Journalisten, schrijvers en mensenrechten

De rechten en beroepscodes van journalisten zijn minder nauw omschreven dan die van andere beroepsgroepen als medici, juristen of politie. Het recht zich journalist te noemen of journalistiek werk te doen is in de meeste landen niet wettelijk vastgelegd.

Censuur

Journalisten zijn voor mensenrechtenorganisaties vaak een belangrijke bron, en soms de enige. Veel journalisten zijn slachtoffer geworden van politiek geweld en van velerlei maatregelen van censuur. De aandacht gaat vooral uit naar buitenlandse correspondenten, maar binnenlandse journalisten in risicolanden lopen veel groter gevaar.

Organisaties als de Internationale Federatie van Journalisten, Article 19, het Amerikaanse Committee to Protect Journalists, Freedom House en het Britse tijdschrift Index on Censorship doen verslag van geweld en maatregelen van censuur jegens journalisten. Verslaggevers zonder Grenzen (Reporters sans Frontières) publiceert jaarlijkse lijsten van de persvrijheid per land en van journalisten die zijn gedood of die worden vervolgd.

Gewetensgevangenen

Verscheidene nationale afdelingen van Amnesty International hebben een beroepsgroep van journalisten die actie voeren voor bedreigde collega’s. Tot de bekende journalisten die zich speciaal voor mensenrechten inzetten en gewetensgevangenen werden, behoren Andrej Babitski en Grigori Pasko (Rusland), Ken Saro-Wiwa en Wole Soyinka (Nigeria), Sihem Ben Sedrine (Tunesië), Salima Ghezali (Algerije), Jacobo Timerman (Argentinië) en Wei Jingsheng (China). De Russische journaliste Anna Politkovskaja werd in 2006 vermoord; zij was de 42ste vermoorde journalist in Rusland sinds 1992.

Oxfam Novib en PEN kennen een jaarlijkse prijs toe aan vervolgde journalisten en schrijvers die slachtoffers worden van censuur. Een van de gelauwerden was de de Turks-Armeense journalist Hrant Dink, die in januari 2007 werd vermoord door iemand die waarschijnlijk in opdracht van Turkse nationalisten handelde. PEN (Poets, Essayists, Novelists) publiceert ook ieder jaar een case list met vervolgde en gevangengezette schrijvers. De PEN heeft een Writers in Prison Committee dat zich inzet voor vervolgde schrijvers.

Nederland

De journalistieke beroepsethiek is gestoeld op principes als eerlijke berichtgeving, hoor en wederhoor, het achterwege laten van misleiding en dwang bij het inwinnen van informatie, en bescherming van de goede naam van personen. De Nederlandse Raad voor de Journalistiek, opgericht in 1960, is een beroepsorganisatie die uitspraken doet over overschrijding van normen van journalistieke ethiek, maar geen sancties kan treffen.

Uit jurisprudentie blijkt dat rechters vaak het recht erkennen om jezelf, ook bijvoorbeeld als blogger, ‘journalist’ te noemen en aanspraak te maken op het recht op de bescherming van bronnen. Verschoningsrecht (het recht de namen van bronnen niet te noemen) is in Nederland voor journalisten niet wettelijk vastgelegd. In 2014 diende de minister van Justitie een wetsvoorstel in om journalisten een verschoningsrecht te geven, dat ook geldt voor publicisten ‘die schrijven over (politieke) of actuele aangelegenheden’. In gevallen die te maken hebben met de nationale veiligheid of het voorkomen van ernstig strafbare feiten kan de rechter dat recht opheffen.

Bloemlezingen van vervolgde dichters

Amnesty publiceert geregeld werk van vervolgde dichters. Zo verschenen onder meer de poëziebloemlezingen Moed! (2013), Licht (2014), Stilte (2015), Hoop (2016) en Een boek van wondere dingen (2018). Ze zijn verkrijgbaar in Amnesty’s webshop en in de boekhandel.

Herodotos, de eerste journalist

Het werk van de Griekse schrijver Herodotos (rond 440 v. Chr.) wordt wel beschouwd als het eerste journalistieke verslag uit de geschiedenis. Herodotos baseerde zich voor het overgrote deel op wat hij op zijn reizen zelf zag of van ingewijden hoorde.