Een vrouw in de Nigerdelta in Nigeria staat bij een olieput die meermaals olie heeft gelekt
© Kadir van Lohuizen / NOOR

Bedrijven en mensenrechten

Bedrijven, en met name multinationals, hebben wereldwijd ongelooflijk veel macht en invloed. Soms met ernstige gevolgen voor mensen: bedrijven maken gebruik van zwakke wetgeving om werknemers op soms gruwelijke wijze uit te buiten, mensen uit hun huis te zetten of hun land te onteigenen. Dit heeft vergaande effecten op gemeenschappen.

Het probleem

Veel landen slagen er niet in hun burgers te beschermen tegen mensenrechtenschendingen door bedrijven. Soms komt dit doordat regeringen daarvoor simpelweg de capaciteit niet hebben, soms omdat zij afhankelijk zijn van een bedrijf als investeerder, soms door corruptie.

Bedrijven kunnen hun gang gaan

Er zijn nauwelijks effectieve nationale en internationale mechanismen om mensenrechtenschendingen door bedrijven te voorkomen, of om bedrijven die schendingen begaan ter verantwoording te roepen. Ook gaan overheden zelden over tot strafrechtelijke vervolging van (directies van) bedrijven, zeker als de schendingen in het buitenland hebben plaatsgevonden. Amnesty werkt er hard aan om dit te veranderen.

Dwangarbeid, huisuitzettingen, milieuvervuiling en landonteigening

Bedrijven die internationaal opereren, zijn vaak betrokken bij ernstige misstanden, zoals dwangarbeid, gedwongen huisuitzettingen of landonteigeningen. Vooral in de olie-, gas- en mijnbouwindustrie opereren grote schenders van mensenrechten. Zij concurreren met elkaar om zeldzame en kostbare producten te winnen. Door ernstige milieuvervuiling kunnen bewoners van deze gebieden niet meer leven van landbouw en visserij. Inheemse groepen moeten hun leefwijze drastisch aanpassen en verliezen hun identiteit doordat ze hun land kwijtraken.

Als gemeenschappen juridische stappen ondernemen tegen multinationals worden ze tegengewerkt door ineffectieve rechtssystemen, een gebrek aan informatie, corruptie en samenwerking tussen het bedrijf en de staat. Doordat arme mensen hun recht niet kunnen halen, kunnen bedrijven straffeloos misbruik maken van armoede om winst te maken.

© Sanjit Das
Het dorp Lanjigarh in de Indiase deelstaat Orissa met op de achtergrond een aluminiumfabriek van mijnbouwbedrijf Vedanta Resources. De inheemse bewoners in de bauxietrijke regio verweerden zich met succes tegen de plannen om een mijn op hun heilige land te exploiteren.

Wat doet Amnesty?

Om te zorgen voor strengere regelgeving voor bedrijven lobbyen we bij de Verenigde Naties, de Europese Unie, nationale regeringen en internationale financiële instellingen zoals de Wereldbank. Daarnaast onderzoeken we ernstige schendingen door bedrijven en voeren we op allerlei manieren actie om multinationals ter verantwoording te roepen.

Olie, gas en mijnbouw

Amnesty International focust zich onder meer op de olie-, gas- en mijnbouwindustrie. Wij onderzoeken situaties waarin de rechten worden geschonden van individuen en gemeenschappen die wonen in de buurt van dit soort projecten. Meestal zijn economische, sociale en culturele rechten in het geding, zoals het recht op werk, schoon drinkwater of gezondheid. Maar het kan ook gaan om burger- en politieke rechten, bijvoorbeeld wanneer demonstraties tegen projecten met geweld de kop in worden gedrukt. Voorbeelden daarvan zijn olieoperaties in de Nigerdelta, kobaltmijnbouw in de Democratische Republiek Congo en kopermijnbouw in Myanmar. Amnesty zet zich in voor de verbetering van (handhaving van) wetgeving in deze specifieke situaties en van de positie van slachtoffers.

