiltreert onopgemerkt het leger in een buurland van Nederland. In meerdere kazernes worden wapens en een ISIS-vlag gevonden. Een dodenlijst duikt op met namen van (ex-)ministers, politici en activisten die zich hebben uitgesproken voor de rechten van homoseksuelen, joden en andere door dit netwerk gehate groepen. De ophef in de media en politiek na zulke berichtgeving zou enorm zijn.

Een dergelijke reactie is uitgebleven op mediaberichten dat er mogelijk een extreemrechts netwerk is ontmanteld binnen het Duitse leger. Het blijkt dat een aantal militairen een aanslag beraamde op politici en activisten die zich uitspreken voor een humane opvang van asielzoekers in Duitsland. Eén van de militairen liet zich registreren als Syrische vluchteling zodat asielzoekers de schuld zouden krijgen van een mogelijke aanslag. Op deze manier hoopten zij het vluchtelingendebat naar hun hand te zetten. Dezelfde luitenant was al eerder in beeld gekomen vanwege zijn rechts-extremistische uitlatingen, maar met die signalen is niets gedaan.

Uitholling van de rechtsstaat

Het verschil in de reactie op geweld door rechts-extremisten en moslimextremisten is tekenend voor een verontrustende trend in Europa. Uit recent Amnesty onderzoek blijkt dat in verschillende EU-lidstaten maatregelen tegen terrorisme zijn genomen die de rechtstaat uithollen, de uitvoerende macht versterken, juridische controle uitkleden, de vrije meningsuiting beperken en burgers blootstellen aan ongecontroleerde surveillance door de regering. Vooral voor moslims, vreemdelingen en migranten zijn de gevolgen ingrijpend. Zij worden in heel Europa steeds meer bij voorbaat als verdachte gemeenschappen benaderd die nauwkeurig moeten worden gemonitord.  Zonder sterke waarborgen en toezicht kan de inzet van antiradicalisering en -terrorismemaatregelingen leiden tot discriminatie en willekeur.

Zwarte lijsten in Nederland

Ook in Nederland zijn er tal van wetten voorgesteld die, hoewel neutraal geformuleerd, vooral moslims zullen raken die als mogelijke “jihadist” worden gelabeld. Na eerdere terroristische aanslagen in Europa riepen partijen als de PVV op tot een inreisverbod voor moslims. De VVD en CDA instrueerden de AIVD om asielzoekers beter te screenen. De PvdA steunde wetsvoorstellen om de dubbele nationaliteit van Nederlandse terrorisme verdachten af te pakken. De SP diende moties in om salafistische organisaties op zwarte lijsten te zetten of, in geval van CDA, zelfs te verbieden. En sinds 2014 kent Nederland een actieprogramma met maatregelen die specifiek gericht zijn op het tegengaan van radicalisering onder moslims.

Eenzijdige aandacht

Een eenzijdige aandacht voor “jihadistisch” extremisme is gevaarlijk. Het kan negatieve stereotyperingen in de hand werken die migranten en minderheden linken aan terrorisme. Dat kan bijdragen aan vervreemding en stigmatisering, juist van individuen die belangrijke bondgenoten kunnen zijn in de strijd tegen terrorisme.

Deze negatieve associaties werken ook door op andere rechtsterreinen: door de constante benadering van vluchtelingen als mogelijke criminelen  wordt er een voedingsbodem gekweekt voor restrictieve migratiewetgeving die haaks staat op het recht op asiel en humane opvang.

Bovendien kan een mogelijke tunnelvisie ertoe leiden dat signalen worden gemist of onvoldoende serieus genomen, zoals in Duitsland. Waarom konden militairen heimelijk een aanslag voorbereiden, terwijl een van hen al eerder op het vizier stond? En terwijl onderzoek uitwijst dat rechts-radicalisme meer voorkomt in Duitse leger? Dat rechts-extremisme werd gedoogd in het leger is extra opmerkelijk gezien de reeks aanslagen en haatdelicten in Duitsland vanuit rechts-extremistische hoek tegen (moslim-)minderheden.

Niet effectief

In de aanpak van terrorisme moet de overheid iedereen voor de wet gelijk behandelen en ieders rechten garanderen. Dat is niet alleen een plicht maar leidt uiteindelijk ook tot meer veiligheid. Als wettelijke gronden voor vrijheidsbeperkingen vaag geformuleerd zijn en waarborgen ontbreken, is de kans groot dat de onderbuik gaat regeren. Hierdoor kunnen machthebbers onnodig onze vrijheden inperken. Met als risico dat minderheden of activisten onder het mom van terrorismebestrijding worden onderdrukt. Hierdoor vervreemden we bondgenoten met wie we samen de strijd aan moeten gaan tegen terrorisme. En bovenal verliezen we daarmee oog voor dreigingen uit rechts-extremistische of andere hoek.