Job Surie
© Rosa van Ederen

‘In een goede les gebeurt een heleboel tegelijk’

Job Surie is sinds 2016 gastdocent voor Amnesty International. Hij geeft jaarlijks zo’n vijftien lessen over Amnesty en de mensenrechten aan leerlingen vanaf groep 6 van het basisonderwijs tot en met 6 vwo. ‘Cruciaal is dat de leerlingen gaan inzien dat ze zélf iets kunnen doen.’

Een bijzondere bijdrage aan het werk voor de mensenrechten leveren de ruim vijfhonderd vrijwillige ‘gastdocenten’ van Amnesty Nederland. Amnesty streeft ernaar dat iedere leerling in Nederland tijdens zijn schoolloopbaan ten minste één les krijgt over de mensenrechten. In 2018 bereikten de gastdocenten 134.093 leerlingen.

Job Surie, in het dagelijks leven onder meer teamcoach en trainer, was al lid van de lokale Amnesty-groep Leiden toen hem werd gevraagd of hij ook gastlessen wilde verzorgen. Hij zag direct dat dat veel zou toevoegen aan zijn inzet voor Amnesty. ‘De kinderen en jongeren van nu moeten de toekomst van morgen maken. Ik ben blij dat ik dit soort lessen kan geven en het venster van de leerlingen eventjes kan openzetten voor een ander deel van de wereld dan ze wellicht normaal gesproken zien.’

Waarover gaan de lessen?

‘Onze groep biedt momenteel lessen aan over drie thema’s: Amnesty en de mensenrechten in het algemeen, kinderrechten, en – rond 10 december, Dag van de Mensenrechten – de schrijfactie Write for Rights. Je probeert kinderen te laten stilstaan bij het belang van mensenrechten en het belang van betrokkenheid en solidariteit. “Jij en de ander”, daar gaat het om: hoe gedragen we ons naast elkaar. Ik hang mijn lessen in essentie altijd op aan artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: “Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.” Daarmee kun je eigenlijk elke les samenvatten. En vervolgens maak je het concreet. Je vertelt over het begin van Amnesty en over de Tweede Wereldoorlog, maar we hebben het ook over zaken als pesten en opkomen voor elkaar. En een cruciaal onderdeel van de lessen is dat de leerlingen gaan inzien dat ze zelf actief iets kunnen doen.’

Worden de lessen goed ontvangen door de leerlingen?

‘Over het algemeen wel, maar vaak op verschillende manieren. Pubers zijn natuurlijk in heel andere dingen geïnteresseerd dan groep 8-leerlingen. Het is steeds een kleine zoektocht naar waar leerlingen zich mentaal bevinden. Soms is er veel respons uit een klas, soms weinig tot geen. Dan is afwisseling troef, maar we sluiten geen enkele klas of schoolsoort uit. De ene keer is het alleen wat harder werken dan de andere.’

Heb je het gevoel dat je je als gastdocent in de voorhoede bevindt van het Amnesty-werk?

‘Mooie vraag. Op een bepaalde manier wel. Iedere keer als we voor een nieuwe klas staan, is het noodzakelijk dat we actief uit onze bubbel stappen. Veel actiever dan wanneer je vooral praat met mensen die met jou het gesprek zoeken. Je maakt kennis met veel verschillende bevolkingsgroepen. Op een rijke school met goed verzorgd materiaal en vooral autochtone leerlingen moet je soms een andere aanpak hebben dan op een school met veel kinderen met een migratieachtergrond. Die hebben een ander perspectief op veel dingen, en dat levert niet altijd makkelijke gesprekken op. Voor mij is de uitdaging om zo vaardig mogelijk het contact aan te gaan met alle mogelijke groepen in de samenleving.’

Wanneer vind je een les geslaagd?

‘In een goede les gebeurt een heleboel tegelijk. Het is belangrijk dat je als docent een goede interactie hebt met de kinderen en een open oog en oor voor alle leerlingen in de klas. Ik ben aan het eind tevreden als ik op alle gezichten in de klas minstens één keer heb gezien dat ze volkomen geboeid waren. En, misschien het belangrijkste, als de kinderen beseffen dat ze hun betrokkenheid kunnen omzetten in actie. Dat gewone mensen iets kunnen doen tegen onrecht: dat is de basis van Amnesty.’