Vaak krijgen getroffen gemeenschappen geen toegang tot informatie over de impact van bedrijfsactiviteiten op hun omgeving. Zij worden niet betrokken bij beslissingen die bepalend zijn voor hun leven. Als gemeenschappen die schade hebben geleden proberen hun recht te halen, lopen ze tegen vele juridische en praktische obstakels aan.

Financiële instellingen

Amnesty Nederland is een van de initiatiefnemers van de Eerlijke Geldwijzer en voert via klanten van banken en verzekeraars de druk op financiële instellingen op om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Amnesty maakt zich in Nederland ook hard voor krachtige convenanten met de financiële sector, waarin bindende afspraken worden gemaakt over onder meer mensenrechten. Daarnaast zou er een wettelijke verankering van human rights due diligence (wettelijke verplichtingen voor bedrijven om mensenrechtenschendingen te identificeren, te voorkomen en aan te pakken) moeten komen als basisnorm voor een brede groep bedrijven. De convenanten kunnen hierop voortbouwen. Het aanscherpen van het mensenrechtenbeleid van financiële instellingen – en hoe ze daar in de praktijk gestalte aan geven – zal zijn uitwerking hebben op het handelen van de bedrijven waarin zij investeren.

Financiële instellingen moeten net als andere bedrijven human rights due diligence uitvoeren en hun invloed gebruiken als bedrijven waarin zij investeren betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen. Dat geldt ook als het dochterondernemingen of toeleveranciers betreft van de bedrijven waarin zij investeren. Als er sprake is van het zelf veroorzaken of bijdragen aan misstanden, is de instelling ervoor verantwoordelijk dat slachtoffers effectieve genoegdoening krijgen.

 

Internationale gedragsregels voor bedrijven

De ‘Guiding Principles’ van de VN

© Amnesty International
In 2008 werd de Nigerdelta getroffen door de ergste olievervuiling ooit in een mangrovegebied. Leden van de Bodo-gemeenschap bespreken de kwestie met een campagnecoördinator van Amnesty.

In VN-verband zijn de richtlijnen voor bedrijven op het gebied van mensenrechten vastgelegd in de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s). De Guiding Principles zijn gebaseerd op een beleidsraamwerk van de (voormalige) Speciale VN-Vertegenwoordiger voor Bedrijfsleven en Mensenrechten, John Ruggie.

Dat raamwerk bevat drie pijlers:

  • De plicht van staten om bescherming te bieden tegen schendingen van mensenrechten door derde partijen, inclusief bedrijven;
  • De verantwoordelijkheid van bedrijven om mensenrechten te respecteren;
  • Betere toegang voor slachtoffers tot effectieve genoegdoening, zowel via juridische als niet-juridische wegen.

OESO-richtlijnen

De richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zijn niet-bindende aanbevelingen van overheden aan multinationale ondernemingen. In Nederland zijn ze het referentiekader van de overheid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Positief aan de richtlijnen is dat ze geen misverstand laten bestaan over het feit dat bedrijven mensenrechten moeten respecteren en hiertoe een human rights due diligence-proces behoren in te stellen. Helaas ontbreekt het aan goede mechanismen om naleving van de richtlijnen te handhaven. Het Nederlandse klachtenmechanisme bij de OESO-richtlijnen, het Nationaal Contactpunt (NCP), biedt volgens Amnesty geen effectieve genoegdoening aan slachtoffers.

Ontwikkelingen

Bankenconvenant

Op 28 oktober 2016 sloten Amnesty Nederland, Oxfam Novib en PAX een mensenrechtenconvenant met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), de ministers Dijsselbloem (Financiën) en Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) en de vakbonden FNV en CNV. Veertien individuele banken hebben zich tot nu toe aangesloten, waaronder de ABN AMRO, ING en Rabobank. Het convenant moet ervoor zorgen dat banken beter zicht krijgen op en effectiever optreden tegen mensenrechtenrisico’s en -schendingen waar hun zakelijke klanten bij betrokken zijn.

