Partijen conflict Midden-Oosten moeten stoppen met aanvallen op energie-infrastructuur
De afgelopen dagen hebben Israël, de Verenigde Staten en Iran energie-infrastructuur aangevallen. Daarbij raakten ze ook essentiële voorzieningen zoals elektriciteit, verwarming en stromend water. Amnesty International waarschuwt dat deze aanvallen verwoestende schade veroorzaken aan burgers en het milieu.
Israëlische en Amerikaanse luchtaanvallen troffen verschillende brandstofopslag- en distributiefaciliteiten in Iran. Het Iraanse leger voerde op zijn beurt aanvallen uit op brandstofdepots en olie- en gasinstallaties in meerdere Golfstaten.
Enorm risico voor burgers
Heba Morayef van Amnesty International benadrukt dat aanvallen op energie-infrastructuur een enorm en voorspelbaar risico vormen voor burgers. “Mogelijke gevolgen zijn ongecontroleerde dodelijke branden, grote verstoringen van essentiële diensten, milieuschade en ernstige, langdurige gezondheidsproblemen voor miljoenen mensen. Dergelijke aanvallen kunnen daarom in strijd zijn met het internationaal humanitair recht en in sommige gevallen neerkomen op oorlogsmisdaden.”
Burgers ten alle tijden beschermen
Volgens het internationaal humanitair recht moeten alle partijen er alles aan doen om burgers te beschermen. Zelfs wanneer een strijdende partij zegt dat een aanval op energie-infrastructuur een militair doel dient, mag die aanval niet doorgaan wanneer die te veel burgers zou treffen of veel schade aan burgergebouwen zou veroorzaken. Dat geldt ook voor indirecte gevolgen van de aanvallen, zoals blootstelling aan giftige stoffen.
Voorwaarden aanval op olieraffinaderij
Een olieraffinaderij mag alleen worden aangevallen als aan twee voorwaarden wordt voldaan. Ten eerste moet de raffinaderij daadwerkelijk een rol spelen in militaire acties, bijvoorbeeld door brandstof te leveren aan het leger. Daarnaast moet beschadiging van de raffinaderij een duidelijk militair voordeel opleveren. Zelfs wanneer aan beide voorwaarden is voldaan, moet de aanvaller er alles aan doen om burgers te beschermen. Ook moet de aanvaller vooraf beoordelen of de verwachte schade niet onredelijk groot is.
Aanvallen op oliedepots in Iran
Gruwelijke videobeelden tonen enorme vlammen en dikke zwarte rookpluimen na Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op 7 maart op brandstofdepots in Teheran, Shahr-e Rey en Fardis. Ooggetuigen beschreven zelfs regen vervuild met olie.
Het Iraanse milieuagentschap en de Iraanse Rode Halve Maan riepen de inwoners van Teheran op om binnen te blijven vanwege giftige stoffen die mogelijk zure regen konden veroorzaken.
Het Israëlische leger bevestigde dat het brandstofopslaglocaties heeft aangevallen die volgens hen door het Iraanse leger werden gebruikt voor militaire doeleinden.
Amnesty International is erg bezorgd over de impact van de aanvallen op burgers. De gevaarlijke stoffen en giftige gassen die in de lucht komen, zorgen ervoor dat miljoenen mensen in Teheran het risico lopen op ernstige gezondheidsproblemen zoals kanker, long- en ademhalingsziekten en brandwonden. Landen moeten sociale en economische rechten beschermen, zowel in vredestijd als tijdens een conflict.
Volgens verschillende ooggetuigen is Teheran op 8 maart bedekt met roet. “De grond is overal zwart geworden, alsof er een laag licht cement overheen is gegoten.” Een andere ooggetuige zei: “Vanmorgen was de lucht pikzwart. Het is overdag, maar het is donker alsof het nacht is. Het regende een beetje en mijn handen werden meteen zwart. Er valt roet uit de lucht. Het is angstaanjagend.”
