Belegering Koerdische gebieden leidt tot burgerslachtoffers

Belegering Koerdische gebieden leidt tot burgerslachtoffers

Doordat de Turkse autoriteiten verschillende Koerdische steden in het zuidoosten van Turkije belegeren, is er een tekort aan water en elektriciteit en onvoldoende toegang tot voedsel en medische hulp. Een al weken durend uitgaansverbod brengt de levens van 200.000 bewoners in gevaar.

Amnesty-onderzoekers bezochten onlangs een aantal gebieden waar de strijd tussen het Turkse leger en de PKK weer is opgelaaid en een 24-uurs uitgaansverbod van kracht is. Externe waarnemers kunnen hier niet komen.

Uit gesprekken met inwoners wordt duidelijk dat de harde en willekeurige maatregelen van het Turkse leger een zware wissel trekken op de inwoners. In sommige buurten kunnen bewoners al meer dan een maand hun huis niet verlaten. Ambulances worden tegengehouden en de politie en het leger zetten zware wapens en sluipschutters in, waardoor gewone burgers moeten vrezen voor hun leven.

Een inwoner uit het district Silopi vertelde Amnesty dat een familielid werd gedood in zijn eigen huis toen er werd geschoten in zijn buurt. De familie moest twaalf dagen wachten voordat ze hun dierbare konden begraven. Het ontbindende lichaam lag al die tijd in hun huis. Een andere inwoner van Silopi vertelde Amnesty dat hij en zijn familie in de afgelopen maand twintig dagen zonder water zaten en vijftien dagen zonder elektriciteit.

In juli 2015 werd het vredesproces tussen de Turkse regering en de Koerdische PKK gestaakt. De Turkse autoriteiten voerden vanaf toen politieoperaties uit in het zuidoosten van Turkije en stelden uitgaansverboden. Meer dan 150 bewoners werden gedood tijdens een militaire operatie tegen de jeugdafdeling van de PKK. Onder hen waren vrouwen, kinderen en ouderen.

Ook PKK schuldig aan willekeurig geweld

Ook de PKK maakt zich schuldig aan willekeurige acties waarbij burgers omkomen. Op 13 januari pleegde de PKK een bomaanslag op een politiebureau in de stad Çinar. Daarbij kwamen een politieagent en vijf burgers om, onder wie twee jonge kinderen. 39 mensen raakten gewond.

Politie en leger zetten in woonwijken zwaar geschut en sluipschutters in. Daarmee brengen zij burgers in gevaar. Bij onderzoek in de stad Cizre vond Amnesty bewijs dat mensen waren gedood door sluipschutters. Er werd geschoten vanaf locaties die ver waren verwijderd van de conflictgebieden. Ook hierbij werden vrouwen, kinderen en ouderen gedood. Het is zeer onwaarschijnlijk dat ze betrokken waren bij het gewapende conflict tussen de jeugdtak van de PKK en het Turkse leger en politie.

Amnesty benadrukt dat de Turkse autoriteiten legitieme maatregelen mogen nemen om te zorgen voor veiligheid in de Koerdische gebieden, maar dat zij zich daarbij moeten houden aan hun mensenrechtenverplichtingen. De autoriteiten verbieden onafhankelijke waarnemers van advocatenorganisaties en mensenrechtenorganisaties het gebied te bezoeken. Mensen die zich uitspreken over de schendingen worden bedreigd, lastiggevallen of zelfs vervolgd.

De internationale gemeenschap blijft intussen stil. Strategische belangen om het aantal vluchtelingen dat vanuit Syrië naar Europa reist te beperken, mogen geen reden zijn om deze grove mensenrechtenschendingen niet te veroordelen.