De mensenrechtensituatie in Zuidoost-Turkije

De Koerdische Arbeiderspartij PKK

Eind jaren zeventig richtte Abdullah Öcalan de Koerdische Arbeiderspartij PKK op. PKK-aanhangers begonnen een gewapende strijd met als doel een onafhankelijke Koerdische staat binnen Turkije te vormen. Die oorlog heeft inmiddels aan meer dan 40.000 mensen het leven gekost. Met name in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw woedde er een felle strijd tussen het Turkse regeringsleger en de troepen van de PKK. Daarna werd de roep om een onafhankelijk staat minder luid en kwam de nadruk te liggen op meer autonomie voor de Koerden. Toch wordt nog steeds gevochten in het zuidoosten van het land. De gevechten laaiden weer op in juli 2015. Zowel Turkije, de Europese Unie als de Verenigde Staten beschouwen de PKK als een terroristische organisatie.

De Koerden liggen in Turkije niet alleen onder vuur vanwege hun onafhankelijkheidsstreven. Koerdische strijders maken ook deel uit van de door de VS gesteunde Volksbeschermingseenheden (YPG) die succesvol zijn in de strijd tegen Islamitische Staat (IS). De Turkse regering is fel tegen IS gekant, maar ook tegen de YPG, die zij als een tak van de PKK beschouwen.

Onderdrukking van Koerden

Op het hoogtepunt van het conflict tussen de Turkse autoriteiten en de PKK in de jaren negentig, documenteerde Amnesty vele gevallen van systematische marteling, talloze gedwongen verdwijningen en een bijna volledige straffeloosheid van de daders van schendingen die werden begaan door de veiligheidstroepen.

De onderdrukking van Koerden neemt nu weer toe. In juli 2015 eindigde een twee jaar durende staakt-het-vuren nadat de fragiele vredesonderhandelingen tussen de gewapende PKK en de Turkse staat stukliepen. Het is hoogstwaarschijnlijk dat inmiddels meer dan een half miljoen mensen de regio zijn ontvlucht vanwege het geweld, de vernietiging van persoonlijke eigendommen en voortdurende straatverboden.

Door wetswijzigingen in de zomer van 2016 is er minder juridisch toezicht op operaties die worden uitgevoerd door de veiligheidstroepen en wordt het onderzoek naar militairen die verdacht worden van mensenrechtenschendingen bemoeilijkt. Bovendien moeten militairen die verdacht worden van een strafbaar feit door een militaire rechtbank worden berecht. Deze rechtbanken staan er niet om bekend mensenrechtenschendingen effectief aan te pakken.

De ontwikkelingen in het zuidoosten van Turkije worden in grote mate beïnvloed door de maatregelen van de Turkse autoriteiten na de gewelddadige couppoging van 15 juli 2016. Zo zijn onder andere Koerdische volksvertegenwoordigers op landelijk en gemeentelijk niveau gearresteerd, mediakanalen gesloten, journalisten verdwenen achter de tralies, en gekozen Koerdische burgemeesters vervangen door door de regering aangestelde ambtenaren, en is het maatschappelijk middenveld voor een groot deel lamgelegd.

Uitgaansverboden

In verschillende steden en wijken in Zuidoost-Turkije hebben aan de PKK-gelieerde individuen en groepen loopgraven gegraven, barricades opgezet en zelfbestuur uitgeroepen. In reactie op deze ondermijning van de staat hebben de Turkse autoriteiten straatverboden afgekondigd. Doordat de overheid weigert om waarnemers toe te laten in gebieden waar een uitgaansverbod Lees ons rapport over uitgaansverboden in Zuidoost-Turkije geldt, kunnen daar straffeloos mensenrechten worden geschonden. Ook in regio’s waar het uitgaansverbod inmiddels is opgeheven en van waaruit meldingen van ernstige schendingen kwamen, worden waarnemers geweigerd. Zo voorkomt de Turkse staat dat deze misdaden onderzocht kunnen worden. Volgens meldingen van de Human Rights Foundation of Turkey zijn ten minste tien ongewapende burgers gedood.

Tijdens de belegering van verschillende Koerdische steden in het zuidoosten van Turkije, ontstond in januari 2016 een tekort aan water en elektriciteit en was er onvoldoende toegang tot voedsel en medische hulp. Door de uitgaansverboden mochten mensen hun huis op geen enkel moment verlaten, waardoor de levens van velen tienduizenden in gevaar werden gebracht.

Gedwongen verhuizingen

In de vorige eeuw voerden de Turkse autoriteiten een verdeel-en-heersbeleid in het zuidoosten van het land, door mensen te dwingen om ergens anders te gaan wonen. Ook nu weer vinden gedwongen verhuizingen plaats. Tienduizenden bewoners van Sur, het historisch centrum van Diyarbakır, maken deel uit van de naar schatting half miljoen mensen die in 2016 gedwongen werden hun huizen te verlaten Lees ons rapport over de onderdrukking van Koerden .

De moedwillige huisuitzettingen, het uitgaansverbod, het afsluiten van water en elektriciteit en het ontbreken van compensatie na huisuitzetting vormen samen een collectieve straf voor de Koerdische burgers.

 

Publiceren over Koerdische kwestie is verboden

Media die aandacht besteden aan Zuidoost-Turkije riskeren sluiting of gevangenisstraf voor hun medewerkers. Eind februari 2016 werd bijvoorbeeld tv-zender IMC uit de lucht gehaald. IMC liet als een van de weinige zenders nog een tegengeluid horen over de gevechten in het zuidoosten. Hoofdredacteur Hamza Aktan werd eind april 2016 opgepakt. In de nasleep van de mislukte staatsgreep in juli 2016 werden meer Koerdische media gesloten op beschuldiging van ‘terroristische propaganda’.