Een goed geïnformeerde bron in Teheran vertelde Amnesty dat woongebouwen rond de oliedepots in Shahran beschadigd zijn, waardoor sommige mensen dakloos zijn geworden.
Bij de aanval op Fardis kwamen volgens lokale autoriteiten minstens zes mensen om en raakten 21 mensen gewond. Een nabijgelegen dialysecentrum werd compleet verwoest door de brand die ontstond na de aanval.
Deze aanvallen vergroten het leed van een bevolking die al kampt met tekorten aan elektriciteit, water en schone lucht, als gevolg van jarenlang wanbeleid en politieke onderdrukking. Het jarenlange wanbeleid en de politieke onderdrukking speelden een grote rol in de recente landelijke protesten, die begonnen in december 2025.
Aanvallen op olie-infrastructuur in Golfstaten
De Golfstaten meldden sinds 28 februari meerdere Iraanse aanvallen op energie-infrastructuur. Volgens de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Abbas Araghchi, vallen zijn strijdkrachten Amerikaanse bases, Amerikaanse installaties en Amerikaanse bezittingen aan die ‘helaas’ in hun buurlanden in de Golf zijn gevestigd. Het hoofd van het Iraanse parlement, Mohammad Bagher Balifar, verklaarde: “zolang er Amerikaanse bases in de regio bestaan, zullen deze landen geen rust kennen.”
Saudi-Arabië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Bahrein en Koeweit meldden dat Iraanse drones en raketten rechtstreeks waren gericht op olie- en gasinstallaties. In andere gevallen richtten brokstukken van onderschepte aanvallen schade aan. Regeringen in de Golfregio beperken de toegang tot informatie en de vrijheid van meningsuiting, wat verslaggeving over de directe gevolgen van de aanvallen belemmert.
In Qatar vond op 2 maart een Iraanse drone-aanval plaats op het industriegebied Ras Laffan, waarna de productie van vloeibaar gas (LNG) tijdelijk werd stilgelegd. Saudi-Arabië meldde op 7 maart dat het 21 drones had onderschept die onderweg waren naar het Shaybah-veld van Aramco (een van de grootste olievelden van het koninkrijk). Koeweit meldde op 7 maart drone-aanvallen op brandstoftanks op de internationale luchthaven. De Omaanse staatsmedia meldden op 1 maart een drone-aanval op de commerciële haven in Duqm, waarbij één buitenlandse werknemer gewond was geraakt. Een dag later volgde het bericht over een drone-aanval op een olietanker, waarbij één Indiaas bemanningslid om het leven kwam. In Bahrein brak op 5 maart brand uit in een raffinaderij van het staatsbedrijf Bapco Energies na een Iraanse raketaanval. Het Saudische ministerie van Defensie verklaarde op 2 maart dat het twee drones die de olieraffinaderij van Saudi Aramco Ras Tanura wilden aanvallen, had onderschept. Het vallende puin had een brand in de faciliteit veroorzaakt. In de VAE ontstonden meerdere branden na drone-aanvallen of vallende brokstukken.
Ook de commerciële scheepvaart door de Straat van Hormuz ligt vrijwel stil. Volgens de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten heeft dit al ernstige gevolgen voor de toegang tot energie, voedsel en kunstmest, en kunnen stijgende olieprijzen grote economische en sociale effecten hebben. Hij riep opnieuw op tot investeringen in hernieuwbare energie.
Oproep Amnesty International
“Aanvallen op brandstofvoorzienings- en distributienetwerken, of het ernstig verstoren ervan, kunnen leiden tot voedselonzekerheid. Deze systemen zijn namelijk cruciaal voor transport, goederenvoorziening en industriële activiteiten. Alle partijen moeten daarom stoppen met onwettige aanvallen en bij iedere militaire beslissing de bescherming van burgers centraal stellen”, aldus Heba Morayef.
