Hulpverleners zoeken naar slachtoffers na een aanval op een detentiecentrum voor vluchtelingen en migranten in de Libsiche hoofdstad Tripoli
© AFP/Getty Images

Libië hel voor eigen bevolking, vluchtelingen en migranten

Bij gevechten in Libië zijn sinds april honderden mensen om het leven gekomen. Meer dan 100.000 inwoners zijn Tripoli ontvlucht. Uit foto’s en video-opnames blijkt dat bij de aanvallen ook gebieden worden getroffen waar veel burgers wonen. Op dinsdag 2 juli vond de bloedigste aanval plaats. Bij een bombardement werd een detentiecentrum voor migranten geraakt. Daarbij kwamen zeker 40 mensen om het leven.

Magdalena Mughrabi van Amnesty International roept het Internationaal Strafhof op te onderzoeken of het bombarderen van het detentiecentrum een directe aanval op burgers was.

Burgeroorlog

Sinds april dit jaar woedt rond de Libische hoofdstad Tripoli een burgeroorlog. Troepen van generaal Khalifa Haftar, die in de oostelijk gelegen stad Benghazi een tweede regering leidt, proberen naar de officiële hoofdstad Tripoli in het westen van het land op te rukken. Daar zetelt de regering van premier Fayez Serraj. Hij kwam in 2016 met internationale steun aan de macht en wordt door de Verenigde Naties gesteund.

Sinds het begin van de burgeroorlog heeft Amnesty op basis van getuigen en video– en satellietbeelden geconstateerd dat beide partijen zich schuldig maken aan het schenden van het internationaal recht, waaronder mogelijk ook oorlogsmisdaden.

VN-embargo geschonden

Het geweld kan voortduren omdat de strijdende partijen nog steeds wapens geleverd krijgen. In 2011 stelde de VN-Veiligheidsraad een wapenembargo in dat het verbiedt wapens aan Libië te verkopen. Het embargo werd ingesteld om burgers te beschermen. Jordanië, de Verenigde Arabische Emiraten, Turkije en andere landen houden zich er echter niet aan en leveren onder meer drones, raketten en voertuigen.

Libië is hel voor vluchtelingen

Sinds 2016 hebben EU-lidstaten, vooral Italië, verschillende maatregelen getroffen om te voorkomen dat er migranten vanuit Libië via de Middellandse Zee naar Europa komen. In een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tegen Italië in 2012 (de Hirsi-zaak) werd al geoordeeld dat met het terugsturen van vluchtelingen naar Libië het recht op non-refoulement  werd geschonden.  Dat is het recht om niet teruggestuurd te worden naar een land waar vluchtelingen voor vervolging te vrezen hebben

Toch gebeurt dit nog steeds. Weer terug in Libië worden de vluchtelingen en migranten in mensonterende detentiecentra geplaatst. Daar lopen ze een groot risico slachtoffer te worden van seksueel misbruik, mishandeling, afpersing en marteling.

In 2018 bezocht minister Kaag van Ontwikkelingssamenwerking officiële detentiecentra voor vluchtelingen en migranten in Libië. Ze stelde dat die centra onmenselijk zijn en daarom gesloten moeten worden. Minister Kaag is de eerste Europese bewindspersoon die erkent dat er voor het Europese migratiebeleid een onaanvaardbare menselijke prijs betaald wordt.

EU medeplichtig

In 2017 sloot Italië een deal met Libië. Een dag later keurden ook de Europese staatshoofden de deal goed op een informele top in Malta. Er werd afgesproken dat de EU de grenscontrole op de Middellandse Zee uitbesteedt aan de Libische autoriteiten. Zo krijgt de Libische kustwacht financiële steun en ontvangen ze trainingen, boten en ander materieel om mensen op zee te onderscheppen. Ook de Libische overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor de opvangcentra ontvangt technische ondersteuning. In ruil daarvoor onderscheppen de Libiërs migranten die via de Middellandse Zee Europa proberen te bereiken en sturen ze terug.

Ook verbieden EU-lidstaten reddingsboten steeds vaker aan te meren in hun land. Daardoor drijven deze schepen soms weken op zee rond, met alle gevaren van dien voor de uitgeputte en vaak getraumatiseerde drenkelingen aan boord.

Nederland

Ook in Nederland vindt het terugsturen van vluchtelingen en migranten steun. Zo opperde de VVD onlangs om de bemanning van schepen die onder Nederlandse vlag varen en migranten uit zee redden, strafbaar te stellen. Zij zouden aanzetten tot mensensmokkel en een straf tot 4 jaar cel of een boete van 83 duizend euro moeten krijgen. Amnesty wijst erop dat een dergelijk plan tot meer onnodige doden op de Middellandse Zee en in de Libische detentiecentra zal leiden. Inmiddels heeft de VVD het plan ingetrokken.

Vertekend beeld

Verschillende politici schetsen een vertekend beeld. Het aantal mensen dat illegaal de Europese grens overstak is het kleinste sinds vijf jaar. In 2018 kwamen 114.000 mensen via deze weg in Europa aan. Dat is zo’n 0,02% van de totale Europese bevolking van rond de 500 miljoen mensen. Toch blijven Europese politici benadrukken dat er sprake is van een voortdurende migratiegolf/tsunami/crisis in Europa.

Oplossing

Om het geweld in Libië tegen te gaan zou de VN-Veiligheidsraad snel stappen moeten ondernemen voor naleving van het wapenembargo. De strijdende partijen moeten internationaal humanitair recht respecteren en burgers niet in gevaar brengen.

Als EU-leiders willen dat minder mensen illegaal naar Europa reizen, dan moeten ze legale en veilige alternatieven bieden, zoals gezinshereniging en werk- en studievisa. Dit houdt niet in dat grenscontroles niet meer mogen bestaan. Voor de mensen die toch nog de gevaarlijke oversteek maken, moet er een gezamenlijke aanpak zijn. Deze moet in overeenstemming zijn met het internationaal recht en de EU-lidstaten moeten daarin de verantwoordelijkheid voor de asielopvang eerlijk delen. Ook moeten Europese overheden in hun afspraken met Libië de nadruk leggen op het respecteren van mensenrechten. Europese landen zouden moeten aandringen op de vrijlating van de mensen die willekeurig in detentiecentra zijn vastgezet en ervoor zorgen dat zij hervestigd worden in een veilig land.