Het convenant bouwt voort op de richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Gezamenlijke analyses van de goud-, cacao-, palmolie- en olie- en gasketens moeten leiden tot inzicht in hoe de mensenrechtensituatie in deze ketens het beste verbeterd kan worden. Een werkgroep met experts richt zich op het vraagstuk of en zo ja wanneer banken verantwoordelijk zijn voor compensatie aan slachtoffers. Een onafhankelijke commissie zal de uitvoering van de afspraken monitoren. Als een partij afspraken niet nakomt, kan dat er uiteindelijk toe leiden dat zij uit het convenant wordt gezet.

Shell in Nigeria

In 2008 onderzocht Amnesty twee olielekkages in Ogoniland in Nigeria. Wekenlang stroomde daar olie uit slecht onderhouden pijpleidingen van Shell. Het gebied rondom Bodo werd bedekt met een dikke laag olie. Rivieren en landbouwgrond waren ernstig vervuild, waardoor boeren en vissers geen inkomsten meer hadden. Duizenden mensen werden de dupe van de olielekkage.

© Hjelmer Visser / Amnesty International
Predikant Christian Lekoya Kpandei laat zien hoe de olie zijn viskwekerij in de Nigerdelta heeft verwoest.

Samen met onze partner het Centre for Environment, Human Rights and Development en de lokale gemeenschap kwamen we in actie. We riepen Shell ter verantwoording, zodat de olievervuiling zou worden opgeruimd en de lokale bevolking gecompenseerd zou worden. Na een lange juridische strijd moest Shell uiteindelijk in december 2014 aan de bewoners van Bodo 70 miljoen euro compensatie betalen . Maar nog steeds is niet alle vervuiling opgeruimd. Amnesty blijft de ontwikkelingen in Bodo en de andere delen van de Nigerdelta volgen.

Lees het dossier Shell in Nigeria 

Eerlijke Geldwijzer

Ook in Nederland roepen we bedrijven op tot maatschappelijk verantwoord ondernemen. Samen met partnerorganisaties voeren we met de Eerlijke Geldwijzer druk uit op banken en verzekeraars om eerlijk te investeren. Op de Eerlijke Geldwijzer kunnen klanten van banken en verzekeraars zien of hun bank bijvoorbeeld investeert in bedrijven die wapens leveren aan dictators of gebruikmaken van kinderarbeid. Ook kunnen ze hun bank ter verantwoording roepen voor investeringen in bedrijven die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen. De Eerlijke Geldwijzer werpt vruchten af: sinds de oprichting hebben veel banken en verzekeraars hun investeringsbeleid aangepast. Maar we blijven aandringen op verdere verbeteringen.

Lees het dossier over de Eerlijke geldwijzer 

Amnesty’s oproep

  • Voorkomen. Amnesty wil wettelijke verplichtingen voor bedrijven om mensenrechtenschendingen te identificeren, te voorkomen en aan te pakken (human rights due diligence). Amnesty vindt de huidige VN-gedragsregels onvoldoende. Zo hoeven staten geen wetgeving in te voeren om te voorkomen dat bedrijven die in hun land zijn gevestigd misdaden begaan in het buitenland. Amnesty dringt aan op (bindende) internationale mensenrechtenstandaarden voor bedrijven. Het Ruggie-raamwerk, de Guiding Principles van de VN en internationale mensenrechtenverdragen bieden hiertoe voldoende handvatten. Amnesty steunt de ontwikkeling van een internationaal bindend verdrag inzake bedrijven en mensenrechten.
  • Aansprakelijkheid. Bedrijven moeten ter verantwoording worden geroepen als zij betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen.
  • Genoegdoening. Mensen moeten de mogelijkheid hebben om hun recht te halen als zij schade ondervinden als gevolg van bedrijfsactiviteiten. Zij hebben recht op effectieve genoegdoening. Als het rechtssysteem in eigen land niet functioneert, moet toegang tot de rechter in het land waar het (moeder)bedrijf is gevestigd niet belemmerd worden.
  • Bescherm rechten in het buitenland. Bedrijven opereren internationaal, terwijl wetgeving die op hen van toepassing is alleen nationaal van toepassing is. Wetten om mensenrechten te beschermen zouden ook over landsgrenzen heen van toepassing moeten zijn.