Demonstranten protesteren tegen president Kais Saied van Tunesië die steeds minder respect heeft voor de mensenrechten in zijn land
© AFP via Getty Images

Steeds minder respect voor de mensenrechten in Tunesië

Steeds minder respect voor de mensenrechten in Tunesië

De Tunesische autoriteiten moeten snel stappen zetten om een einde te maken aan het snel afnemende respect voor de mensenrechten sinds president Kais Saied op 25 juli 2021 verregaande bevoegdheden opeiste. Alle nieuwe maatregelen en wetten die in strijd zijn met de internationale mensenrechtennormen moeten worden ingetrokken.

In een nieuwe briefing, Tunisia: A year of human rights regression since President’s power-grab, beschrijft Amnesty International hoe president Saied de belangrijkste waarborgen voor de mensenrechten heeft ontmanteld of verzwakt. Dit terwijl de president herhaaldelijk heeft beloofd ervoor te zorgen dat de autoriteiten de mensenrechten respecteren. De Tunesische autoriteiten hebben het vooral gemunt op prominente critici en vermeende vijanden van de president.

President ondermijnt mensenrechten

Het is een jaar geleden dat president Saied de macht greep. Sindsdien worden de mensenrechten in Tunesië steeds minder beschermd. De president heeft bij decreet en zonder toezicht de mensenrechtensituatie ondermijnd die juist verbeterd was in de 10 jaar na de revolutie van 2011.

‘De acties van de Tunesische autoriteiten baren ernstige zorgen voor de toekomst van de mensenrechten in Tunesië’, zegt Heba Morayef van Amnesty International. ‘President Saied en anderen hebben de mensenrechten klap na klap uitgedeeld en met name de onafhankelijke rechterlijke macht ondermijnd. De autoriteiten maken zich nog niet schuldig aan massale onderdrukking. Maar door spraakmakende critici en politieke tegenstanders te onderwerpen aan strafrechtelijke onderzoek, vervolging en in sommige gevallen arrestatie, geven ze een duidelijk signaal af over hoe de president denkt over tegenspraak.’

Nieuwe grondwet kan macht president versterken

Op 30 juni 2022 presenteerde president Saied een conceptgrondwet die zijn bevoegdheden verder kan verstevigen en de mensenrechten in gevaar kan brengen. De conceptgrondwet kwam tot stand na een onduidelijk en snel proces waarbij maatschappelijke organisaties en politieke partijen niet werden geraadpleegd. Als het concept op 25 juli 2022 in een referendum wordt aangenomen, kan het de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht verzwakken en de president het recht geven om ​​onbeperkt de noodtoestand uit te roepen waardoor hij ongecontroleerd kan regeren. Ook kan het de autoriteiten in staat stellen de mensenrechten in te perken op basis van vaag geformuleerde religieuze gronden.

Het ontmantelen van waarborgen voor mensenrechten

Op 22 september 2021 vaardigde president Saied presidentieel decreet 2021-117 uit, waarin hij verregaande bevoegdheden kreeg om bij decreet nieuwe wetten uit te vaardigen zonder toetsing of toezicht door een andere autoriteit. Het decreet stelt hem in staat decreet-wetten te gebruiken om bijna elk aspect van het openbare leven te reguleren. Denk aan politieke partijen, rechtbanken, vakbonden, maatschappelijke organisaties en de media.

In de eerste helft van 2022 vaardigde president Saied twee wetten uit die hem niet alleen de bevoegdheid gaven om rechters en openbaar aanklagers te benoemen, maar ook om ze op vage gronden te ontslaan zonder dat zij hiertegen in beroep kunnen gaan. Op 1 juni ontsloeg hij 57 rechters op beschuldiging van onder meer het belemmeren van aan terrorisme gerelateerde onderzoeken, financiële corruptie, ‘morele corruptie’, overspel en deelname aan ‘door alcohol doordrenkte feesten’. Volgens internationale mensenrechtenwetgeving zijn staten verplicht om te zorgen voor een eerlijk proces door de onafhankelijkheid van de rechtbanken te garanderen en rechters te beschermen tegen politieke invloed.

In februari 2022 beschuldigde de president ook maatschappelijke organisaties ervan buitenlandse belangen te dienen en liet hij weten dat hij van plan was ‘financiering uit het buitenland’ te verbieden. Bovendien lekte een ontwerp van een nieuwe wet op verenigingen uit, waarin de zwaar bevochten bescherming van de vrijheid van vereniging teniet wordt gedaan.

Vijanden van de president het zwijgen opgelegd

De Tunesische autoriteiten richten hun pijlen op publieke figuren zoals parlementsleden en andere politici, journalisten en een voormalige president. Zij startten strafrechtelijke procedures tegen hen voor aanklachten die legitieme uitlatingen strafbaar stellen, legden hen willekeurige reisverboden op en sloten hen in sommige gevallen zelfs op.

In de twee maanden na de machtsgreep van de president in 2021, documenteerde Amnesty International vijftig gevallen van willekeurige reisverboden, opgelegd zonder gerechtelijke bevelen of andere gerechtelijke procedures. De slachtoffers waren rechters, hoge ambtenaren en rijksambtenaren, zakenlieden en parlementsleden.

Vervolging door militaire rechtbanken

De vervolging van burgers door militaire rechtbanken nam ook aanzienlijk toe. Zeker twaalf mensen zijn sinds 25 juli 2021 voor die rechtbanken berecht, terwijl dat er in de 10 jaar ervoor slechts minimaal zes in totaal waren. Rechtbanken onderzochten of vervolgden ook zeker 29 mensen voor het vreedzaam uitoefenen van hun recht op vrijheid van meningsuiting. Hierbij ging het met name om voormalige leden van het ontbonden parlement.

Op 31 december 2021 pakten de autoriteiten willekeurig twee mannen op. Het gaat om Noureddine Bhiri, een voormalige minister van Justitie en een van de leiders van de Ennahda-partij, die zich verzet tegen president Saied. En om Fathi Beldi, een voormalige veiligheidsfunctionaris. Een van hen werd fysiek belaagd. Beiden werden naar geheime locaties overgebracht. Zij werden meer dan 2 maanden vastgehouden zonder aanklacht en zonder toegang tot hun advocaten.

‘President Saied moet erkennen dat zijn inspanningen om instellingen voor mensenrechten en de rechtsstaat te ontmantelen, zullen leiden tot onderdrukking en straffeloosheid in zijn land. Hij moet er dringend voor zorgen dat de autoriteiten alle maatregelen en wetten afstemmen op de verplichtingen van Tunesië onder internationale mensenrechtenwetgeving’, zegt Heba Morayef.