Hongaarse krantenkiosk
© Peter Gudella

Persvrijheid ligt onder vuur, óók in de EU

Vandaag is het de Dag van de Persvrijheid. In de World Press Freedom Index staan Europese landen traditiegetrouw weer bovenaan. Toch is er alle reden tot zorg. Want EU lidstaten als Polen en Hongarije doen er alles aan om kritische media de nek om te draaien.

Het is ieder jaar weer een treurig rijtje, de World Press Freedom Index van Reporters Without Borders. Onderaan de lijst van 180 landen staan ook in 2018 weer de vertrouwde namen. Noord-Korea, Eritrea, Syrië, China… landen waar persvrijheid niet of nauwelijks bestaat, de media alleen publiceren wat de staat hen voorschrijft en kritische journalisten gevangen worden gezet, of erger.

De doodstraf voor een paar foto’s

Zo is in Egypte (plaats 161) de doodstraf geëist tegen fotojournalist Mahmoud Abu Zeid, beter bekend als Shawkan. Hij zit al vijf jaar vast. Zijn ‘vergrijp’: het maken van foto’s tijdens een demonstratie. Ondanks gebrek aan bewijs is Shawkan aangeklaagd voor 24 overtredingen, waaronder moord. Gisteren werd Shawkan in de Ghanese hoofdstad Accra geëerd met de UNESCO/Guillermo Cano World Press Freedom Prize. Wegens omstandigheden was de laureaat zelf verhinderd om bij de prijsuitreiking aanwezig te zijn.

De Egyptische fotojournalist Shawkan
© Amnesty International

Nederland stijgt

Ook in de bovenste regionen van de World Press Freedom Index duiken ook elk jaar weer de bekende namen op. In de top 10 staan zeven Europese landen, met een traditionele hoofdrol voor Scandinavië. Nederland staat derde, twee plaatsen hoger dan vorig jaar. Op het eerste gezicht lijkt er in Europa dus weinig aan de hand. Journalisten kunnen gewoon hun uiterst belangrijke rol in de democratische rechtsstaat vervullen.

Polen en Hongarije zakken

Maar schijn bedriegt, want ook binnen de EU staat de persvrijheid onder druk. In Polen (58, vier plaatsen gezakt) en Hongarije (twee plaatsen omlaag naar 73) proberen populistische regimes kritische media de wind uit de zeilen te nemen – en met succes.

Zo was in Polen regeringspartij PiS van mening dat journalisten van de publieke media te vaak ‘anti-Poolse meningen’ verkondigden en het Poolse staatsbelang te weinig onder de aandacht brachten. Met behulp van een nieuwe mediawet zijn de directeuren van de publieke televisie- en radiozenders inmiddels vervangen en is een groot aantal journalisten ontslagen of gedwongen te vertrekken.

In Hongarije is nog maar één oppositiekrant over en kwamen de laatste drie regionale kranten in bezit van relaties van Fidesz, de partij van premier Viktor Orbán.

Public relations

George Orwell zei ooit: ‘Journalism is printing what someone else does not want printed: everything else is public relations.’

Zoals Nixon liever niet had gezien dat Woodward en Bernstein het Watergate-schandaal onthulden, zo wil Orbán niet dat de media ongunstig over hem berichten. Hij kent de voorbeelden van hoe dat mis kan gaan voor machthebbers. Het verschil tussen de twee gevallen is dat de pers in Amerika zich toen niet liet muilkorven, terwijl Orbán daar al deels in geslaagd is. De enige media die hij tolereert maken reclame voor zijn beleid. Public relations dus.