© Adem Demir/Anadolu Agency

Hulde aan Sigrid Kaag: sluit die Libische detentiecentra. Maar er is meer nodig

Hulde aan Sigrid Kaag: sluit die Libische detentiecentra. Maar er is meer nodig

Vorige week deed minister van Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag een belangrijke oproep. Na een bezoek aan één van de tientallen officiële detentiecentra voor vluchtelingen en migranten in Libië, stelde ze dat deze centra onmenselijk zijn en daarom gesloten moeten worden.

Al jaren wijst Amnesty op de dramatische omstandigheden waarin vluchtelingen en migranten in Libië worden vastgehouden. En veroordeelt ze Europese overheden die desondanks hun samenwerking met de Libische autoriteiten onveranderd voortzetten. Dit primair met het oogmerk om te verhinderen dat vluchtelingen en migranten uiteindelijk Europa weten te bereiken.

Minister Kaag is de eerste Europese bewindspersoon die erkent dat er voor dit migratiebeleid een onaanvaardbare menselijke prijs betaald wordt. Dat getuigt van moed. Een fundamentele herziening van de samenwerking met Libië is nodig om de continuering ervan te kunnen rechtvaardigen.

Het beëindigen van de detentiepraktijk – en de ernstige mensenrechtenschendingen die er onlosmakelijk mee verbonden zijn – is daarin een cruciale eerste stap. Het is nu aan minister Kaag om de verwachtingen die ze in dit verband heeft gewekt waar te maken en het vereiste leiderschap te tonen om dit doel te verwezenlijken. De detentiecentra zijn echter slechts één schakel in het perverse systeem waarin vluchtelingen en migranten in Libië gevangenzitten. Gelijktijdig zijn ten minste drie andere stappen dringend nodig.

Erkenning van de UNHCR

Ten eerste moeten de Libische autoriteiten de vluchtelingenorganisatie van de VN, de UNHCR, formeel erkennen. Zolang de UNHCR niet volledig en ongestoord zijn werk kan doen is de bescherming van vluchtelingen in Libië, dat geen asielsysteem heeft, niet gewaarborgd. Een acceptabel alternatief voor de huidige detentiecentra zonder een rol voor de UNHCR is moeilijk denkbaar. Verder kan de UNHCR helpen voorkomen dat mensen, bij gebrek aan andere opties, nu gedwongen zijn naar onveilige herkomstlanden terug te keren.

Hervestigingsplaatsen voor vluchtelingen

Ten tweede moeten er veel meer hervestigingsplaatsen voor vluchtelingen uit Libië komen. In de nasleep van de vreselijke beelden van slavenhandel in de Libische hoofdstad Tripoli kwam eind vorig jaar een grote evacuatieoperatie op gang. Tienduizenden mensen keerden met internationale steun terug naar hun herkomstland. Zo’n duizend kwetsbare vluchtelingen, voor wie dit geen optie is, werden tijdelijk overgebracht naar buurland Niger. Zij moeten uiteindelijk elders opgevangen worden.

Omdat het aanbod van hervestigingsplaatsen voor deze vluchtelingen echter ver achterblijft bij de vraag stokt de doorstroom. Niger weigert nieuwe geëvacueerden uit Libië zolang hervestiging niet substantieel op gang komt. Met als gevolg dat mensen die recht op bescherming hebben nu onnodig lang in die afschuwelijke detentiecentra verblijven. Hier ligt een verantwoordelijkheid voor ‘s werelds meest welvarende landen, inclusief Nederland.

Misstanden Libische kustwacht

Ten derde moet erop worden toegezien dat misstanden door de Libische kustwacht niet zonder gevolgen blijven. Europa geeft fikse financiële en materiële steun aan deze kustwacht, die berucht is om het inzetten van intimidatie en geweld tegen drenkelingen en hulporganisaties. Ook weten we dat elementen van de kustwacht nog wel eens onder één hoedje spelen met mensensmokkelaars. De andere kant op kijken is dan simpelweg geen optie.

Met voldoende politieke durf en inzet is vooruitgang op al deze terreinen mogelijk, zelfs in de moeilijke omstandigheden waarin het verscheurde Libië verkeert. Amnesty is zeer kritisch op het Nederlandse migratiebeleid, dat net als dat van de meeste andere Europese landen vooral gericht is op tegenhouden en terugsturen. Maar toegegeven: met haar oproep de Libische detentiecentra te sluiten wijst minister Kaag in dit geval in precies de goede richting. Opdat de rest van het kabinet en haar internationale collega’s maar mogen volgen.